CBb 30 juni 2015, ECLI:NL:CBB:2015:200
Accountantstuchtrecht. (1) Klacht inzake het door de accountant in zijn rapport op basis van zijn persoonlijke opvatting over wat daaronder moet worden verstaan beoordelen van de administratieplicht als bedoeld in artikel 2:10 BW langs de lat van een administratieplicht in ruime zin. Gezien het principiële karakter van de aan de orde gestelde kwestie is deze klacht ten onrechte door de accountantskamer onbesproken gelaten. Klacht echter ongegrond, want accountant heeft in zijn rapport voldoende voorbehouden gemaakt. (2) Enkele feit dat de resultaten van de inventarisatie van de administratie gebruikt kunnen worden in het kader van het onderzoek naar de administratieplicht brengt niet mee dat die inventarisatie als persoonsgericht onderzoek moet worden aangemerkt. (3) Maatregel waarschuwing voor door de accountantskamer vastgestelde tuchtrechtelijke verwijten niet passend. Berisping.
De uitspraak op rechtspraak.nl