Gerecht EU 16 september 2004, T-274/01, ECLI:EU:T:2004:266

De uitspraak op EUR-Lex

Tekst

Zaak T‑274/01

Valmont Nederland BV

tegen

Commissie van de Europese Gemeenschappen

„Staatssteun – Begrip – Voordeel – Verkoopprijs van grond – Financiering van parkeerplaats”

Arrest van het Gerecht (Vierde kamer – uitgebreid) van 16 september 2004

Samenvatting van het arrest

1. Steunmaatregelen van de staten – Begrip – Juridisch – Uitlegging op basis van objectieve elementen – Rechterlijke toetsing – Omvang

(Art. 87, lid 1, EG)

2. Steunmaatregelen van de staten – Begrip – Verkoop van grond door overheidslichaam tegen voordelige voorwaarden – Daaronder begrepen – Beoordelingscriterium – Marktprijs – Vaststellingsmethode

(Art. 87, lid 1, EG)

3. Steunmaatregelen van de staten – Administratieve procedure – Nationale maatregelen die zonder aanmelding ten uitvoer zijn gelegd – Bevoegdheid van Commissie om door middel van bevel aan betrokken lidstaat door haar noodzakelijk geachte gegevens te verkrijgen – Beschikking die Commissie zonder gebruik te maken van bevel heeft vastgesteld op basis van door haar fragmentarisch geachte gegevens – Ontoelaatbaarheid

(Verordening van de Raad nr. 659/1999)

4. Steunmaatregelen van de staten – Onderzoek door Commissie – Mogelijkheid voor Commissie om beroep te doen op externe deskundigen – Overdracht aan deskundigen van taak, bestaan van steun te onderzoeken – Ontoelaatbaarheid

(Art. 87, lid 1, EG)

5. Beroep tot nietigverklaring – Middelen – Middelen die kunnen worden aangevoerd tegen beschikking van Commissie inzake staatssteun – Middelen die niet zijn aangevoerd in procedure van onderzoek van betrokken steun – Onderscheid tussen middelen rechtens, die ontvankelijk zijn, en feitelijke middelen, die niet-ontvankelijk zijn

(Art. 88, lid 2, EG en 230 EG)

6. Steunmaatregelen van de staten – Begrip – Maatregelen ter compensatie van kosten van openbaredienstverplichtingen van onderneming – Daarvan uitgesloten – Voorwaarden – Openbaredienstverplichtingen die duidelijk zijn omschreven – Vaststelling op objectieve en doorzichtige wijze van parameters voor berekening van compensatie – Beperking van compensatie tot kosten – Bepaling van compensatie, bij gebreke van selectie van onderneming via openbare aanbesteding, op basis van kosten van gemiddelde onderneming uit betrokken sector

(Art. 87, lid 1, EG)

1. Aangezien het begrip staatssteun een juridisch begrip is en op basis van objectieve elementen moet worden uitgelegd, moet de gemeenschapsrechter in beginsel en gelet op zowel de concrete gegevens van het hem voorgelegde geschil als het technische of ingewikkelde karakter van de door de Commissie gemaakte beoordelingen, volledig toetsen of een maatregel al dan niet binnen de werkingssfeer van artikel 87, lid 1, EG valt. Van dit beginsel wordt evenwel afgeweken wanneer het om de beoordeling van complexe economische situaties gaat, in welk geval de rechterlijke toetsing beperkt is.

(cf. punt 37)

2. Maatregelen die, in verschillende vormen, de lasten verlichten die normaliter op het budget van een onderneming drukken, en die daardoor met een subsidie overeenkomen, zoals onder meer het leveren van goederen of diensten op gunstiger voorwaarden, vormen voordelen in de zin van artikel 87, lid 1, EG. Toegepast op verkoop van grond aan een onderneming door een overheidsinstantie, noopt dit beginsel tot de vaststelling of de verkrijger de verkoopprijs niet onder normale marktomstandigheden zou hebben kunnen verkrijgen. Wanneer de Commissie daartoe de na de betrokken transactie opgestelde deskundigenrapporten onderzoekt, dient zij de werkelijk betaalde prijs te vergelijken met de prijzen die uit deze verschillende rapporten naar voren komen, en te bepalen of deze prijs niet zo ver daarvan afwijkt dat moet worden geconcludeerd dat er sprake is van een voordeel. Door deze methode kan ermee rekening worden gehouden dat de per definitie achteraf plaatshebbende vaststelling van dergelijke marktprijzen van het toeval kan afhangen

(cf. punten 44‑45)

3. Verordening nr. 659/1999, die in beginsel van toepassing is op elke ten tijde van de inwerkingtreding ervan bij de Commissie aanhangige administratieve procedure, heeft bevestigd dat wanneer de Commissie niet-aangemelde nationale maatregelen onderzoekt die onwettige staatssteun kunnen inhouden, zij zich, indien zij van mening is dat zij niet over alle gegevens beschikt om zich op dit punt te kunnen uitspreken, zo nodig met een bevel tot de betrokken lidstaat kan richten om deze gegevens te verkrijgen.

Indien de Commissie, hoewel zij zich onvoldoende ingelicht acht, geen gebruik heeft gemaakt van haar bevoegdheid een bevel te geven, kan zij zich niet beroepen op het fragmentarische karakter van de inlichtingen waarover zij beschikt, ter rechtvaardiging van een beschikking die alleen op deze gegevens berust.

(cf. punten 55‑60)

4. Hoewel de Commissie ook de hulp van onafhankelijke deskundigen kan inroepen om het bestaan van een steunmaatregel te onderzoeken, zonder daartoe overigens gehouden te zijn, is zij daarom nog niet ontslagen van de verplichting een oordeel te geven over het rapport van hun werk, dat overigens hoe dan ook slechts gelding heeft op grond van zijn objectieve inhoud en niet op grond van de niet onderbouwde verklaringen die het kan bevatten. De centrale en exclusieve verantwoordelijkheid om, onder toezicht van de gemeenschapsrechter, ervoor te zorgen dat artikel 87 EG in acht wordt genomen en dat artikel 88 EG ten uitvoer wordt gelegd, rust immers op de Commissie en niet op genoemde deskundigen.

(cf. punten 71‑72)

5. De rechtmatigheid van een beschikking van de Commissie ter zake van staatssteun moet worden beoordeeld aan de hand van de gegevens waarover de Commissie kon beschikken op het ogenblik waarop zij haar beschikking gaf. Dit beginsel heeft tot gevolg dat, hoewel niets een verzoekster belet om ter ondersteuning van een beroep tot nietigverklaring van een dergelijke beschikking een middel rechtens aan te voeren dat zij als belanghebbende partij tijdens de formele onderzoeksprocedure niet heeft voorgedragen, zij niet-ontvankelijk is wanneer zij zich beroept op feitelijke argumenten die de Commissie onbekend zijn en waarop zij tijdens deze procedure niet heeft gewezen.

(cf. punten 38, 102)

6. Wanneer een overheidsmaatregel te beschouwen is als een compensatie die de tegenprestatie vormt voor de prestaties die de begunstigde ondernemingen hebben verricht om openbaredienstverplichtingen uit te voeren, zodat deze ondernemingen in werkelijkheid geen financieel voordeel ontvangen en die maatregel dus niet tot gevolg heeft dat deze ondernemingen, vergeleken met ondernemingen die met hen concurreren, in een gunstiger mededingingspositie worden geplaatst, valt een dergelijke maatregel niet binnen de werkingssfeer van artikel 87, lid 1, EG.

Opdat een dergelijke compensatie in een concreet geval niet onder de kwalificatie staatssteun valt, moet aan een aantal voorwaarden zijn voldaan. In de eerste plaats moet de begunstigde onderneming daadwerkelijk belast zijn met de uitvoering van openbaredienstverplichtingen en moeten die verplichtingen duidelijk omschreven zijn. In de tweede plaats moeten de parameters op basis waarvan de compensatie wordt berekend, vooraf op objectieve en doorzichtige wijze worden vastgesteld, om te vermijden dat de compensatie een economisch voordeel bevat waardoor de begunstigde onderneming ten opzichte van concurrerende ondernemingen wordt bevoordeeld. In de derde plaats mag de compensatie niet hoger zijn dan nodig is om de kosten van de uitvoering van de openbaredienstverplichtingen, rekening houdend met de opbrengsten alsmede met een redelijke winst uit de uitvoering van die verplichtingen, geheel of gedeeltelijk te dekken. In de vierde plaats moet, wanneer de met de uitvoering van openbaredienstverplichtingen te belasten onderneming in een concreet geval niet is gekozen in het kader van een openbare aanbesteding, de noodzakelijke compensatie worden vastgesteld op basis van de kosten die een gemiddelde, goed beheerde onderneming, die zodanig is uitgerust dat zij aan de vereisten van de openbare dienst kan voldoen, zou hebben gemaakt om deze verplichtingen uit te voeren, rekening houdend met de opbrengsten en een redelijke winst uit de uitoefening van deze verplichtingen

Daaruit volgt dat in het geval van een onderneming die een last draagt doordat zij derden toestaat om op verschillende gronden, regelmatig en kosteloos van haar parkeerplaats gebruik te maken, krachtens een evenzeer in het algemeen belang als in het belang van de betrokken derden met een territoriale overheid gesloten overeenkomst, en wanneer een deel van de door de territoriale overheid voor de aanleg van deze parkeerplaats toegekende financiering deze onderneming daadwerkelijk ten goede komt, de Commissie niet zonder meer kan oordelen dat dit deel van de financiering deze onderneming noodzakelijkerwijze begunstigt, maar eerst moet onderzoeken of, gelet op de gegevens waarover zij beschikt, dit deel van de financiering al dan niet als de daadwerkelijke tegenprestatie voor de door de onderneming gedragen last kan worden beschouwd.

(cf. punten 129‑133)

ARREST VAN HET GERECHT (Vierde kamer – uitgebreid) 16 september 2004(1)

„Steunmaatregelen van de staten – Begrip – Voordeel – Verkoopprijs grond – Financiering van parkeerplaats”

verzoekster,

tegen

verweerster,

HET GERECHT VAN EERSTE AANLEG (Vierde kamer – uitgebreid),

het navolgende

HET GERECHT VAN EERSTE AANLEG (Vierde kamer ‑ uitgebreid),

Legal Tiili Meij

Vilaras Forwood

De griffier De president van de Vierde kamer

H. Jung H. Legal

1 – Procestaal : Nederlands.

Aangehaald in