Gerecht EU 3 april 2003, T-114/02, ECLI:EU:T:2003:100
Tekst
Trefwoorden
1. Beroep tot nietigverklaring - Natuurlijke of rechtspersonen - Handelingen die hen rechtstreeks en individueel raken - Beschikking waarbij verenigbaarheid van concentratie met gemeenschappelijke markt wordt vastgesteld - Derde onderneming die actief heeft deelgenomen aan administratieve procedure en potentiële concurrent is - Ontvankelijkheid
(Art. 230, vierde alinea, EG)
2. Mededinging - Concentraties - Administratieve procedure - Verbintenissen van betrokken ondernemingen - Wijzigingen meegedeeld na gestelde termijn - Gewijzigde verbintenissen door Commissie in aanmerking genomen om verenigbaarheid van concentratie met gemeenschappelijke markt vast te stellen - Toelaatbaarheid - Voorwaarden
(Verordening nr. 447/98 van de Commissie, art. 18, lid 1; mededeling van de Commissie betreffende op grond van verordeningen nrs. 4064/89 en 447/98 aanvaardbare corrigerende maatregelen, punt 37)
3. Mededinging - Concentraties - Onderzoek door Commissie - Verbintenissen van betrokken ondernemingen om aangemelde concentratie verenigbaar met gemeenschappelijke markt te maken - Aard van verbintenissen waardoor Commissie tweede fase niet hoeft in te leiden - Verbintenissen die ernstige twijfel uitsluiten - Verbintenissen die betrekking hebben op gedragingen - Daaronder begrepen
(Verordening nr. 4064/89 van de Raad, art. 6, lid 1; mededeling van de Commissie betreffende op grond van verordeningen nrs. 4064/89 en 447/98 aanvaardbare corrigerende maatregelen)
4. Mededinging - Concentraties - Beoordeling van verenigbaarheid met gemeenschappelijke markt - Verbintenissen van betrokken ondernemingen om aangemelde concentratie verenigbaar te maken - Concentratie tussen ondernemingen die actief zijn op markt van kleine elektrische huishoudelijke apparaten - Verbintenis om merklicenties te verlenen - Oplossing voor door concentratie veroorzaakte mededingingsproblemen - Voorwaarden
(Verordening nr. 4064/89 van de Raad, art. 8, lid 2)
5. Mededinging - Concentraties - Beoordeling van verenigbaarheid met gemeenschappelijke markt - Verbintenissen van betrokken ondernemingen om aangemelde concentratie verenigbaar te maken - Concentratie tussen ondernemingen die actief zijn op markt van kleine elektrische huishoudelijke apparaten - Verbintenis om merklicenties te verlenen - Beperkte afnameverplichting opgelegd aan licentiehouder - Toelaatbaarheid - Voorwaarden
(Verordening nr. 4064/89 van de Raad, art. 8, lid 2)
6. Mededinging - Concentraties - Beoordeling van verenigbaarheid met gemeenschappelijke markt - Geen ontstaan of versterking van machtspositie die mededinging belemmert - Beoordelingscriteria - Geen aanzienlijke overlapping tussen partijen bij concentratie - Relevantie - Grenzen
(Verordening nr. 4064/89 van de Raad, art. 2, leden 2 en 3)
7. Mededinging - Concentraties - Beoordeling van verenigbaarheid met gemeenschappelijke markt - Geen ontstaan of versterking van machtspositie die mededinging belemmert- Beoordelingscriteria - Aanwezigheid van concurrenten - Relevantie afhankelijk van belang van concurrenten
(Verordening nr. 4064/89 van de Raad, art. 2, leden 2 en 3)
8. Mededinging - Concentraties - Beoordeling van verenigbaarheid met gemeenschappelijke markt - Geen ontstaan of versterking van machtspositie die mededinging belemmert - Autonome beoordeling van verschillende betrokken productmarkten - Grenzen - Noodzaak rekening te houden met algehele mededingingssituatie en met factoren die economische macht van uit concentratie ontstane entiteit kunnen versterken - Ontbreken van ernstig gevaar in geval van concentratie van omzet van uit concentratie ontstane entiteit in niet gedomineerde sectoren niet aangetoond
(Verordening nr. 4064/89 van de Raad, art. 2, leden 2 en 3)
9. Procedure - Interventie - Middel dat door verzoeker niet is aangevoerd - Niet-ontvankelijkheid
(Statuut-EG van Hof van Justitie, art. 37, derde en vierde alinea; Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 116, lid 3)
10. Mededinging - Concentraties - Beoordeling van verenigbaarheid met gemeenschappelijke markt - Verbintenissen van betrokken ondernemingen om aangemelde concentratie verenigbaar met gemeenschappelijke markt te maken - Noodzakelijke verenigbaarheid met artikel 81 EG - Verbintenis om merklicenties te verlenen met clausule die licentiehouder verplicht, verkoop te concentreren op grondgebied van lidstaat - Toelaatbaarheid
(Art. 81, leden 1 en 3, EG; verordening nr. 4064/89 van de Raad, art. 2, lid 1)
Samenvatting
$$1. Een beschikking van de Commissie waarbij de verenigbaarheid van een concentratie met de gemeenschappelijke markt wordt vastgesteld, raakt ondernemingen die geen partij zijn bij de concentratie en die niet de adressaat van de beschikking zijn, slechts individueel in de zin van artikel 230, vierde alinea, EG, indien zij hen treft uit hoofde van bepaalde bijzondere hoedanigheden of van een feitelijke situatie die hen ten opzichte van ieder ander karakteriseert en hen derhalve individualiseert op soortgelijke wijze als de adressaat.
Hoewel de loutere deelneming aan de procedure die tot de beschikking heeft geleid, op zichzelf niet voldoende is om vast te stellen dat een derde onderneming door de beschikking individueel wordt geraakt - vooral niet op het gebied van concentraties, waarbij een nauwkeurig onderzoek regelmatige contacten met talrijke ondernemingen vereist - vormt een actieve deelname aan de administratieve procedure niettemin een element waarmee in mededingingszaken geregeld rekening wordt gehouden, ook op het meer specifieke gebied van de controle op concentraties, om in combinatie met andere specifieke omstandigheden de ontvankelijkheid van een beroep van een derde vast te stellen.
Wanneer de partijen bij een concentratie actief zijn op oligopolide markten die met name worden gekenmerkt door hoge drempels, die voortvloeien uit de grote merkvastheid en uit de moeilijke toegang tot de detailhandel, is een beroep van een dergelijke onderneming die actief heeft deelgenomen aan de procedure en kan aanvoeren een potentiële concurrent te zijn, ontvankelijk.
( cf. punten 91, 95, 99 )
2. Artikel 18, lid 1, van verordening nr. 447/98 betreffende de aanmeldingen, de termijnen en het horen van betrokkenen en derden overeenkomstig verordening nr. 4064/89 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen moet aldus worden uitgelegd dat, hoewel partijen bij een concentratie de Commissie er niet toe kunnen verplichten rekening te houden met (gewijzigde) verbintenissen die zijn meegedeeld na de daarvoor gestelde termijn van drie weken, het daarentegen voor de Commissie wel mogelijk moet zijn om, indien zij meent over voldoende tijd te beschikken om ze te beoordelen, de concentratie op basis van deze verbintenissen goed te keuren, zelfs wanneer de wijzigingen na die termijn zijn aangebracht.
De inaanmerkingneming van dergelijke na afloop van de termijn ingediende wijzigingen respecteert ook de mededeling betreffende op grond van de verordeningen nrs. 4064/89 en 447/98 aanvaardbare corrigerende maatregelen, die de Commissie heeft vastgesteld en waardoor zij gebonden is voorzover deze niet afwijkt van het Verdrag en van verordening nr. 4064/89, indien die wijzigingen kunnen worden aangemerkt als beperkte wijzigingen in de zin van punt 37 van die mededeling.
( cf. punten 140, 143, 150 )
3. Verordening nr. 4064/89 noch de mededeling van de Commissie betreffende op grond van de verordeningen nrs. 4064/89 en 447/98 aanvaardbare corrigerende maatregelen bepaalt uitdrukkelijk welke soort verbintenissen aan het einde van de tweede fase of in het kader van de eerste fase kunnen of moeten worden aanvaard. Aangezien verordening nr. 4064/89 tot doel heeft te voorkomen dat marktstructuren ontstaan of worden versterkt die de daadwerkelijke mededinging op de gemeenschappelijke markt aanzienlijk kunnen belemmeren, moeten de voorgestelde verbintenissen de Commissie in staat stellen te concluderen dat de betrokken concentratie geen machtspositie dreigt te doen ontstaan of te versterken. In dit opzicht is er geen verschil tussen de aard van de verbintenissen die in de eerste fase en die welke in de tweede fase worden aangegaan, ook al moeten de eerste verbintenissen, gelet op het feit dat in de loop van de eerste fase geen diepgaand marktonderzoek plaatsvindt, niet enkel tot de conclusie kunnen leiden dat de concentratie geen machtspositie dreigt te doen ontstaan of te versterken, maar ook volstaan om elke twijfel daaromtrent weg te nemen.
Ook al vormt de overdracht van activa doorgaans de corrigerende maatregel die het meest geschikt is om een mededingingsprobleem op eenvoudige wijze te verhelpen, met name in het geval van een horizontale overlapping, dan nog kan niet bij voorbaat worden uitgesloten dat een licentieovereenkomst een doeltreffende maatregel kan vormen om de geconstateerde mededingingsproblemen te verhelpen. Zo kan niet bij voorbaat worden uitgesloten, dat ook verbintenissen die op het eerste gezicht louter op gedragingen betrekking lijken te hebben, zoals het niet gebruiken van een merk gedurende een bepaalde periode of het ter beschikking stellen van een deel van de productiecapaciteit van de uit de concentratie voortgekomen entiteit aan een derde, dan wel, meer in het algemeen, de toegang op niet-discriminerende voorwaarden tot belangrijke infrastructuur, het ontstaan of de versterking van een machtspositie kunnen verhinderen. Hoewel de doeltreffendheid van een dergelijke merklicentie afhangt van diverse factoren die moeilijker controleerbaar zijn dan een overdracht van activa, kan niet bij voorbaat worden uitgesloten dat de Commissie in staat is om de in het kader van de eerste fase relevante parameters te beoordelen.
Indien noch de betrokken mededingingsproblemen, noch de aard van de door de betrokken ondernemingen voorgestelde verbintenissen eraan in de weg staan dat de Commissie aanneemt dat de ernstige twijfel aan het einde van de eerste fase kan worden weggenomen, geeft de Commissie geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting door de tweede fase niet in te leiden.
( cf. punten 169-170, 176, 181-182 )
4. Een verbintenis die alleen op gedragingen betrekking heeft, kan de mededingingsproblemen waartoe een concentratie aanleiding geeft, oplossen indien zij het ontstaan of de versterking van een machtspositie verhindert. Bij een concentratie tussen ondernemingen die actief zijn op de markt van kleine elektrische huishoudelijke apparaten, waar merken de belangrijkste mededingingsfactor vormen, is dat het geval voor een verbintenis om merklicenties te verlenen. Die verbintenis moet evenwel van een zodanige duur zijn dat zij, gelet op de gemiddelde levensduur van de betrokken producten, de licentiehouders in staat stelt om gedurende de overgangsperiode waarin zij hun eigen merk kunnen gebruiken in combinatie met het merk waarvoor de licentie is verleend (,co-branding), de overschakeling van dit merk naar hun eigen merken te verzekeren, opdat deze merken na afloop van deze overgangsperiode daadwerkelijk met het betrokken merk kunnen concurreren.
( cf. punten 191-193, 195, 205, 207, 210 )
5. In het kader van een verbintenis van de partijen bij een concentratie om merklicenties te verlenen aan verschillende licentiehouders in verschillende lidstaten voor verschillende producten teneinde de mededingingsproblemen op te lossen, is een met het oog op de instandhouding van de werkgelegenheid in bepaalde fabrieken voor een beperkte periode van twee jaar aan een van de licentiehouders opgelegde clausule die voorziet in een gedeeltelijke afnameverplichting tegen een prijs die gelijk is aan de fabrieksprijs vermeerderd met de kosten, en die slechts betrekking heeft op één van de licentieproducten, aanvaardbaar aangezien zij niet tot een versterking van de positie van de uit de concentratie ontstane entiteit leidt, en evenmin afbreuk doet aan de doeltreffendheid van de licentie. Dit geldt ook voor de loutere mogelijkheid voor de licentiehouders om zich in het kader van een dergelijke verbintenis te bevoorraden bij de nieuwe entiteit.
( cf. punten 238-242 )
6. Het daadwerkelijke ontbreken van een aanzienlijke overlapping tussen de partijen bij een concentratie kan de ernstige twijfel met betrekking tot de verenigbaarheid van de concentratie met de gemeenschappelijke markt zelfs wegnemen voor de productmarkten waarop de uit de concentratie ontstane nieuwe entiteit een marktaandeel van meer dan 40 % bezit, aangezien de machtspositie in dat geval niet door de concentratie wordt veroorzaakt of versterkt, maar reeds bestond.
Om de rechter in staat te stellen zijn wettigheidstoetsing naar behoren te verrichten, mag een beschikking van de Commissie waarbij wordt vastgesteld dat de concentratie geen ernstige twijfel doet rijzen, omdat er geen sprake is van overlapping, zich evenwel niet beperken tot het vermelden van de marktaandelen van de betrokken partijen met een marge van 10 %. Hoewel aangenomen mag worden dat er geen sprake is van aanzienlijke overlapping wanneer een van de partijen een marktaandeel van om en nabij de 0 % heeft, kan dit immers heel anders liggen wanneer het marktaandeel bijna 10 % bedraagt.
Hoewel bij een eerste onderzoek door de Commissie van de mededingingssituatie op een individuele productmarkt dit ontbreken van een aanzienlijke overlapping een geldige reden is om te concluderen dat er geen sprake is van ernstige twijfel, behoeft er daarentegen bij een meer globaal onderzoek van alle productmarkten van een betrokken land met dit element geen rekening meer te worden gehouden.
( cf. punten 318, 320-321, 326 )
7. De enkele vaststelling dat de uit een concentratie ontstane entiteit een marktaandeel van 40 % of meer heeft, maar het hoofd zal moeten bieden aan concurrenten, wil nog niet zeggen dat de concentratie voor deze markt geen ernstige twijfel doet rijzen. De aanwezigheid van concurrenten vormt alleen dan een factor die de machtspositie van die entiteit kan verminderen of zelfs uitschakelen, indien deze concurrenten een sterke positie innemen die een reëel tegenwicht kan bieden.
( cf. punt 329 )
8. Wanneer de Commissie bij het onderzoek van de vraag of een aangemelde concentratie ernstige twijfel doet rijzen over de verenigbaarheid ervan met de gemeenschappelijke markt, uitgaat van de vaststelling dat alle door de partijen bij de concentratie in de handel gebrachte producten een afzonderlijke markt vormen, en dat ook de verschillende nationale markten verschillend zijn, moet zij de mededingingssituatie voor elke markt afzonderlijk analyseren.
Het afzonderlijke karakter van de verschillende productmarkten is evenwel niet absoluut. Het kan noodzakelijk zijn om bij de beoordeling van een bepaalde productmarkt rekening te houden met de mededingingssituatie die geldt voor alle andere productmarkten in de betrokken lidstaat samen.
Deze inaanmerkingneming van de algehele mededingingssituatie is vooral gerechtvaardigd wanneer de partijen bij de concentratie actief zijn in een sector waar het merk de voornaamste concurrentiefactor vormt, en de bekendheid van het merk ten goede komt aan alle van dit merk voorziene producten, ook al behoren deze tot verschillende markten.
Ook kan de Commissie zich met het oog op de beoordeling van de concurrentiepositie van een onderneming genoopt zien rekening te houden met het merkenportfolio van deze onderneming of met de omstandigheid dat zij op tal van de betrokken productmarkten over grote marktaandelen beschikt.
Indien dit onderzoek van de algemene mededingingssituatie ernstige twijfel doet rijzen over de verenigbaarheid van de geplande concentratie met de gemeenschappelijke markt, gelet op de mogelijkheid dat een machtspositie ontstaat of wordt versterkt, kan de Commissie die twijfel niet opzij zetten op grond van het feit dat hij slechts reëel is indien de markten waarop de door de concentratie gecreëerde machtspositie zich zou doen gevoelen, een wezenlijk deel opleveren van de omzet van de uit de concentratie ontstane entiteit, die dan de mededinging zou kunnen verstoren zonder het risico te lopen dat de distributeurs dat gedrag bestraffen door zich af te wenden van haar producten op de markten waar zij - hoewel zij er geen machtspositie heeft - het grootste deel van haar omzet realiseert (assortiment-effect).
Nog afgezien van het feit dat verordening nr. 4064/89 niet het misbruik van een machtspositie, maar het ontstaan of de versterking daarvan verbiedt, kunnen de onontkoombaarheid en de ontradende werking van de mogelijke represailles van de distributeurs, en dus het ontbreken van enig gevaar dat de uit de concentratie ontstane entiteit misbruik zou maken van haar machtspositie, niet worden verondersteld, maar moet de Commissie zulks rechtens genoegzaam bewijzen.
( cf. punten 339, 342-343, 349, 353, 360, 362-365 )
9. Artikel 37, derde alinea, van het Statuut van het Hof en artikel 116, lid 3, van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht verzetten zich er weliswaar niet tegen dat de interveniënt nieuwe argumenten aanvoert of andere argumenten dan de partij die hij ondersteunt, daar hij zijn betoog anders zou moeten beperken tot een herhaling van de in het verzoekschrift aangevoerde argumenten, doch staan hem niet toe, het in het verzoekschrift omschreven kader van het geding te wijzigen door nieuwe middelen aan te voeren. Aangezien een interveniënt volgens artikel 116, lid 3, van het Reglement voor de procesvoering het geding moet aanvaarden in de stand op het ogenblik van tussenkomst, en de conclusies van het verzoek tot tussenkomst volgens artikel 37, vierde alinea, van het Statuut slechts kunnen strekken tot ondersteuning van de conclusies van een der partijen, is een interveniënt niet bevoegd een middel aan te voeren dat niet is aangevoerd door de verzoeker. Een dergelijk middel moet niet-ontvankelijk worden verklaard.
( cf. punten 417-418 )
10. De Commissie kan bij de toepassing van verordening nr. 4064/89 geen verbintenissen aanvaarden die in strijd zijn met de mededingingsregels van het Verdrag omdat zij de handhaving of ontwikkeling van een daadwerkelijke mededinging op de gemeenschappelijke markt aantasten. In deze context dient de Commissie de verenigbaarheid van deze verbintenissen met name te toetsen aan de criteria van artikel 81, leden 1 en 3, EG.
Een clausule die in het kader van een door de partijen bij een concentratie aangegane verbintenis om merklicenties te verlenen, een licentiehouder ertoe verplicht zich bij de verkoop van producten die onder de licentie vallen, te concentreren op zijn eigen grondgebied, heeft in beginsel niet tot doel, noch tot gevolg dat de mededinging wordt beperkt in de zin van artikel 81, lid 1, EG. Zelfs indien zij aldus zou moeten worden uitgelegd dat zij licentiehouders verbiedt om producten onder het betrokken merk uit te voeren naar andere lidstaten, zou zij de mededinging op de betrokken markten in de Gemeenschap niet merkbaar kunnen beperken of de handel tussen de lidstaten niet merkbaar ongunstig kunnen beïnvloeden in de zin van die bepaling, wanneer duidelijk is dat de betrokken productmarkten een nationale dimensie hebben en noemenswaardige parallelhandel ontbreekt.
( cf. punten 421-423 )
Partijen
In zaak T-114/02,
BaByliss SA, gevestigd te Montrouge (Frankrijk), vertegenwoordigd door J.-P. Gunther, advocaat,
verzoekster,
ondersteund door
De'LonghiSpA, gevestigd te Treviso (Italië), vertegenwoordigd door M. Merola, D. Domenicucci en I. van Schendel, advocaten,
interveniënte,
tegen
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door V. Superti, K. Wiedner en F. Lelièvre als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg,
verweerster,
ondersteund door
SEB SA, gevestigd te Écully (Frankrijk), vertegenwoordigd door D. Voillemot en S. Hautbourg, advocaten,
interveniënte,
betreffende een beroep tot nietigverklaring van beschikking SG (2002) D/228078 van de Commissie van 8 januari 2002 waarbij deze heeft besloten zich niet te verzetten tegen de concentratie van SEB en Moulinex en deze verenigbaar met de gemeenschappelijke markt en de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte te verklaren, op voorwaarde dat de voorgestelde verbintenissen worden nagekomen (zaak COMP/M.2621 - SEB/Moulinex),
wijst
HET GERECHT VAN EERSTE AANLEG (Derde kamer),
samengesteld als volgt: K. Lenaerts, kamerpresident, J. Azizi en M. Jaeger, rechters,
griffier: J. Palacio González, hoofdadministrateur,
gezien de stukken en na de terechtzitting op 9 oktober 2002,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
Rechtskader
1 Krachtens artikel 1 van verordening (EEG) nr. 4064/89 van de Raad van 21 december 1989 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen [PB L 395, blz. 1, met rectificatie in PB 1990, L 257, blz. 13, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1310/97 van de Raad van 30 juni 1997 (PB L 180, blz. 1); hierna: verordening nr. 4064/89"], geldt deze verordening voor concentraties die van communautaire dimensie zijn in de zin van artikel 1, leden 2 en 3.
2 Ingevolge artikel 4, lid 1, van verordening nr. 4064/89 moeten concentraties van communautaire dimensie vooraf worden aangemeld bij de Commissie.
3 Artikel 7, lid 1, van verordening nr. 4064/89 bepaalt dat een concentratie van communautaire dimensie niet tot stand kan worden gebracht zolang zij niet is aangemeld en met de gemeenschappelijke markt verenigbaar is verklaard. Op grond van artikel 7, lid 4, kan de Commissie evenwel op verzoek ontheffing verlenen van deze verplichting tot opschorting van de concentratie.
4 Artikel 6, lid 1, sub b, van verordening nr. 4064/89 bepaalt dat indien de Commissie constateert dat de aangemelde concentratie weliswaar binnen het toepassingsgebied van de verordening valt, maar er geen ernstige twijfel bestaat over de verenigbaarheid ervan met de gemeenschappelijke markt, zij besluit zich er niet tegen te verzetten en zij haar verenigbaar met de gemeenschappelijke markt verklaart (hierna: eerste fase").
5 Indien de Commissie daarentegen constateert dat de aangemelde concentratie binnen het toepassingsgebied van verordening nr. 4064/89 valt en er ernstige twijfel bestaat over de verenigbaarheid ervan met de gemeenschappelijke markt, moet zij overeenkomstig artikel 6, lid 1, sub c, van verordening nr. 4064/89 beslissen de procedure in te leiden (hierna: tweede fase").
6 Artikel 6, lid 2, van verordening nr. 4064/89 luidt:
Indien de Commissie constateert dat er, ingevolge door de betrokken ondernemingen aangebrachte wijzigingen, niet langer ernstige twijfel in de zin van lid 1, sub c, bestaat ten aanzien van een aangemelde concentratie, kan zij besluiten de concentratie verenigbaar te verklaren met de gemeenschappelijke markt overeenkomstig lid 1, sub b.
De Commissie kan aan haar beschikking krachtens lid 1, sub b, voorwaarden en verplichtingen verbinden die moeten waarborgen dat de betrokken ondernemingen de verbintenissen nakomen die zij tegenover de Commissie zijn aangegaan om de concentratie verenigbaar te maken met de gemeenschappelijke markt."
7 Ingevolge artikel 18, lid 1, van verordening (EG) nr. 447/98 van de Commissie van 1 maart 1998 betreffende de aanmeldingen, de termijnen en het horen van betrokkenen en derden overeenkomstig verordening (EEG) nr. 4064/89 (PB L 61, blz. 1) moeten de verbintenissen die door de betrokken ondernemingen overeenkomstig artikel 6, lid 2, van verordening [...] nr. 4064/89 aan de Commissie worden voorgesteld met het doel een beschikking op grond van artikel 6, lid 1, sub b, van die verordening te verkrijgen, [...] binnen drie weken na de datum van ontvangst van de aanmelding bij de Commissie worden ingediend".
8 In de mededeling betreffende op grond van verordening nr. 4064/89 en verordening nr. 447/98 aanvaardbare corrigerende maatregelen (PB 2001, C 68, blz. 3; hierna: mededeling betreffende corrigerende maatregelen"), zet de Commissie de richtsnoeren uiteen die zij met betrekking tot verbintenissen wil gaan volgen.
9 Krachtens artikel 21, lid 1, van verordening nr. 4064/89 is de Commissie bij uitsluiting bevoegd de in deze verordening bedoelde beschikkingen te geven. Voorts bepaalt artikel 21, lid 2, dat de lidstaten hun nationale mededingingswetgeving niet toepassen op concentraties van communautaire dimensie.
10 Op grond van artikel 9, lid 2, sub a, van verordening nr. 4064/89 kan de Commissie het onderzoek van een concentratie van communautaire dimensie evenwel naar de lidstaten verwijzen, wanneer deze concentratie een machtspositie dreigt te doen ontstaan of te versterken waardoor de daadwerkelijke mededinging aanzienlijk zal worden belemmerd op een markt in die lidstaat die alle kenmerken vertoont van een afzonderlijke markt.
Aan het geschil ten grondslag liggende feiten
I - De betrokken ondernemingen
11 Het onderhavige beroep, dat is ingesteld door BaByliss SA (hierna ook: verzoekster"), strekt tot nietigverklaring van de beschikking waarbij de Commissie heeft besloten de concentratie van SEB en Moulinex onder voorwaarden goed te keuren.
