CBb 4 september 2018, ECLI:NL:CBB:2018:444
Hoger beroep. Financieel toezicht. Vordering om (wilsafhankelijke) informatie, gevolgd door een last onder dwangsom aan een in het buitenland gevestigde onderneming. Het College is van oordeel dat AFM o.g.v. richtlijnconforme interpretatie van art. 1:74, 1e lid Wft bevoegd is om kopieën van stukken te vorderen voor zover dat redelijkerwijs nodig is voor de vervulling van haar taak. Als enkel sprake is van het toezenden van inlichtingenvorderingen, lasten onder dwangsom en invorderingsbeschikkingen aan in het buitenland gevestigde rechtspersonen is van het uitoefenen van onderzoeksbevoegdheden in het buitenland geen sprake. Geen misbruik van bevoegdheid. In de lasten onder dwangsom ontbrak de restrictie dat wilsafhankelijke informatie niet mede zal worden gebruikt voor doeleinden van bestuurlijke beboeting of strafvervolging. Vernietiging van de aangevallen uitspraak.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- CBb 10 januari 2018, ECLI:NL:CBB:2018:2
- CBb 10 januari 2018, ECLI:NL:CBB:2018:3
- Rb. Rotterdam 1 juni 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:4116
- CBb 21 september 2015, ECLI:NL:CBB:2015:288
- ABRvS 20 november 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1988
- CBb 20 juni 2013, ECLI:NL:CBB:2013:CA3716
- Rb. Rotterdam 21 februari 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:BZ2448
- Rb. Rotterdam 5 september 2012, ECLI:NL:RBROT:2012:BX6988
- HR 5 oktober 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL5629
- Europees Hof voor de Rechten van de Mens 3 mei 2001, ECLI:NL:XX:2001:AN6999