CBb 18 mei 2016, ECLI:NL:CBB:2016:137
Beroep tegen de afwijzende beslissing van NZa op een verzoek om continuering van een vergoeding van € 138.151,-- per jaar voor de jaren 2012 t/m 2035 voor kosten van onderhoud, met toepassing van een overgangsregeling in die zin dat de vergoeding nog wordt toegekend voor de jaren 2012 t/m 2017. Het College overweegt dat de vergoeding moet worden gezien als een afwijking van de destijds geldende beleidsregels. Zoals het College eerder heeft overwogen, staat het NZa in beginsel vrij om indien naar haar oordeel het beleid met betrekking tot de bekostiging van kapitaallasten wijziging behoeft, met het oog daarop passende maatregelen te nemen, een en ander binnen de grenzen van een redelijke beleidsbepaling. Nu de bekostiging van de kapitaallasten voor alle zorginstellingen ingrijpend is gewijzigd, in die zin dat niet langer de overheid verantwoordelijk is voor de kapitaallasten van de zorginstellingen, maar dat de zorginstellingen op basis van integrale, productieafhankelijke tarieven zelf keuzes dienen te maken m.b.t. de gebouwen van waaruit zij werkzaam zijn en de daarmee gepaard gaande kapitaallasten, heeft NZa mogen overgaan tot beëindiging van de bijzondere vergoeding aan appellante. Het College stelt voorts vast dat NZa in het kader van de totstandkoming van het onderhavige besluit appellante heeft verzocht om informatie te geven over de thans benodigde vergoeding en de noodzaak daarvan en dat appellante verweerster dat inzicht niet heeft willen geven. Er is dan ook geen aanknopingspunt voor het oordeel dat het bestreden besluit onevenredig nadelige gevolgen voor appellante zou hebben.
De uitspraak op rechtspraak.nl