12 Verzoekster is een Franse onderneming die wordt gecontroleerd door de Amerikaanse Conair-groep. Zij is gespecialiseerd in de productie van en handel in kleine elektrische huishoudelijke apparaten voor schoonheidsverzorging (zoals haardrogers, krultangen en -borstels, tondeuses, epileerapparaten voor vrouwen en apparaten voor lichaamsverzorging). De Conair-groep is in de Verenigde Staten en de rest van de wereld voornamelijk onder de merken Conair, BaByliss, Interplak, Forfex, Cuisinart, Revlon en Vidal Sassoon actief op alle marktsegmenten van kleine elektrische huishoudelijke apparaten (keuken-, schoonheidsverzorgings- en schoonmaaksegment).
13 SEB is een Franse onderneming die wereldwijd kleine elektrische huishoudelijke apparaten ontwerpt, produceert en verhandelt. Zij brengt haar producten in meer dan 120 landen in de handel onder twee merken met een internationale dimensie (Tefal en Rowenta) en vier lokale merken (Calor en SEB in Frankrijk en België, Arno in Brazilië en de Mercosur-landen, en Samurai in de landen van het Andespact). Onder deze verschillende merken brengt SEB de volgende categorieën producten op de markt: keukenapparaten (miniovens, friteuses, broodroosters, tafelkookgerei"), apparaten voor de bereiding van warme dranken (koffiezetapparaten, espressoapparaten, waterkokers), keukenmachines, strijkijzers en stoomstrijksystemen, apparaten voor persoonlijke verzorging (epileerapparaten, apparaten voor haarverzorging, scheerapparaten, enz.), stofzuigers, ventilatieapparaten, apparaten voor huisverwarming en keukengerei.
14 Ook Moulinex is een Franse onderneming die wereldwijd kleine elektrische huishoudelijke apparaten ontwerpt, produceert en verhandelt. Zij brengt dezelfde categorieën producten op de markt als SEB, onder twee internationale merken (Moulinex en Krups) en één lokaal merk (Swan in het Verenigd Koninkrijk). Daarnaast brengt Moulinex ook magnetrons op de markt.
II - De nationale procedure
15 Op 7 september 2001 werd voor het Tribunal de commerce te Nanterre tegen de Moulinex-groep een faillissementsprocedure ingeleid. Naar Frans recht dienden de door het Tribunal de commerce benoemde curatoren vast te stellen of de betrokken onderneming haar activiteiten kon voortzetten, door derden moest worden overgenomen, of moest worden geliquideerd. Aangezien voortzetting van de activiteiten van Moulinex in casu niet mogelijk bleek, probeerden de curatoren een onderneming te vinden die Moulinex geheel of gedeeltelijk kon overnemen.
16 In het kader van deze procedure toonde SEB belangstelling om bepaalde activiteiten op het gebied van kleine elektrische huishoudelijke apparaten van Moulinex over te nemen, te weten:
- het gebruiksrecht van de merken Moulinex, Krups en Swan voor alle betrokken producten;
- een deel van het productieapparaat (acht van de in totaal achttien fabrieken, alsmede bepaalde bedrijfsinstallaties in niet over te nemen fabrieken) om ten minste bepaalde modellen uit het totale Moulinex-assortiment - met uitzondering van stofzuigers en magnetrons - te kunnen produceren;
- bepaalde verkoopmaatschappijen, doch in Europa enkel de Duitse en Spaanse maatschappijen.
17 Bij brief van 25 september 2001 heeft BaByliss, die haar activiteiten op het gebied van kleine elektrische huishoudelijke apparaten in Frankrijk en elders in de wereld wenste uit te breiden, bij de curatoren van Moulinex een bod uitgebracht op alle activiteiten van Krups ter wereld, dat met name sloeg op het materieel, de fabrieken, de voorraden, de industriële eigendomsrechten en de distributiekanalen van Krups.
18 Bij vonnis van 22 oktober 2001 keurde het Tribunal de commerce te Nanterre de door SEB voorgestelde overname goed.
III - De procedure voor de Commissie
19 Op 27 september 2001 verleende de Commissie op verzoek van SEB een ontheffing overeenkomstig artikel 7, lid 4, van verordening nr. 4064/89. Deze beschikking van de Commissie was voornamelijk gebaseerd op het feit dat de curatoren hadden geëist dat elk overnamebod onvoorwaardelijk moest zijn. De door de Commissie verleende ontheffing was beperkt tot het beheer van de overgenomen activa.
20 Op 13 november 2001 ontving de Commissie overeenkomstig artikel 4 van verordening nr. 4064/89 de aanmelding van de voorgenomen overname van bepaalde activa van Moulinex door SEB.
21 Op 21 november 2001 publiceerde de Commissie de in artikel 4, lid 3, van verordening nr. 4064/89 bedoelde kennisgeving in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. In punt 4 van deze kennisgeving verzocht zij belanghebbende derden [...] hun eventuele opmerkingen over de voorgenomen concentratie te maken".
22 Naar aanleiding van deze kennisgeving heeft BaByliss, gelet op de aanzienlijke mededingingsbeperkende gevolgen van de samenwerking tussen SEB en Moulinex in de sector waarin zij binnenkort haar entree wilde maken, de Commissie bij brieven van 27 en 29 november 2001 haar ongerustheid over deze voorgenomen concentratie meegedeeld. BaByliss verklaarde dat zij zich zou positioneren als potentiële concurrent van SEB/Moulinex in de branche van kleine elektrische huishoudelijke apparaten, en met name in de sector van de kleine keukenapparaten, waarin zij actief is onder het handelsmerk Cuisinart. Bij schrijven van 29 november 2001, gevoegd bij de brief van diezelfde datum, zond BaByliss de Commissie een voorstel voor de volledige overname van Moulinex, inclusief alle personeel en activa van Moulinex in Frankrijk, alsmede een businessplan van Cuisinart (Stratégie Cuisinart en France") van november 2001.
23 Bij brief van 30 november 2001 beantwoordde BaByliss de door de Commissie aan de concurrenten gerichte vragenlijst, die de Commissie haar op 27 november 2001 had toegezonden.
24 Op 5 december 2001 hebben de partijen bij de concentratie aan de Commissie verbintenissen voorgesteld.
25 Diezelfde dag hadden de vertegenwoordigers van BaByliss een onderhoud met de Commissie aangaande de voorgenomen concentratie.
26 Bij brief van 6 december 2001 stelde BaByliss de Commissie in kennis van haar bezwaren tegen een eventuele op artikel 9 van verordening nr. 4064/89 gebaseerde (gedeeltelijke) verwijzing van de concentratie door de Commissie naar de nationale mededingingsautoriteiten die om deze verwijzing zouden verzoeken.
27 Op 7 december 2001 verzochten de Franse mededingingsautoriteiten de Commissie overeenkomstig artikel 9, lid 2, sub a, van verordening nr. 4064/89 om een gedeeltelijke verwijzing in verband met de gevolgen van de betrokken concentratie voor de mededinging op bepaalde afzetmarkten van kleine elektrische huishoudelijke apparaten in Frankrijk.
28 Op 18 december 2001 wijzigden de partijen bij de concentratie naar aanleiding van de kritiek van de Commissie hun oorspronkelijke verbintenissen.
29 Op 20 december 2001 diende BaByliss bij de Commissie haar opmerkingen in aangaande de marktaandelen die SEB/Moulinex in de door de Commissie onderzochte productcategorieën als gevolg van de betrokken concentratie in handen zou hebben.
30 Bij brief van 21 december 2001 beantwoordde BaByliss een vragenlijst betreffende de verbintenissen van de partijen bij de concentratie, die de Commissie haar op 20 december 2001 had toegezonden.
31 Naar aanleiding van opmerkingen van belanghebbende derden hebben de partijen bij de concentratie hun verbintenissen opnieuw gewijzigd.
32 Op 28 december 2001 diende verzoekster een voorstel in voor de gedeeltelijke overname van Moulinex.
33 Op 3 januari 2002 heeft BaByliss haar antwoord op de vragenlijst betreffende de verbintenissen van de partijen bij de concentratie, die de Commissie haar op 20 december 2001 had toegezonden, aangevuld. Bovendien heeft zij nogmaals blijk gegeven van haar belangstelling voor de gehele of gedeeltelijke overname van de activa van Moulinex. Ook uitte zij opnieuw haar bezorgdheid over haar positie en over de machtspositie van SEB/Moulinex die als gevolg van de betrokken concentratie zou ontstaan met betrekking tot een aantal categorieën kleine elektrische huishoudelijke apparaten in de voornaamste Europese landen.
34 Op 8 januari 2002 keurde de Commissie overeenkomstig artikel 6, leden 1, sub b, en 2, van verordening nr. 4064/89 en artikel 57 van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte de concentratie van SEB en Moulinex onder voorwaarden goed (hierna: bestreden beschikking").
35 Deze beschikking betreft evenwel niet de Franse markt, aangezien de Commissie op diezelfde datum is ingegaan op het verzoek om gedeeltelijke verwijzing van de zaak naar de Franse autoriteiten.
36 Op 8 juli 2002 heeft de Franse minister van Economische zaken de concentratie zonder oplegging van verbintenissen goedgekeurd op basis van de theorie van de reddingsfusie".
De bestreden beschikking
I - De betrokken productmarkten
37 Volgens punt 16 van de bestreden beschikking is de bij de onderhavige concentratie betrokken economische sector die van de verkoop van kleine elektrische huishoudelijke apparaten. Deze sector omvat dertien productcategorieën: friteuses; miniovens; broodroosters; sandwichapparaten en wafelijzers; tafelkookgerei" (zoals steengrills, wokken, fondue- en raclettestellen); elektrische barbecues en tafelgrills; rijstkokers en stoompannen; elektrische koffiezetapparaten; waterkokers; espressoapparaten; mixers en keukenmachines; strijkijzers en stoomstrijksystemen; apparaten voor persoonlijke verzorging (gezondheids- en schoonheidsapparaten). De eerstgenoemde elf productcategorieën behoren tot de keukenapparaten.
38 Volgens de Commissie kan elk van de categorieën kleine huishoudelijke apparaten een afzonderlijke productmarkt vormen (punt 25 van de bestreden beschikking). De conclusies van de Commissie zijn hoofdzakelijk gebaseerd op een analyse van de mogelijke vraagsubstitutie, voorzover elke categorie een eigen functie heeft en voor een afzonderlijk eindverbruik is bestemd. Bovendien sluit de Commissie aanbodsubstitutie uit. Zelfs wanneer alle producenten in staat zouden zijn om alle soorten kleine huishoudelijke apparaten te produceren, dan nog immers kan de toegang tot een nieuwe productmarkt aanzienlijke tijd en kosten vergen.
II - De betrokken geografische markten
39 De Commissie meent dat aan het einde van de eerste fase een nationale definitie van de betrokken geografische markten het meest aannemelijk lijkt" (punt 30 van de bestreden beschikking).
III - Belang van het merk
40 De Commissie stelt vast dat merken voor de eindverbruikers tot de voornaamste keuzefactoren behoren en daarmee een van de hoofdelementen vormen van de mededinging tussen producenten van kleine elektrische huishoudelijke apparaten (punt 36 van de bestreden beschikking).
41 In dit verband voert zij aan dat SEB en Moulinex aanzienlijke bedragen uitgeven om hun merkbekendheid te behouden (punt 38 van de bestreden beschikking). Verder betreffen de bij de verkoop van Moulinex ontvangen aanbiedingen niet zozeer de productie-eenheden, maar vrijwel uitsluitend de merken van deze groep (punt 39 van de bestreden beschikking).
IV - Analyse van de mededinging
42 De Commissie verwerpt in de eerste plaats het argument dat de gevolgen van de litigieuze concentratie voor de mededinging niet verschillen van die van de mededingingssituatie die door de liquidatie van de Moulinex-groep zou zijn ontstaan. In dit verband verklaart zij:
Een dergelijk betoog moet na de eerste onderzoeksfase worden verworpen, aangezien een aantal ondernemingen reeds vanaf het begin van de faillissementsprocedure tegen de Moulinex-groep te kennen had gegeven de merken van deze groep te willen overnemen. Bovendien valt niet uit te sluiten dat bepaalde bedrijfsinstallaties of industriële eigendomsrechten zouden zijn overgenomen door andere ondernemingen dan SEB. Gelet op het belang van het merk op de betrokken markten, zouden deze overnemers waarschijnlijk in staat zijn geweest om het concurrentievermogen van Moulinex geheel of gedeeltelijk te herstellen" (punt 41 van de bestreden beschikking).
43 Aan het einde van haar analyse komt de Commissie tot de conclusie dat er ernstige twijfel bestaat over de verenigbaarheid van de aangemelde concentratie met de gemeenschappelijke markt op een aantal markten van keukenapparaten (punt 44 van de bestreden beschikking). Ten aanzien van de in de bestreden beschikking onderzochte geografische markten stelt zij dat:
- in Portugal, Griekenland, België en Nederland, landen waar SEB en Moulinex vóór de concentratie soms sterke posities innamen in de sector kleine elektrische huishoudelijke apparaten, de marktpositie van SEB door de toevoeging van Moulinex wordt versterkt, en de concentratie voor een groot deel van de betrokken productcategorieën leidt tot aanzienlijke marktaandelen. Volgens de Commissie zal deze macht op de markt nog worden vergroot door een uniek portfolio met verschillende merken, terwijl marktdeelnemers als Philips, Braun en Taurus elk slechts over één merk beschikken (punten 43 en 45-47 van de bestreden beschikking);
- de concentratie in Duitsland, Oostenrijk, Denemarken, Zweden en Noorwegen op een aantal productmarkten een wezenlijke verandering van de mededingingsvoorwaarden met zich brengt (punt 43 van de bestreden beschikking);
- ten slotte, de mededingingsvoorwaarden in de andere lidstaten door de concentratie slechts marginaal worden gewijzigd (punt 43 van de bestreden beschikking).
44 Volgens de Commissie bestaat er dus ernstige twijfel over de verenigbaarheid van de aangemelde concentratie met de gemeenschappelijke markt, en wel op de volgende markten (punt 128 van de bestreden beschikking):
- Duitsland: friteuses en barbecues/grills;
- Oostenrijk: friteuses en tafelkookgerei";
- België: keukenmachines, espressoapparaten, waterkokers, broodroosters, tafelkookgerei", barbecues/grills, en strijkijzers en stoomstrijksystemen;
- Denemarken: friteuses en draagbare ovens;
- Griekenland: friteuses, waterkokers, sandwichapparaten en wafelijzers, espressoapparaten en keukenmachines;
- Noorwegen: friteuses en draagbare ovens;
- Nederland: friteuses, espressoapparaten, miniovens, tafelkookgerei", barbecues/grills, en strijkijzers en stoomstrijksystemen;
- Portugal: friteuses, broodroosters, elektrische koffiezetapparaten, espressoapparaten, waterkokers, miniovens, sandwichapparaten en wafelijzers, tafelkookgerei", barbecues/grills en keukenmachines;
- Zweden: friteuses.
45 Op de markten van apparaten voor persoonlijke verzorging geeft de concentratie volgens de Commissie daarentegen geen aanleiding tot ernstige twijfel, aangezien op deze markten, hoe zij ook worden gedefinieerd, het gezamenlijke marktaandeel van de partijen in alle landen (behalve Frankrijk) minder dan 20 % bedraagt (punt 44 van de bestreden beschikking).
V - Verbintenissen van de partijen bij de concentratie
46 De door de partijen bij de concentratie voorgestelde verbintenissen kunnen naar het oordeel van de Commissie evenwel de ernstige twijfel over de verenigbaarheid van de concentratie wegnemen, aangezien zij een duidelijk en rechtstreeks antwoord vormen op de mededingingsproblemen buiten Frankrijk die in de beschikking worden geconstateerd.
47 De oorspronkelijk aangeboden verbintenissen van 5 december 2001 bepaalden dat de producten van het merk Moulinex uit de categorieën friteuses, draagbare ovens, tafelkookgerei", barbecues/grills, strijkijzers en stoomstrijksystemen in de gehele Europese Economische Ruimte (hierna: EER") twee jaar lang niet in de handel zouden worden gebracht. Volgens de Commissie maakten deze oorspronkelijke verbintenissen het voor een andere marktdeelnemer evenwel onmogelijk om de Moulinex-groep te vervangen, en betroffen zij niet alle markten waarvoor de concentratie ernstige twijfel opwerpt (punt 135 van de bestreden beschikking).
48 Op 18 december 2001 hebben de partijen hun voorstel verbeterd, teneinde het uitvoerbaar en doeltreffend te maken" (punt 135 van de bestreden beschikking). Dit voorstel voorzag voor alle productcategorieën in België, Griekenland, Nederland en Portugal, en voor de categorie friteuses in Denemarken, Duitsland, Noorwegen, Oostenrijk en Zweden in een exclusieve licentie voor het gebruik van het merk Moulinex voor de duur van drie jaar (met daaraan gekoppeld de verplichting om gedurende de daaropvolgende periode van een jaar geen producten onder dit merk op de markt te brengen). De houders van een dergelijke licentie zouden verplicht zijn broodroosters, elektrische koffiezetapparaten, waterkokers en keukenmachines te betrekken bij de licentiegever.
49 Derden om wier opmerkingen was gevraagd, hebben evenwel kritiek geuit op deze verbintenissen, met name op de duur van de licentie en de periode waarin de producten niet op de markt zouden worden gebracht, alsmede op de afnameverplichting, het ontbreken van corrigerende maatregelen met betrekking tot de gevolgen van de aangemelde concentratie voor de mededinging op bepaalde markten, het ontbreken van voldoende afzetmogelijkheden om de toetreding van een nieuwe marktdeelnemer op de betrokken markten economisch te rechtvaardigen en het ontbreken van effectieve controle door de licentiehouder van het merk Moulinex bij de speciaal voor friteuses voorziene corrigerende maatregelen, aangezien SEB dit merk voor andere producten kon blijven gebruiken. (punt 136 van de bestreden beschikking).
50 Volgens de bestreden beschikking heeft SEB deze verbintenissen daarop verfijnd" door de merklicentie uit te breiden tot alle kleine elektrische huishoudelijke apparaten in Denemarken, Duitsland, Noorwegen, Oostenrijk en Zweden. Daarmee heeft SEB deze verbintenissen aangepast aan die welke reeds waren aangeboden voor België, Griekenland, Nederland en Portugal. Voorts heeft SEB de looptijd van de licentie verlengd tot vijf jaar (en de duur van de periode waarin de producten niet op de markt zouden worden gebracht tot drie jaar) en de afnameverplichting van de licentiehouder ingetrokken (punt 137 van de bestreden beschikking).
51 In de bestreden beschikking worden de door de Commissie aanvaarde verbintenissen als volgt samengevat:
129 De SEB-groep verbindt zich ertoe om in elk van deze staten met een derde een exclusieve licentieovereenkomst voor het merk Moulinex af te sluiten voor de verkoop van alle dertien categorieën kleine elektrische huishoudelijke apparaten.
130 Deze licentieovereenkomst wordt met een of meer derde partijen afgesloten voor de duur van vijf jaar. Gedurende de looptijd van de licentie en een periode van drie jaar na afloop ervan zal SEB in de betrokken staten geen huishoudelijke apparaten onder het merk Moulinex op de markt brengen. Bovendien verbindt de SEB-groep zich ertoe om in de betrokken landen geen modellen uit het Moulinex-assortiment onder een ander merk dan Moulinex op de markt te brengen, voorzover de licentiehouder ervoor heeft gekozen zich te laten bevoorraden door SEB, dan wel gebruik te maken van een intellectuele-eigendomslicentie.
131 Deze licentie strekt ertoe het gebruik van het merk Moulinex toe te staan teneinde de licentiehouder in staat te stellen zijn eigen merk op de betrokken geografische markten te positioneren of te versterken. Met het oog daarop zal de licentiehouder tijdens de looptijd van de licentie gerechtigd zijn het merk Moulinex te gebruiken, hetzij als enig merk, hetzij in combinatie met zijn eigen merk, en op elk moment van ,co-branding naar zijn eigen merk over te schakelen. SEB zal bevoegd zijn zich ervan te verzekeren dat de licentiehouder(s) het beeldmerk van Moulinex eerbiedigt (eerbiedigen).
132 De licentiehouders hebben in alle betrokken landen de vrije keuze van levering en leveringsvoorwaarden ten aanzien van alle producten. Desgewenst kunnen zij SEB ertoe verplichten een leveringscontract af te sluiten voor (een deel van) de looptijd van de licentieovereenkomst voor alle, dan wel een deel van de genoemde productcategorieën. De omvang van deze leveringen dient 65 % van de verkopen onder het merk Moulinex in het jaar 2000 te bedragen. Opgemerkt zij, dat SEB niettemin voorstelt om de licentiehouder in Duitsland een afnameverplichting voor keukenmachines op te leggen. SEB rechtvaardigt deze uitzondering door te wijzen op de noodzaak van het behoud van werkgelegenheid in de naar aanleiding van het vonnis van het Tribunal de commerce te Nanterre overgenomen fabrieken.
133 Bovendien verbindt de SEB-groep zich ertoe om aan elke licentiehouder die daarom verzoekt de industriële eigendomsrechten (tekeningen en modellen, octrooien en know-how) inzake een of meer modellen uit het Moulinex-assortiment in licentie te geven, zodat deze licentiehouders in staat zullen zijn om deze modellen zelf, dan wel door een derde van hun keus te (laten) produceren.
134 De SEB-groep verbindt zich ertoe om een gemachtigde te benoemen die in de eerste plaats dient te verzekeren dat de SEB-groep haar verbintenissen behoorlijk nakomt. SEB heeft zich ertoe verbonden om de bij de verbintenissen voorziene licentieovereenkomsten binnen een termijn van [...] na de datum van ontvangst van de goedkeuringsbeschikking van de Commissie af te sluiten. Indien SEB binnen deze termijn niet alle overeenkomsten heeft afgesloten, zal de gemachtigde opdracht krijgen om een of meer licentiehouders te vinden en deze overeenkomsten binnen een termijn van [...] af te sluiten. De keuze van deze licentiehouder(s) zal zijn onderworpen aan de goedkeuring van de Commissie."
52 De Commissie is van mening dat deze verbintenissen de uit de aangemelde concentratie voortvloeiende mogelijkheid van herwinning van marktaandelen aanzienlijk zal verkleinen. Zij stelt vast dat enkel de mogelijkheid van herwinning die voortvloeit uit de verkopen onder het merk Krups blijft bestaan. Volgens de Commissie kan de toevoeging van marktaandelen van het merk Krups evenwel alleen tot mededingingsproblemen leiden op de markten van espressoapparaten en tafelkookgerei" in Portugal (punt 139 van de bestreden beschikking).
53 Volgens de Commissie worden met de voorgestelde verbintenissen de voorwaarden voor een daadwerkelijke mededinging duurzaam hersteld. De vijfjarige looptijd van de licentie geeft de licentiehouder immers de mogelijkheid om Moulinex-producten onder zijn eigen merk te verkopen, waarbij het verlies voor SEB beperkt blijft, wanneer deze onderneming het merk Moulinex op de betrokken markten zal kunnen herintroduceren. In dit verband wijst de Commissie erop dat de gemiddelde levensduur van kleine elektrische huishoudelijke apparaten ongeveer drie jaar bedraagt. De overschakeling naar zijn eigen merk wordt bovendien vergemakkelijkt nu de licentiehouder in de betrokken geografische zone de enige is die het merk Moulinex voor alle kleine elektrische huishoudelijke apparaten mag gebruiken (punt 140 van de bestreden beschikking).
54 De Commissie overweegt dat de uitbreiding van de verbintenis om een exclusieve licentie te verlenen tot alle kleine elektrische huishoudelijke apparaten, dus ook de producten ten aanzien waarvan de Commissie geen ernstige twijfel heeft, noodzakelijk is om de doeltreffendheid en uitvoerbaarheid van deze corrigerende maatregelen te verzekeren. Een licentie die slechts een beperkt aantal producten omvat, zou de manoeuvreerruimte voor de licentiehouder om een rebranding" te bewerkstelligen aanzienlijk beperken, omdat het merk Moulinex dan in de betrokken landen door twee concurrerende ondernemingen zou worden gebruikt, namelijk door SEB en door de houder van de tot bepaalde producten beperkte licentie (punt 141 van de bestreden beschikking).
55 De Commissie wijst erop dat de licentiehouder bovendien desgewenst over de mogelijkheid beschikt om geheel zelfstandig Moulinex-producten in productie te nemen, terwijl SEB zal moeten toestaan dat hij gebruik maakt van de nieuwe modellen die zij ontwikkelt voor het Moulinex-assortiment in de landen die niet onder de verbintenissen vallen (punt 142 van de bestreden beschikking).
56 Ten slotte beklemtoont de Commissie dat de licentiehouders ingevolge de verbintenissen marktdeelnemers moeten zijn die reeds op de markt aanwezig, dan wel potentieel tot toetreding in staat zijn, levensvatbaar en onafhankelijk moeten zijn, geen banden mogen hebben met de SEB-groep en dienen te beschikken over de bekwaamheid en motivering die nodig zijn om op de betrokken markten actief en daadwerkelijk te concurreren". Voorts bepalen de verbintenissen dat deze licentiehouders moeten beschikken over een eigen merk dat kan worden gebruikt in combinatie met het merk Moulinex (punt 144 van de bestreden beschikking).
57 In punt 146 van de bestreden beschikking constateert de Commissie dan ook dat de door partijen voorgestelde verbintenissen volstaan om de in deze negen landen gerezen twijfel over de verenigbaarheid van de concentratie met de gemeenschappelijke markt weg te nemen, op voorwaarde dat de partijen de volgende verbintenissen nakomen:
a) de verbintenis om voor de duur van vijf jaar een exclusieve licentie te verlenen om kleine elektrische huishoudelijke apparaten van de dertien in deze beschikking genoemde productcategorieën te verkopen onder het merk Moulinex, zoals omschreven in punt 1, sub a, van de in de bijlage bij deze beschikking genoemde verbintenissen;
b) de verbintenis om in de betrokken landen gedurende de looptijd van de licentie en een daaropvolgende periode van drie jaar geen producten onder het merk Moulinex op de markt te brengen, zoals bepaald in punt 1, sub c;
c) de verbintenis om in de gebieden waarvoor de licentiehouder(s) een leveringscontract heeft (hebben) afgesloten of een intellectuele-eigendomslicentie heeft (hebben) verworven, geen modellen van Moulinex-producten onder een ander merk dan Moulinex op de markt te brengen, zoals bepaald in punt 1, sub e;
d) de verbintenis om voor alle betrokken producten, behalve keukenmachines in Duitsland, met elke licentiehouder die daarom verzoekt een leveringscontract te sluiten (waarbij de leveringsprijs gelijk is aan de industriële kostprijs vermeerderd met de algemene kosten van productie en levering aan de licentiehouder) en/of hem een intellectuele-eigendomslicentie te verlenen, zoals bepaald in punt 1, sub d;
e) de verbintenis om in alle negen betrokken staten het algemene beleid van ontwikkeling van nieuwe modellen voort te zetten en de volledige economische en concurrentiewaarde van het merk Moulinex te behouden totdat de licentieovereenkomsten zijn afgesloten, zoals bepaald in punt 1, sub h;
f) de verbintenis om in de negen betrokken landen binnen de in punt 1, sub h, en 2, sub e-iv, van de verbintenissen gestelde termijnen (een) exclusieve licentieovereenkomst(en) voor het merk Moulinex af te sluiten;
g) de verbintenis betreffende de goedkeuring van de licentiehouder(s) door de Commissie, zoals bepaald in punt 1-i;
h) de eerbiediging van elk voorstel dat nuttig kan zijn voor de realisering van de verbintenissen of voor de taakvervulling van de in punt 2, sub e-ii, bedoelde gemachtigde".
58 Details van de door SEB ondertekende verbintenissen staan in de bijlage bij de bestreden beschikking.
59 In punt 2, sub g, van de bijlage wordt bepaald:
Indien de goedkeuring van de onderhavige concentratie door een andere mededingingsautoriteit is onderworpen aan verbintenissen die in strijd komen met de onderhavige verbintenissen of leiden tot een situatie die verder gaat dan nodig is om de mededinging op alle betrokken markten te herstellen, kan de SEB-groep de Commissie verzoeken om de onderhavige verbintenissen te herzien, teneinde deze tegenstrijdigheden op te heffen, dan wel een einde te maken aan de voor de SEB-groep geldende voorwaarden en verplichtingen die in de onderhavige verbintenissen zijn opgenomen en niet langer nodig zijn."
VI - Staatssteun
60 In antwoord op de verwijten van bepaalde derde partijen dat SEB in het kader van haar overnameplan steun ontvangt van de Franse autoriteiten, stelt de Commissie in punt 10 van de bestreden beschikking vast dat uit een eerste onderzoek van de door de Franse autoriteiten geplande regeling niet blijkt dat de in het kader van de faillissementsprocedure voorgenomen overheidsinterventies maatregelen zijn die ten goede komen aan SEB. Derhalve is de Commissie van mening dat bij het uit hoofde van verordening nr. 4064/89 uitgevoerde onderzoek van de voorgestelde concentratie met het effect van deze interventies geen rekening moet worden gehouden.
Procesverloop en conclusies van partijen
61 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Gerecht op 15 april 2002, heeft verzoekster het onderhavige beroep ingesteld. Bij afzonderlijke akte, neergelegd ter griffie van het Gerecht op dezelfde datum, heeft verzoekster het Gerecht verzocht om op het beroep uitspraak te doen volgens de versnelde procedure van artikel 76 bis van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht.
62 Bij brief van 30 april 2002 heeft de Commissie het Gerecht meegedeeld dat zij zich niet verzette tegen het verzoek om versnelde behandeling. De Commissie heeft verder beklemtoond dat verzoekster niet had aangetoond dat zij door de bestreden beschikking individueel was geraakt.
63 Bij brief van 8 mei 2002 heeft de griffier van het Gerecht verweerster meegedeeld dat haar verzoek om verlenging van de termijn voor de indiening van haar verweerschrift tot 24 juni 2002 werd ingewilligd. Daarbij heeft hij verweerster tevens verzocht om, teneinde de procedure niet te vertragen, eventuele vragen betreffende de ontvankelijkheid van het beroep tegelijk met haar verweer ten gronde naar voren te brengen.
64 Bij wege van maatregel tot organisatie van de procesgang heeft de griffier van het Gerecht verzoekster bij brief van 17 juni 2002 verzocht om voor 28 juni 2002 een aantal schriftelijke vragen te beantwoorden.
65 Op 24 juni 2002 heeft de Commissie haar verweerschrift met primair haar bezwaren aangaande de ontvankelijkheid van het beroep en subsidiair haar verweer ten gronde ingediend.
66 Op 28 juni 2002 heeft verzoekster haar antwoorden op de vragen van het Gerecht ingediend.
67 Bij beschikking van 18 juli 2002 heeft het Gerecht (Derde kamer) het verzoek om versnelde behandeling op grond van artikel 76 bis van het Reglement voor de procesvoering ingewilligd.
68 Op 18 juli 2002 heeft verzoekster, overeenkomstig het verzoek van de griffier, in antwoord op het verweerschrift van de Commissie haar opmerkingen aangaande de ontvankelijkheid ingediend.
69 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Gerecht op 19 juli 2002, heeft SEB verzocht om te worden toegelaten tot interventie ter ondersteuning van de conclusies van de Commissie. Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Gerecht op 29 juli 2002, heeft De'Longhi verzocht om te worden toegelaten tot interventie ter ondersteuning van de conclusies van verzoekster. Bij beschikking van 16 september 2002 heeft de president van de Derde kamer deze verzoeken ingewilligd. Op hun verzoek werd het SEB toegestaan om een memorie in interventie in te dienen, en De'Longhi om een aantal in haar interventieverzoek genoemde stukken over te leggen.
70 Op rapport van de rechter-rapporteur heeft het Gerecht (Derde kamer) besloten tot de mondelinge behandeling over te gaan en heeft het bij wege van maatregel tot organisatie van de procesgang partijen verzocht om bepaalde stukken over te leggen en een aantal schriftelijke vragen te beantwoorden. Partijen hebben binnen de gestelde termijn aan dit verzoek voldaan.
71 Partijen zijn ter terechtzitting van 9 oktober 2002 gehoord in hun pleidooien en antwoorden op de mondelinge vragen van het Gerecht.
72 Verzoekster, ondersteund door De'Longhi, concludeert dat het het Gerecht behage:
- de bestreden beschikking nietig te verklaren;
- de Commissie in de kosten te verwijzen.
73 De Commissie concludeert dat het het Gerecht behage:
- het beroep niet-ontvankelijk of, subsidiair, ongegrond te verklaren;
- verzoekster in de kosten te verwijzen.
74 SEB concludeert dat het het Gerecht behage:
- het beroep niet-ontvankelijk of, subsidiair, ongegrond te verklaren;
- verzoekster in de kosten te verwijzen.
De ontvankelijkheid
I - Argumenten van partijen
75 Verzoekster, ondersteund door De'Longhi, stelt dat de bestreden beschikking haar rechtstreeks en individueel raakt in de zin van artikel 230 EG. BaByliss zal zich als nieuwkomer op de markt van kleine elektrische keukenapparaten immers positioneren als directe concurrent van SEB en Moulinex. Bovendien beklemtoont verzoekster dat zij actief heeft deelgenomen aan de administratieve procedure die aan de vaststelling van de bestreden beschikking voorafging.
76 De Commissie betoogt dat verzoekster door de bestreden beschikking niet individueel wordt geraakt.
77 In de eerste plaats stelt de Commissie dat de enkele omstandigheid dat BaByliss uit eigen beweging heeft gereageerd op de in artikel 4, lid 3, van verordening nr. 4064/89 bedoelde kennisgeving van de voorgenomen concentratie in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen door contact met haar op te nemen, niet volstaat om aan te tonen dat BaByliss door de bestreden beschikking individueel wordt geraakt. BaByliss toont niet aan dat de bestreden beschikking haar treft op grond van bepaalde bijzondere hoedanigheden of van een feitelijke situatie welke haar op soortgelijke wijze als SEB individualiseert.
78 De Commissie benadrukt dat talrijke ondernemingen, net als verzoekster, actief aan de procedure hebben deelgenomen. De enkele omstandigheid dat een onderneming opmerkingen heeft ingediend, betekent evenwel nog niet dat zij ook individueel wordt geraakt. Nauwgezet onderzoek van concentraties vereist immers een regelmatig contact met talrijke deelnemers aan het economisch leven.
79 In de tweede plaats merkt zij op dat artikel 2 van de statuten van BaByliss bepaalt dat de vennootschap richt zich op: alle activiteiten op het gebied van productie, verwerking, vertegenwoordiging, in- en uitvoer van, en groot-, tussen- en detailhandel in artikelen en goederen voor met name de schoonheids- en kapperssector en de sectoren parfumerie en geschenkartikelen". De bij de bestreden beschikking goedgekeurde concentratie heeft evenwel betrekking op de sector kleine elektrische huishoudelijke apparaten, welke geen verband houdt met de schoonheids- en kapperssector en de sectoren parfumerie en geschenkartikelen".
80 In de derde plaats wijst de Commissie erop dat verzoekster zich presenteert als nieuwkomer" op de markt van kleine elektrische keukenapparaten, maar zelf toegeeft vóór de datum van de bestreden beschikking en vóór de datum van indiening van haar beroep nog geen enkel klein elektrisch huishoudelijk apparaat in de handel te hebben gebracht. Toch beschouwt BaByliss zichzelf als een potentiële concurrent". Haar bewering dat zij deze producten vanaf 15 mei 2002 officieel" op de markt zou gaan brengen, weet zij evenwel met geen enkel bewijsstuk te staven.
81 In de vierde plaats merkt de Commissie op dat zij niet kan uitmaken of de door BaByliss - een in Frankrijk gevestigde vennootschap - in de handel gebrachte producten direct concurreren met de apparaten die door SEB worden verkocht op de geografische markten ten aanzien waarvan zij ernstige twijfel heeft, aangezien zij zich niet heeft uitgesproken over de Franse marktsituatie, die door de Franse mededingingsautoriteiten zal worden geanalyseerd.
82 In de vijfde plaats betoogt de Commissie dat verzoekster zich ten onrechte meent te kunnen beroepen op de arresten Air France". Verzoeksters situatie is totaal verschillend van die van Air France. In de zaak die heeft geleid tot het arrest van 19 mei 1994, Air France/Commissie (T-2/93, Jurispr. blz. II-323), heeft het Gerecht immers allereerst opgemerkt dat de Commissie bij haar beoordeling van de toestand van de mededinging op de betrokken markten vooral rekening heeft gehouden met de situatie van Air France (punt 45 van het arrest), als enige serieuze concurrent van de bij de concentratie betrokken ondernemingen, terwijl verzoekster op de bij de concentratie betrokken markten volledig ontbreekt. Ook heeft het Gerecht erop gewezen dat Air France op grond van een overeenkomst tussen haar, de Franse regering en de Commissie gedwongen was om haar deelneming in de maatschappij TAT volledig ongedaan te maken (punt 46 van het arrest), terwijl Babyliss zich niet kan beroepen op enigerlei overeenkomst of beslissing van gelijke strekking op grond waarvan zij zou kunnen aantonen dat haar situatie haar op soortgelijke wijze individualiseert als SEB. De Commissie stelt dat in het arrest van het Gerecht van 24 maart 1994, Air France/Commissie (T-3/93, Jurispr. blz. II-121), Air France de voornaamste concurrent van British Airways was, terwijl BaByliss slechts een van de talrijke ondernemingen is die zichzelf als (potentiële) concurrent van SEB beschouwen.
83 Ten slotte vestigt de Commissie de aandacht op het feit dat de nieuwe uitlegging van artikel 230 EG in het arrest van het Gerecht van 3 mei 2002, Jégo-Quéré SA/Commissie (T-177/01, Jurispr. blz. II-2365, punt 51), het beroep evenmin ontvankelijk maakt, aangezien enerzijds de bestreden beschikking een individuele beschikking zonder algemene strekking is, en anderzijds deze beschikking de rechten van verzoekster (die overigens op de door de concentratie betrokken markten niet aanwezig is) niet beperkt, noch haar enigerlei verplichting oplegt. Van een zekere en actuele aantasting van verzoeksters rechtspositie is geen sprake.
84 SEB stelt dat verzoekster door de bestreden beschikking niet individueel wordt geraakt. Dienaangaande betoogt zij dat verzoekster, indien zij werkelijk geïnteresseerd was in een gehele of gedeeltelijke overname van de activa van Moulinex, zoals zij zelf in het kader van de collectieve procedure een concreet, serieus overnamebod had kunnen uitbrengen. SEB wijst erop dat verzoeksters eerste overnamebod op Moulinex niet serieus was en door het Tribunal de commerce te Nanterre onaanvaardbaar werd geacht, terwijl de volgende overnamevoorstellen pas na de concentratie werden ingediend en enkel tot doel hadden de door SEB voorgestelde overdracht te dwarsbomen. Voorts stelt zij dat verzoekster geen enkele interesse heeft getoond voor de Moulinex-licentie, ondanks het feit dat deze haar in staat kan stellen om, gelet op de door haarzelf aangegeven toekomstige ontwikkelingsstrategie, haar entree te maken en zich blijvend en daadwerkelijk op de betrokken markten te positioneren.
85 Verder merkt SEB op dat op de geografische markten waarover het in de bestreden beschikking gaat, alsmede in Frankrijk, tot nu toe nog geen BaByliss-producten in de handel zijn gebracht. In Frankrijk zijn de activiteiten van verzoekster beperkt gebleven tot een presentatie in een restaurant in Lyon in mei 2002. Zij wijst erop dat de Commissie in het kader van haar mededingingsanalyse verzoekster niet als huidig of potentieel concurrent heeft vermeld.
86 Ten slotte wijst SEB erop dat verzoekster niet heeft deelgenomen aan het diepgaand onderzoek van de rapporteurs van de Franse Conseil de la concurrence, en op de hoorzitting van de Conseil de la concurrence niet aanwezig noch vertegenwoordigd was.
II - Beoordeling door het Gerecht
87 Artikel 230, vierde alinea, EG luidt: Iedere natuurlijke of rechtspersoon kan [...] beroep instellen tegen de tot hem gerichte beschikkingen, alsmede tegen beschikkingen die, hoewel genomen in de vorm van een verordening, of van een beschikking gericht tot een andere persoon, hem rechtstreeks en individueel raken".
88 Verzoekster is geen partij bij de concentratie en geen adressaat van de bestreden beschikking. Derhalve moet worden nagegaan of zij door deze beschikking rechtstreeks en individueel wordt geraakt.
89 Dat verzoekster rechtstreeks wordt geraakt, kan niet worden betwist. De bestreden beschikking, waar zij de onmiddellijke totstandkoming van de beoogde concentratie mogelijk maakt, is immers van dien aard dat zij tot een onmiddellijke wijziging van de situatie op de betrokken markten leidt, die dus slechts van de wil van partijen afhangt (zie arrest van 24 maart 1994, Air France/Commissie, reeds aangehaald, punt 80).
90 Derhalve moet worden nagegaan of verzoekster door deze beschikking ook individueel wordt geraakt.
91 Volgens vaste rechtspraak kunnen personen die niet de adressaten van een beschikking zijn, slechts stellen individueel te worden geraakt, indien de beschikking hen treft op grond van bepaalde bijzondere hoedanigheden of van een feitelijke situatie die hen ten opzichte van ieder ander karakteriseert en hen derhalve individualiseert op soortgelijke wijze als de adressaat (arrest Hof van 15 juli 1963, Plaumann/Commissie, 25/62, Jurispr. blz. 207, 232).
92 Wat in de eerste plaats de deelneming aan de procedure betreft, constateert het Gerecht dat vaststaat dat verzoekster naar aanleiding van de publicatie bedoeld in artikel 4, lid 3, van verordening nr. 4064/89 de Commissie bij brieven van 27, 29, en 30 november 2001 en van 6, 20, 21 en 28 december 2001 haar opmerkingen heeft doen toekomen aangaande de gevolgen die de concentratie zou hebben voor de mededingingssituatie op de betrokken markten en voor haar eigen positie. Daarnaast heeft de Commissie verzoekster gehoord tijdens een vergadering van 5 december 2001 en tijdens een telefoongesprek van 4 januari 2002 met de ambtenaren die met het onderzoek van de concentratie waren belast.
93 Bij deze gelegenheden heeft BaByliss in wezen dezelfde bezwaren naar voren gebracht als in haar verzoekschrift voor het Gerecht. Deze bezwaren betroffen voornamelijk de beoordeling van de gevolgen van de concentratie voor de verschillende geografische en productmarkten in kwestie, en met name voor de situatie van BaByliss, alsmede de beoordeling van de doeltreffendheid van de verbintenissen die SEB had voorgesteld om de door de overname van Moulinex veroorzaakte mededingingsproblemen op te lossen.
94 Ten slotte vormden de door verzoekster aan de Commissie gezonden brieven niet enkel een eenzijdige, ongevraagde stap, maar heeft de Commissie verzoekster met name verzocht haar opmerkingen aangaande de door partijen bij de concentratie voorgestelde verbintenissen in te dienen.
95 Hieruit volgt dat verzoekster actief aan de procedure heeft deelgenomen. Hoewel de loutere deelneming aan de procedure, zoals de Commissie terecht opmerkt, op zichzelf niet voldoende is om vast te stellen dat verzoekster door de beschikking individueel wordt geraakt - vooral niet op het gebied van concentraties, waarbij een nauwkeurig onderzoek regelmatige contacten met talrijke ondernemingen vereist - vormt een actieve deelname aan de administratieve procedure niettemin een element waarmee in de rechtspraak in mededingingszaken geregeld rekening wordt gehouden, ook op het meer specifieke gebied van de controle op concentraties, om in combinatie met andere specifieke omstandigheden de ontvankelijkheid van een beroep vast te stellen (zie met name arresten Hof van 28 januari 1986, Cofaz e.a./Commissie, 169/84, Jurispr. blz. 391, punten 24 en 25, en 31 maart 1998, Frankrijk/Commissie, Kali & Salz", C-68/94 en C-30/95, Jurispr. blz. I-1375, punt 54, en arrest van 19 mei 1994, Air France/Commissie, reeds aangehaald, punt 44).
96 Wat in de tweede plaats de vraag betreft of verzoekster als concurrent moet worden aangemerkt, zij er allereerst aan herinnerd dat BaByliss, zonder door de Commissie of SEB te zijn weersproken, heeft verklaard dat zij op de markten van kleine elektrische huishoudelijke apparaten voor schoonheidsverzorging (zoals haardrogers, krultangen en -borstels, tondeuses, epileerapparaten voor vrouwen en apparaten voor lichaamsverzorging) tot de voornaamste marktdeelnemers behoort.
97 Volgens punt 16 van de bestreden beschikking is de bij de betrokken concentratie betrokken economische sector die van de verkoop van kleine elektrische huishoudelijke apparaten. Deze sector omvat dertien productcategorieën, namelijk elf categorieën keukenapparaten, de categorie strijkijzers en stoomstrijksystemen en de categorie apparaten voor persoonlijke verzorging. Hieruit volgt dat de betrokken concentratie, zoals overigens in punt 16 van de bestreden beschikking wordt aangegeven, gevolgen heeft voor de markt van apparaten voor persoonlijke verzorging. Noch de Commissie, noch SEB betwist dat verzoekster op de markten van apparaten voor schoonheids- en persoonlijke verzorging tot de voornaamste concurrenten/marktdeelnemers behoort.
98 Verder zij erop gewezen dat de verbintenissen eveneens op alle dertien categorieën kleine elektrische huishoudelijke apparaten betrekking hebben, met inbegrip dus van de apparaten voor schoonheids- en persoonlijke verzorging.
99 Hoewel verzoekster noch ten tijde van de vaststelling van de bestreden beschikking, noch ten tijde van de indiening van haar beroep direct aanwezig was op een van de twaalf andere door de concentratie beïnvloede markten, beschouwt zij zichzelf toch minstens als een potentiële concurrent, aangezien zij op dit moment bezig is haar entree te maken op de Europese markt van kleine elektrische keukenapparaten.
100 De Commissie en SEB betwisten niet dat een door een potentiële concurrent ingesteld beroep ontvankelijk is wanneer het, zoals in het onderhavige geval, oligopolide markten betreft die met name worden gekenmerkt door hoge drempels, die voortvloeien uit de grote merkvastheid en uit de moeilijke toegang tot de detailhandel (zie in die zin arrest Gerecht van 27 november 1997, Kaysersberg/Commissie, T-290/94, Jurispr. blz. II-2137).
101 De Commissie en SEB stellen evenwel dat verzoekster haar bewering dat zij een potentiële concurrent is niet heeft hardgemaakt en evenmin vergezeld heeft doen gaan van bewijsstukken. In haar antwoorden op de schriftelijke vragen van het Gerecht en haar opmerkingen aangaande de exceptie van niet-ontvankelijkheid heeft verzoekster in dit verband echter verklaard dat zij, vertrouwend op haar ervaring met de Amerikaanse markt, vanaf begin 2001 een strategie heeft gevolgd van toetreding, onder het merk Cuisinart, tot de Europese markt van kleine elektrische keukenapparaten, en wel in het bijzonder tot de marktsegmenten van miniovens, broodroosters, espressoapparaten, mixers en keukenmachines, hetgeen de volgende feiten zouden bevestigen: het eerste Europese marktonderzoek in de sector kleine elektrische keukenapparaten (februari 2001), een technische studie naar de spanningsaanpassing van Cuisinart-producten (februari-augustus 2001), een driejarig partnerschap met Paul Bocuse (oktober 2001), vakbeurzen in Orlando en Chicago met presentatie van Cuisinart-producten door Paul Bocuse (september 2001 en mei 2002), de uiteindelijke vaststelling van de strategie en de begroting voor 2002 voor de lancering van Cuisinart in Europa (november 2001), de onderhandelingen met de voornaamste Franse afnemers over de opname van het merk Cuisinart in hun assortiment (december 2001-mei 2002), de officiële lancering in de Franse pers (bepaald op maart 2002, maar uiteindelijk uitgesteld), en ten slotte, op 16 mei 2002, de datum van de officiële lancering van Cuisinart in Frankrijk, bij Paul Bocuse in Lyon, in aanwezigheid van een vijftigtal genodigden". BaByliss verwacht op termijn toe te treden tot de segmenten van elektrische koffiezetapparaten, espressoapparaten en friteuses.
102 De door de Commissie en SEB aangevoerde omstandigheid dat de daadwerkelijke toetreding van verzoekster tot de door de concentratie beïnvloede markten diverse malen werd uitgesteld tot na de door BaByliss aangekondigde data, kan niet volstaan om te concluderen dat BaByliss geen potentiële concurrent is. Het loutere feit dat de toetreding tot de markt meer tijd vergt dan was voorzien, betekent immers niet dat deze toetreding niet zal plaatsvinden, temeer daar, zoals de Commissie in punt 24 van de bestreden beschikking erkent, de toegang tot een nieuwe productmarkt, gezien de kenmerken van de markt, aanzienlijke tijd en kosten kan vergen" en een concurrent - ongeacht of deze aanwezig is op andere, aangrenzende markten of op de betrokken productmarkt in een andere geografische zone - die wil toetreden tot een nieuwe productmarkt, zich ervan dient te verzekeren over voldoende afzetmogelijkheden, en dus over voldoende verkoopcapaciteit te beschikken, waardoor hij er zorg voor dient te dragen dat de wederverkopers hem in hun assortiment opnemen en zijn merk bekend maken bij de eindverbruikers, hetgeen zowel tijd als aanzienlijke reclame- en marketingkosten vergt".
103 Ook volgt hieruit dat reeds voordat de producten van BaByliss daadwerkelijk op de markten in verkoop werden gebracht, BaByliss en Moulinex/SEB rechtstreeks met elkaar concurreerden om hun producten in de assortimenten van de voornaamste distributeurs te doen opnemen. In dit verband heeft verzoekster verklaard dat vanaf oktober 2002 bij een aantal winkels" van Auchan en Monoprix proefdemonstraties waren voorzien. In dit opzicht komt BaByliss op alle markten van kleine elektrische keukenapparaten waarop zij op korte termijn onder het merk Cuisinart haar entree wil maken naar voren als een huidige concurrent van de partijen bij de concentratie. Voorts heeft zij op dit punt onweersproken opgemerkt dat apparaten voor persoonlijke verzorging en kleine elektrische keukenapparaten bij alle afnemers tot dezelfde afdeling behoren, dat het dezelfde kopers zijn die deze apparaten in hun assortiment opnemen en dat hun aankoopbeleid nauw samenhangt, waardoor alle omzetten in deze categorieën worden samengevoegd met het oog op de gezamenlijk beoogde kortingen die zijn verbonden aan het behalen van globale omzetcijfers.
104 Hoewel, zoals de Commissie beklemtoont, verzoeksters businessplan van november 2001 kennelijk - op korte termijn althans - enkel voorziet in een toetreding tot de Franse markt, die niet onder de bestreden beschikking valt, zij opgemerkt dat verzoekster heeft verklaard dat de strategie van de BaByliss-groep erin bestond het merk Cuisinart allereerst op de Franse markt te lanceren, om ervaring met de productmarketing te kunnen opdoen en de belangrijke investeringen te kunnen concentreren op die plaatsen waar de groep als geheel sterk georganiseerd is, en dat zij erop rekent dat een geslaagde toetreding tot de Franse markt de basis zal vormen voor verdere uitbreiding in de andere lidstaten.
105 Overigens moet eraan worden herinnerd dat BaByliss voor 100 % eigendom is van Conair, een vennootschap naar Amerikaans recht die, voornamelijk onder de merken BaByliss, Conair en Revlon, in de Verenigde Staten en de rest van de wereld actief is op alle marktsegmenten van kleine elektrische huishoudelijke apparaten (keukenapparaten, apparaten voor schoonheidsverzorging, schoonmaakapparaten).
106 Hoewel zij zich niet bevindt op een markt waarvoor de concentratie gevolgen heeft in de zin van verordening nr. 4064/89, rechtvaardigen haar positie op de markt van apparaten voor persoonlijke verzorging en de activiteiten en ervaring van haar moedermaatschappij Conair de kwalificatie van BaByliss als potentiële" concurrent, en vergemakkelijken zij haar entree op de markt van kleine elektrische keukenapparaten.
107 Aangaande het argument dat de Commissie ontleent aan het vennootschappelijk doel van BaByliss kan worden volstaan met de vaststelling dat dit doel niet is beperkt tot haar activiteit in de schoonheids- en kapperssector, zoals blijkt uit het gebruik van de woorden met name" in de definitie van dit doel.
108 In de derde plaats heeft BaByliss met het oog op haar geplande entree op de Europese markt van kleine elektrische huishoudelijke apparaten herhaaldelijk interesse getoond voor de overname van (op zijn minst bepaalde activa van) Moulinex.
109 Zo deed verzoekster op 25 september 2001 een eerste voorstel voor een gedeeltelijke overname, waarin zij voor alle activa van Krups (intellectuele eigendomsrechten, materieel en uitrusting, productiebedrijf in Mexico, voorraden, distributiekanalen) 100 miljoen euro bood.
110 SEB betoogt dat dit bod verzoekster niet kan individualiseren, aangezien het onaanvaardbaar was en door het Tribunal de commerce te Nanterre zelfs niet in aanmerking is genomen.
111 Verzoekster voert in dit verband aan dat zij niet in staat was een totaalbod op alle activa en personeel van Moulinex uit te brengen, aangezien zij, ondanks schriftelijke verzoeken hierom, geen enkele toegang had tot de financiële gegevens van de vennootschap. Alleen SEB was in staat de Moulinex-fabrieken grondig te onderzoeken en aldus bij de curatoren een uitgebreider overnamebod op Moulinex te doen.
112 In een brief aan de Commissie van 3 december 2001 heeft ook De'Longhi kritiek geuit op het gebrek aan transparantie bij de overnameprocedure van Moulinex. Zij merkt hierover op:
SEB heeft haar bod opgesteld als een gedeeltelijke overname, die beperkt bleef tot bepaalde productiebedrijven en de daarbij behorende activiteiten, maar is er vervolgens in geslaagd om, zonder wijziging overigens van de voorgestelde prijs, ook de bij niet-overgenomen activiteiten behorende mallen en andere productiemiddelen over te nemen [...] Ook heeft SEB zich in feite de mogelijkheid verschaft om het merk Moulinex te gebruiken voor al haar producten, aan welke mogelijkheid, ondanks de waarde van dit merk - dat in Europa marktleider is in de betrokken sector - geen enkele tegenprestatie werd verbonden [...] Dit verklaart de onzekerheid die heerste rondom de overnamebepalingen op het moment waarop geïnteresseerden hun belangstelling moesten tonen. Deze situatie heeft ertoe geleid dat de meeste concurrenten van SEB geen bod hebben uitgebracht en dat de bepalingen en voorwaarden van de concentratie niet bekend zijn gemaakt, of pas bekend werden toen het contract reeds was toegewezen."
113 SEB heeft deze beweringen van de hand gewezen. Zij wijst erop dat aangezien het hier geen liquidatieprocedure betrof, alleen overnamevoorstellen konden worden ingediend die waren gericht op het herstel van de onderneming en dat binnen de termijn van de collectieve procedure bij de curatoren slechts drie voorstellen voor de gehele of gedeeltelijke overname van de activa van Moulinex waren ingediend, namelijk door Euroland, de vennootschap Participation industrielle en de SEB-groep. De eerste twee voorstellen werden door het Tribunal de commerce te Nanterre onaanvaardbaar geacht, terwijl de overige voorstellen die de curatoren ontvingen voornamelijk het merk Krups betroffen. Al deze voorstellen, met name die van BaByliss, die geen belangstelling had voor de aandelen, maar enkel voor bepaalde activa van Krups, waren volgens SEB zeer beperkt en niet geschikt in het kader van een herstelplan, daar zij geen overname van industriële locaties en personeel van Moulinex inhielden en dus onaanvaardbaar waren. Onder die omstandigheden heeft het Tribunal de commerce te Nanterre geoordeeld dat het bod van de SEB-groep derhalve in feite het enige was dat overbleef". SEB beklemtoont dat de Cour d'appel te Versailles alle in hoger beroep van dit vonnis naar voren gebrachte grieven tegen de door de curatoren gevolgde procedure heeft verworpen, terwijl met name BaByliss, die uit eigen beweging in deze procedure was tussengekomen, had aangevoerd dat belangstellende vennootschappen, met name Euroland en BaByliss SA, door de snelheid waarmee de procedure werd afgewikkeld, geen kennis hadden kunnen nemen van het dossier en niet onder normale omstandigheden en binnen een redelijke termijn een voortzettings-, respectievelijk overnameplan konden uitwerken."
114 Er zij aan herinnerd dat in geen geval nationale criteria kunnen worden gebruikt om de aard van een activiteit in het licht van een communautaire rechtsregel te beoordelen (arrest Gerecht van 12 december 2000, Aéroports de Paris/Commissie, T-128/98, Jurispr. blz. II-3929, punt 128). Bovendien doet de omstandigheid dat het bod van BaByliss naar Frans recht onaanvaardbaar is geacht, daar het niet paste in het kader van een plan tot herstel door middel van een overname, niets af aan het feit dat verzoekster met dit bod vanaf 25 september 2001 haar belangstelling voor de gehele of gedeeltelijke overname van Moulinex heeft getoond.
115 Verzoekster is belangstelling blijven tonen voor de vennootschap Moulinex, door drie aanvullende voorstellen voor een gehele of gedeeltelijke overname van deze onderneming in te dienen, namelijk:
- op 29 november 2001 het voorstel voor de totale overname van Moulinex, inclusief de ongeveer 5 500 Franse personeelsleden en de activa van Moulinex, waaronder de voorraden, voor een symbolisch bedrag van 1 euro; dit bod is ter kennis gebracht van de Commissie in het kader van haar onderzoek van de betrokken concentratie, alsmede van de Direction Générale de la Concurrence, de la Consommation et de la Répression des Fraudes (DGCCRF) (directoraat-generaal Mededinging, consumentenzaken en fraudepreventie) en de vertegenwoordiger van de Franse minister van Economische zaken;
- op 28 december 2001 het voorstel voor de gedeeltelijke overname van Moulinex; dit nieuwe bod betrof alle activiteiten van Krups ter wereld, haar productieapparaat en haar personeel, voor een nader te bepalen bedrag, dat afhankelijk is van de omvang van de betrokken activiteiten; dit bod is ter kennis gebracht van de Commissie in het kader van haar onderzoek van de betrokken concentratie en naar de Franse autoriteiten verzonden;
- op 15 februari 2002 het voorstel voor de overname van bepaalde activa van Moulinex; BaByliss heeft bij de curatoren van Moulinex een nieuw bod op deze vennootschap gedaan, dat een overname behelsde van de niet door SEB overgenomen activa van Moulinex, bestaande uit de industriële locaties in Alençon, Bayeux en Falaise, alsmede al het materieel bestemd voor de productie van magnetrons; de door BaByliss voorgestelde overnameprijs bedroeg 150 000 euro.
116 Hoewel bovengenoemde voorstellen niet aan de gestelde voorwaarden voldeden of waren gericht tot autoriteiten die niet bevoegd waren ze te behandelen, dan wel pas na de concentratie, of zelfs, wat dat van 15 februari 2002 betreft, pas na de bestreden beschikking werden ingediend, tonen zij niettemin aan dat verzoekster sinds 25 september 2001 voortdurend belangstelling heeft getoond voor de overname van (bepaalde activa van) Moulinex.
117 Uit het voorgaande volgt dat verzoekster door de concentratie van SEB en Moulinex rechtstreeks en individueel wordt geraakt en dat haar beroep tot nietigverklaring van de bestreden beschikking ontvankelijk is.
Ten gronde
118 Tot staving van haar beroep tot nietigverklaring voert verzoekster vier middelen aan. Met haar eerste middel stelt zij dat de Commissie, door de door SEB tardief aangegane verbintenissen te aanvaarden, wezenlijke vormvoorschriften heeft geschonden. Met haar tweede middel stelt zij dat de Commissie, door aan het einde van de eerste fase de concentratie toe te staan zonder de tweede fase in te leiden, blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. Met haar derde middel stelt zij dat de beschikking berust op een kennelijk onjuiste beoordeling, daar de verbintenissen ontoereikend zijn om de mededingingsproblemen te verhelpen. Met haar vierde middel stelt zij dat de Commissie blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door niet te onderzoeken of de belachelijk lage prijs voor de overname van Moulinex door SEB en de financiële steun van de Franse staat de positie van SEB op de betrokken markten niet nog meer versterkten.
I - Eerste middel: door de door SEB tardief aangegane verbintenissen te aanvaarden, heeft de Commissie wezenlijke vormvoorschriften geschonden
Argumenten van partijen
119 Verzoekster stelt dat de bestreden beschikking mank gaat aan een vormfout, aangezien zij de litigieuze concentratie goedkeurt op basis van verbintenissen die door SEB pas na afloop van de voorgeschreven termijn van drie weken na de datum van ontvangst van de aanmelding werden ingediend.
120 Zij herinnert eraan dat ingevolge artikel 18, lid 1, van verordening nr. 447/98 de verbintenissen [tijdens de eerste fase] binnen drie weken na de datum van ontvangst van de aanmelding bij de Commissie [moeten] worden ingediend". Voorts citeert zij punt 37 van de mededeling betreffende corrigerende maatregelen, waarin de Commissie stelt:
Aangezien de oplossingen uit fase I bedoeld zijn om een duidelijk antwoord te geven voor een scherp omlijnd mededingingsprobleem, kunnen alleen beperkte wijzigingen van de voorgestelde verbintenissen worden aanvaard. Dergelijke aanpassingen, die worden voorgesteld als onmiddellijke reactie op de uitkomst van het overleg, zijn onder meer verduidelijkingen, verfijningen en/of andere verbeteringen die ervoor moeten zorgen dat de verbintenissen uitvoerbaar en doeltreffend zijn."
121 Verzoekster voert aan dat de Commissie in casu, door meer dan tien dagen na afloop van de voorgeschreven termijn van drie weken nieuwe verbintenissen van SEB te aanvaarden, artikel 18 van verordening nr. 447/98 en punt 37 van de mededeling betreffende corrigerende maatregelen heeft geschonden.
122 Op 5 december 2001, de uiterste datum voor de indiening van verbintenissen, stelde SEB namelijk aan de Commissie een verbintenis voor die enkel strekte tot het stopzetten van de verkoop van bepaalde categorieën producten onder het merk Moulinex in de gehele EER voor een periode van twee jaar (punt 135 van de bestreden beschikking). De Commissie heeft zelf geoordeeld dat een dergelijke verbintenis niet kon volstaan om de mededingingsbezwaren waartoe de concentratie aanleiding gaf, op te lossen. Kenmerkend in dit verband is dat de Commissie het zelfs niet nodig heeft geacht om een markttest te verrichten om de doeltreffendheid ervan te kunnen beoordelen.
123 Verzoekster merkt op dat SEB pas op 18 december 2001, dus vijf weken na de aanmelding van de betrokken concentratie, nieuwe verbintenissen heeft voorgelegd om voor een periode van drie jaar aan een derde een exclusieve licentie te verlenen voor het merk Moulinex voor de verkoop van alle productcategorieën waarop de concentratie betrekking heeft. Dit tweede verbintenissenvoorstel is gevolgd door een derde voorstel, dat vlak voor de vaststelling van de bestreden beschikking substantiële wijzigingen aanbracht, om ten slotte uit te monden in de door de Commissie vastgestelde eindoplossing (punten 129-134 van de bestreden beschikking).
