Gerecht EU 12 januari 2005, T-334/03, ECLI:EU:T:2005:4
Tekst
Zaak T‑334/03
Deutsche Post EURO EXPRESS GmbH
tegen
Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen) (BHIM)
„Gemeenschapsmerk – Woordteken EUROPREMIUM – Absolute weigeringsgrond – Beschrijvend karakter – Artikel 7, lid 1, sub c, van verordening (EG) nr. 40/94”
Arrest van het Gerecht (Derde kamer) van 12 januari 2005
Samenvatting van het arrest
1. Gemeenschapsmerk – Definitie en verkrijging van gemeenschapsmerk – Absolute weigeringsgronden – Merk bestaande uit elementen die bovendien als reclameslogans worden gebruikt – Voorwaarde voor inschrijving – Geschiktheid om als aanduiding van commerciële oorsprong van betrokken waren en diensten te worden opgevat – Onderzoek in kader van artikel 7, lid 1, sub b, van verordening nr. 40/94 – Artikel 7, lid 1, sub c – Onderscheiden toepassingscriteria
(Verordening nr. 40/94 van de Raad, art. 7, lid 1, sub b en c)
2. Gemeenschapsmerk – Definitie en verkrijging van gemeenschapsmerk – Absolute weigeringsgronden – Merken uitsluitend bestaande uit tekens of aanduidingen die kunnen dienen tot aanduiding van kenmerken van waar – Woordteken „EUROPREMIUM”
(Verordening nr. 40/94 van de Raad, art. 7, lid 1, sub c)
1. De inschrijving van een gemeenschapsmerk, bestaande uit tekens of aanduidingen die bovendien als reclameslogans, kwaliteitsaanduidingen of aansporingen tot het kopen van de door dit merk aangeduide waren of diensten worden gebruikt, is als zodanig niet uitgesloten wegens dat gebruik, doch slechts op voorwaarde dat het betrokken merk meteen kan worden opgevat als een aanduiding van de commerciële oorsprong van de betrokken waren of diensten, zodat het relevante publiek de waren of diensten van de merkhouder zonder gevaar voor verwarring kan onderscheiden van die van een andere commerciële herkomst.
Deze geschiktheid van een dergelijk merk om als aanduiding van de commerciële oorsprong van de waren en diensten te worden opgevat, moet worden onderzocht in het kader van artikel 7, lid 1, sub b, van verordening nr. 40/94.
Daarentegen valt een merk slechts onder de toepassing van artikel 7, lid 1, sub c, van verordening nr. 40/94 wanneer het dient om de essentiële kenmerken van de betrokken waren en diensten op specifieke, niet-vage en objectieve wijze aan te duiden.
(cf. punten 38‑39, 41)
2. Het is niet aangetoond dat het woordteken EUROPREMIUM, waarvan de inschrijving als gemeenschapsmerk is aangevraagd voor met name waren in diverse materialen voor verpakking, opberging of vervoer, reclamediensten, beheer of bijstand op commercieel gebied en vervoer‑ en opslagdiensten, behorend tot de klassen 16, 20, 35 en 39 in de zin van de Overeenkomst van Nice, en dat door de gemiddelde Engelstalige consument zou kunnen worden opgevat als een verwijzing naar waren en diensten van Europese oorsprong en van hoge kwaliteit, kan dienen om deze waren en diensten rechtstreeks aan te duiden in de zin van artikel 7, lid 1, sub c, van verordening nr. 40/94.
Enerzijds bestaat het betrokken teken immers niet uit bestanddelen die de geclaimde waren en diensten beschrijven, aangezien het prefix „euro” deze waren en diensten rechtstreeks noch door vermelding van een van de essentiële kenmerken ervan aanduidt, en het woord „premium” slechts een lovende term vormt ter aanduiding van een kenmerk dat de aanvrager aan zijn eigen waren wil toekennen, zonder de consumenten te informeren over de specifieke en objectieve kenmerken van de aangeboden waren of diensten.
Anderzijds is niet aangetoond dat de term „europremium” in zijn geheel beschouwd een generieke of gebruikelijke benaming is, of zou kunnen zijn, waarmee de betrokken waren of diensten worden aangeduid of gekarakteriseerd.
(cf. punten 28, 34, 36, 43, 45-46)
ARREST VAN HET GERECHT (Derde kamer) 12 januari 2005(1)
„Gemeenschapsmerk – Woordteken EUROPREMIUM – Absolute weigeringsgrond – Beschrijvend karakter – Artikel 7, lid 1, sub c, van verordening (EG) nr. 40/94”
verzoekster,
tegen
verweerder,
HET GERECHT VAN EERSTE AANLEG (Derde kamer),
het navolgende
HET GERECHT VAN EERSTE AANLEG (Derde kamer),
Azizi Jaeger Czúcz
De griffier De president van de Derde kamer
H. Jung M. Jaeger
1 – Procestaal: Duits.