CBb 1 juli 2003, ECLI:NL:CBB:2003:AH9728

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 maart 2003 en is vervolgens gesloten. Het College vindt aanleiding het onderzoek op grond van artikel 19 van de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie juncto artikel 8:68 van de Algemene wet bestuursrecht te heropenen, teneinde verweerder naar aanleiding van de hierna volgende overwegingen de gelegenheid te bieden een aantal vragen te beantwoorden. 2. Op grond van artikel 1, eerste lid, onder aq, Meststoffenwet (hierna: Mw) wordt in deze wet en de daarop berustende bepalingen onder 'erkende exporteur' verstaan: exporteur als bedoeld in artikel 58ae, eerste lid, onder b, Mw. In artikel 58ae, eerste lid, onder b, Mw is bepaald dat het - in artikel 58aa Mw geregelde -verbod op een bedrijf in een kalenderjaar een grotere hoeveelheid dierlijke meststoffen te produceren dan de mestplaatsingsruimte van dat bedrijf in dat jaar, niet geldt voor die hoeveelheid dierlijke meststoffen, waarvan de producent kan aantonen dat deze in de vorm van onbewerkte, ingedikte of gedroogde pluimveemest op grond van een mestafzetovereenkomst is afgevoerd naar een door verweerder erkende exporteur.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen