CBb 24 maart 2016, ECLI:NL:CBB:2016:72

Eilandtoeslag. Als gevolg van de overgang van het systeem van vergoeding van kapitaallasten naar een systeem van integrale tarieven (waarbij in het tarief een normatieve huisvestigingscomponent NHC is begrepen) komt de destijds aan appellante voor een zorgcentrum op Terschelling toegekende “eilandtoeslag” (een toeslag van 25% op de aanvankelijk berekende bouwkosten, bijkomende kosten en onvoorziene kosten, omdat bouwen op een eiland nu eenmaal duurder is) te vervallen. Een deel van de eilandtoeslag wordt d.m.v. nacalculatie nog onder het oude systeem vergoed. Appellante heeft voor het zorgcentrum op Terschelling NZa verzocht om – in afwijking van de beleidsregel Invoering NHC en de beleidsregel Tarieven NHC – de resterende eilandtoeslag aan haar te vergoeden. NZa heeft dit afgewezen. Het geding spitst zich toe op de vraag of NZa op grond van artikel 4:84 van de Awb had behoren af te wijken van de geldende beleidsregels. Het College trekt uit de gedingstukken de conclusie dat in het algemeen is besloten om alle individuele toeslagen die voorheen in het kader van het bouwregime mogelijk waren, te vervangen door een algemene toeslag van 2% op de NHC. Dit hoeft echter niet te betekenen dat daarbij ook de vraag onder ogen is gezien of er niet toch in een bijzonder geval behoefte zou kunnen zijn om te voorzien in de extra kosten die verbonden zijn aan het bouwen op een eiland als Terschelling, waarvoor men voorheen een ophoging van de goedgekeurde bouwkosten met 25% geboden heeft geacht. Als ervan uitgegaan zou worden dat in deze situatie sprake is van bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 4:84 Awb, dan moet om tot toepassing van de afwijkingsmogelijkheid te kunnen besluiten, worden vastgesteld dat daaruit voor appellante onevenredige gevolgen voortkomen, die niet in verhouding staan tot de belangen die bij invoering van de NHC aan de orde waren. Het College is op basis van de door appellante gepresenteerde cijfers enerzijds en de door verweerster benadrukte informatie over appelantes vermogen en de door appellante ten aanzien van een andere vestiging geplande investeringen anderzijds, niet overtuigd dat appellante als gevolg van de NHC en meer in het bijzonder de afschaffing van de eilandtoeslag met een zodanige verandering in de financiering is geconfronteerd, dat gesproken moet worden van onevenredigheid als bedoeld in 4:84 Awb. Het beroep is ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken