CBb 17 juni 2014, ECLI:NL:CBB:2014:229

Het College overweegt als volgt. Appellant stelt met zijn klacht uitsluitend aan de orde het handelen van registerloodsen in hun hoedanigheid van examinator in een commissie voor regionale loodsenexamens als bedoeld in artikel 5 van het Besluit adspirant-registerloodsen. Met betrekking tot een dergelijk handelen zijn geen van toepassing zijnde verordeningen of krachtens een verordening gegeven nadere voorschriften, als bedoeld in artikel 15 van de Loodsenwet, aan te wijzen. Appellant heeft ook zelf, daarnaar gevraagd ter zitting van het College, dit handelen niet in verband kunnen brengen met overtreding van dergelijke regelgeving. Overigens biedt artikel 28, eerste lid, van de Loodsenwet geen grondslag voor hetgeen appellant met het indienen van zijn klacht beoogde, namelijk het door het tuchtcollege aanwijzen van nieuwe examinatoren voor een herbeoordeling van de verslagen van zijn examenreizen. Het College is derhalve van oordeel dat deze klacht geen betrekking heeft op een onderwerp als bedoeld in artikel 28, eerste lid, van de Loodsenwet.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen