Gerecht EU 15 oktober 2003, T-295/01, ECLI:EU:T:2003:267
Tekst
«Gemeenschapsmerk – Verordening (EG) nr. 40/94 – Woord OLDENBURGER – Absolute weigeringsgrond – Beschrijvend karakter – Plaats van herkomst – Artikel 7, lid 1, sub c, en lid 2 – Beperking van verleend recht – Artikel 12, sub b – Verklaring over omvang van bescherming – Artikel 38, lid 2»
Arrest van het Gerecht (Vierde kamer) van 15 oktober 2003
Samenvatting van het arrest
1.. Gemeenschapsmerk – Definitie en verkrijging van gemeenschapsmerk – Absolute weigeringsgronden – Merken uitsluitend bestaande uit tekens of aanduidingen die kunnen dienen tot aanduiding van kenmerken van waar – Woord OLDENBURGER (Verordening nr. 40/94 van de Raad, art. 7, lid 1, sub c)
2.. Gemeenschapsmerk – Rechtsgevolgen van gemeenschapsmerk – Beperkingen – Artikel 12, sub b, van verordening nr. 40/94 – Doel – Toepassingsvoorwaarde – Bestaan van geldig ingeschreven merk (Verordening nr. 40/94 van de Raad, art. 7, lid 1, sub c, en 12, sub b)
3.. Gemeenschapsmerk – Inschrijvingsprocedure – Onderzoek van aanvraag – Merk met bestanddeel zonder onderscheidend vermogen – Mogelijkheid voor Bureau verklaring over dit bestanddeel te verlangen – Draagwijdte (Verordening nr. 40/94 van de Raad, art. 38, lid 2)
ARREST VAN HET GERECHT (Vierde kamer) 15 oktober 2003 (1)
„Gemeenschapsmerk – Verordening (EG) nr. 40/94 – Woord OLDENBURGER – Absolute weigeringsgrond – Beschrijvend karakter – Plaats van herkomst – Artikel 7, lid 1, sub c, en lid 2 – Beperking van verleend recht – Artikel 12, sub b – Verklaring over omvang van bescherming – Artikel 38, lid 2”
verzoekster,
tegen
verweerder,
HET GERECHT VAN EERSTE AANLEG (Vierde kamer),
gezien de stukken en na de terechtzitting op 26 maart 2003,
het navolgende
HET GERECHT VAN EERSTE AANLEG (Vierde kamer),
Tiili Mengozzi Vilaras
De griffier De president van de Vierde kamer
H. Jung V. Tiili
1 – Procestaal: Duits.