124 Hieruit blijkt volgens verzoekster dat het tweede en het derde verbintenissenvoorstel van SEB qua aard, strekking en duur fundamenteel afwijken van het oorspronkelijke voorstel van SEB. Deze verbintenissen moeten dan ook niet slechts als eenvoudige verbeteringen - in de zin van de mededeling van de Commissie - van de oorspronkelijke verbintenissen, maar als nieuwe verbintenissen worden aangemerkt. Derhalve had de Commissie in dit stadium van de procedure moeten besluiten om de tweede fase in te leiden.
125 Ter vergelijking wijst verzoekster erop dat Volvo in de zaak die heeft geleid tot de beschikking van de Commissie van 14 maart 2000 waarbij een concentratie onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt en de werking van de EER-Overeenkomst wordt verklaard (Zaak COMP/M.1672 - Volvo/Scania) (PB 2001, L 143, blz. 74), blijkens de punten 359 en 362 binnen de daartoe voorgeschreven termijn (tijdens de tweede fase) een eerste verbintenissenvoorstel had ingediend, om vervolgens vijftien dagen later nieuwe verbintenissen voor te stellen. De Commissie weigerde deze nieuwe verbintenissen in aanmerking te nemen, aangezien er niets [was] in het nieuwe voorstel dat Volvo belette om de voorgenomen maatregelen binnen de gestelde periode van drie maanden mede te delen".
126 De Commissie stelt dat voor de bewering dat zij wezenlijke vormvoorschriften heeft geschonden door de door SEB tardief aangegane verbintenissen te aanvaarden" elke grond ontbreekt.
Beoordeling door het Gerecht
127 Zoals reeds gezegd, hebben de partijen bij de concentratie de Commissie tijdens de eerste fase tot driemaal toe verbintenissen voorgesteld, namelijk op 5 december 2001, op 18 december 2001, en op een latere, niet nader bepaalde datum vóór de vaststelling van de bestreden beschikking op 8 januari 2002.
128 Deze verbintenissen kunnen als volgt worden samengevat:
- in de oorspronkelijke versie van 5 december 2001 (hierna: oorspronkelijke versie van de verbintenissen") bepaalden de verbintenissen dat vijf categorieën betrokken producten van het merk Moulinex in de gehele EER twee jaar lang uit de handel werden genomen;
- in de gewijzigde versie van 18 december 2001 (hierna: gewijzigde versie van de verbintenissen") voorzagen de verbintenissen voor alle productcategorieën in België, Griekenland, Nederland en Portugal en voor de categorie friteuses in Denemarken, Duitsland, Noorwegen, Oostenrijk en Zweden in een exclusieve licentie voor het gebruik van het merk Moulinex voor de duur van drie jaar, met daaraan gekoppeld de verplichting om na afloop van de licentie een jaar lang geen producten onder dit merk in de handel te brengen, alsmede in een afnameverplichting voor de licentiehouders voor vier categorieën betrokken producten;
- in de bij de bestreden beschikking aanvaarde definitieve versie (hierna: definitieve versie van de verbintenissen") ten slotte, voorzien de verbintenissen voor alle betrokken productcategorieën van kleine elektrische huishoudelijke apparaten in België, Denemarken, Duitsland, Griekenland, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Portugal en Zweden in een exclusieve licentie voor het gebruik van het merk Moulinex voor de duur van vijf jaar, met daaraan gekoppeld de verplichting om na afloop van de licentie drie jaar lang geen producten onder dit merk in de handel te brengen, alsmede in een afnameverplichting voor de licentiehouders in Duitsland voor één categorie betrokken producten.
129 Artikel 18, lid 1, van verordening nr. 447/98 bepaalt:
De verbintenissen die door de betrokken ondernemingen overeenkomstig artikel 6, lid 2, van verordening [...] nr. 4064/89 aan de Commissie worden voorgesteld met het doel een beschikking op grond van artikel 6, lid 1, sub b, van die verordening te verkrijgen, moeten binnen drie weken na de datum van ontvangst van de aanmelding bij de Commissie worden ingediend."
130 Aangezien de concentratie op 13 november 2001 is aangemeld, liep de termijn om de Commissie in de eerste fase verbintenissen voor te stellen volgens de in de artikelen 6 tot en met 9 en 18, lid 3, van verordening nr. 447/98 vastgelegde berekeningsmethode voor de termijnen af op 5 december 2001. Hieruit volgt dat de oorspronkelijke versie van de verbintenissen binnen de door artikel 18, lid 1, van verordening nr. 447/98 voorgeschreven termijn bij de Commissie is ingediend.
131 Het staat echter vast dat de oorspronkelijke versie van de verbintenissen niet de versie is die uiteindelijk door de Commissie in de bestreden beschikking is aanvaard. Volgens punt 135 van de bestreden beschikking kon de oorspronkelijke versie van de verbintenissen namelijk niet alle ernstige twijfel van de Commissie over de verenigbaarheid van de concentratie met de gemeenschappelijke markt wegnemen, aangezien zij het voor een andere marktdeelnemer onmogelijk maakten om Moulinex te vervangen, en zij niet alle markten betroffen waarvoor de concentratie ernstige twijfel opwierp.
132 Buiten kijf staat dat de partijen bij de concentratie zowel de gewijzigde als de definitieve versie van de verbintenissen pas na afloop van de bij artikel 18, lid 1, van verordening nr. 447/98 voorgeschreven termijn van drie weken hebben ingediend. In deze omstandigheden moet worden nagegaan of de Commissie deze verbintenissen kon aanvaarden zonder met deze laatste bepaling in strijd te komen.
133 Hierbij zij in de eerste plaats gewezen op de tekst van de toepasselijke bepalingen van verordening nr. 4064/89 en verordening nr. 447/98.
134 Ingevolge artikel 18, lid 1, van verordening nr. 447/98 moeten de partijen bij de concentratie binnen drie weken aan de Commissie de verbintenissen meedelen die door [hen] worden voorgesteld met het doel" aan het einde van de eerste fase een beschikking te verkrijgen.
135 Verder bepaalt artikel 10, lid 1, tweede alinea, van verordening nr. 4064/89 dat de eerste fase tot zes weken wordt verlengd indien de betrokken ondernemingen na de aanmelding van een concentratie verbintenissen aangaan overeenkomstig artikel 6, lid 2, van deze verordening welke door de partijen zijn bedoeld om in aanmerking te worden genomen" in het kader van een beschikking aan het einde van de eerste fase.
136 Uit de tekst van deze bepalingen volgt dat de in artikel 18, lid 1, van verordening nr. 447/98 gestelde termijn van drie weken moet worden aangemerkt als een voor partijen bij de concentratie bindende termijn, in de zin dat indien partijen hun verbintenissen pas na afloop van die termijn indienen, de Commissie deze verbintenissen tijdens de eerste fase niet in aanmerking hoeft te nemen. Uit de tekst van die bepalingen blijkt evenwel niet dat het de Commissie verboden zou zijn om dergelijke tardieve verbintenissen in aanmerking te nemen.
137 Om vast te stellen of artikel 18, lid 1, van verordening nr. 447/98 toch in deze laatste zin moet worden uitgelegd, dient de tekst van deze bepaling te worden beoordeeld in het licht van de doelstelling ervan.
138 In dit verband zij erop gewezen dat voornoemde bepaling is ingevoerd bij verordening (EG) nr. 447/98, waarbij verordening nr. 3384/94 van de Commissie van 21 december 1994 betreffende de aanmeldingen, de termijnen en het horen van betrokkenen en derden overeenkomstig verordening nr. 4064/89 (PB L 377, blz. 1) na de vaststelling van verordening nr. 1310/97 is ingetrokken. Deze laatste verordening voegde in verordening nr. 4064/89 regels in inzake de aanbieding van verbintenissen in de eerste fase. In overweging 16 van de considerans van verordening nr. 447/98 stelt de Commissie dat de termijnen voor de indiening van verbintenissen noodzakelijk zijn teneinde de Commissie in staat te stellen de verbintenissen die beogen de concentratie in overeenstemming met de gemeenschappelijke markt te brengen, naar behoren te beoordelen, en teneinde een passende raadpleging van andere betrokkenen, derden en de autoriteiten van de lidstaten mogelijk te maken".
139 Hieruit blijkt dus dat de Commissie met de invoering van de termijn van artikel 18, lid 1, van verordening nr. 447/98 zich ervan heeft willen verzekeren over voldoende tijd te beschikken om de voorgestelde verbintenissen te beoordelen en derden te raadplegen. Hoewel dit doel noodzakelijkerwijs vereist dat bovengenoemde termijn bindend is voor partijen bij de concentratie, om uit te sluiten dat zij vóór het einde van de eerste fase voorstellen indienen op een tijdstip dat de Commissie onvoldoende tijd laat om de verbintenissen te beoordelen en derden te raadplegen, vereist het geenszins dat deze termijn ook bindend is voor de Commissie, aangezien deze heel goed van mening kan zijn dat in bepaalde gevallen, gelet op de omstandigheden, voor de beoordeling en raadpleging met een kortere termijn kan worden volstaan.
140 Hieruit blijkt dat artikel 18, lid 1, van verordening nr. 447/98 aldus moet worden uitgelegd dat, hoewel partijen bij een concentratie de Commissie er niet toe kunnen verplichten rekening te houden met (gewijzigde) verbintenissen die na de termijn van drie weken zijn ingediend, het daarentegen voor de Commissie wel mogelijk moet zijn om, indien zij meent over voldoende tijd te beschikken om ze te beoordelen, de concentratie op basis van deze verbintenissen goed te keuren, zelfs wanneer de wijzigingen na de termijn van drie weken zijn ingediend.
141 Uit het voorgaande volgt dat de Commissie de gewijzigde en de definitieve versie van de verbintenissen ook na afloop van de door artikel 18, lid 1, van de in verordening nr. 447/98 gestelde termijn van drie weken mocht aanvaarden, aangezien deze termijn voor haar niet bindend is.
142 In ieder geval moet worden vastgesteld dat, anders dan verzoekster betoogt, de aanvaarding door de Commissie van deze verbintenissen in de lijn ligt van de beginselen die zij in haar mededeling betreffende corrigerende maatregelen heeft uiteengezet.
143 In dit verband moet om te beginnen worden benadrukt dat, anders dan de Commissie in haar verweerschrift stelt, het niet zo is dat die mededeling geen enkele dwingende wettelijke verplichting bevat. De Commissie is immers gebonden aan de mededelingen die zij vaststelt op het gebied van het toezicht op concentraties, voorzover deze niet afwijken van het Verdrag en van verordening nr. 4064/89 (zie in die zin arresten Hof van 13 juni 2002, Nederland/Commissie, C-382/99, Jurispr. blz. I-5163, punt 24, en 26 september 2002, Spanje/Commissie, C-351/98, Jurispr. blz. I-8031, punt 53). Bovendien mag de Commissie niet afwijken van de regels die zij zich aldus heeft opgelegd (zie met name arrest Gerecht van 17 december 1991, Hercules Chemicals/Commissie, T-7/89, Jurispr. blz. II-1711, punt 53).
144 In haar mededeling betreffende corrigerende maatregelen stelt de Commissie:
37 Wijst het onderzoek uit dat de aangeboden verbintenissen niet volstaan om de mededingingsbezwaren waartoe de concentratie aanleiding geeft, weg te nemen, dan worden de partijen hiervan in kennis gesteld. Aangezien de oplossingen uit fase I bedoeld zijn om een duidelijk antwoord te geven voor een scherp omlijnd mededingingsprobleem, kunnen alleen beperkte wijzigingen van de voorgestelde verbintenissen worden aanvaard. Dergelijke aanpassingen, die worden voorgesteld als onmiddellijke reactie op de uitkomst van het overleg, zijn onder meer verduidelijkingen, verfijningen en/of andere verbeteringen die ervoor moeten zorgen dat de verbintenissen uitvoerbaar en doeltreffend zijn."
145 In casu is het duidelijk dat de door de definitieve versie in de gewijzigde versie van de verbintenissen aangebrachte wijzigingen als beperkte wijzigingen in de zin van punt 37 van de mededeling betreffende corrigerende maatregelen moeten worden aangemerkt, hetgeen verzoekster ook niet betwist. Vergeleken met de eerdere versie voorziet de definitieve versie enkel in een verlenging van de duur van de exclusieve licentie en de daaropvolgende verplichting om de producten niet opnieuw in de handel te brengen, een uitbreiding tot vijf andere lidstaten van het ten aanzien van de eerste vier lidstaten toegepaste principe dat de licentie geldt voor alle kleine elektrische huishoudelijke apparaten, en, ten slotte, een beperking van de afnameverplichting. Daar deze wijzigingen uitsluitend betrekking hebben op de werkingssfeer - temporeel, geografisch en ten aanzien van producten - van de in de gewijzigde versie van de verbintenissen neergelegde verplichtingen, kunnen zij worden aangemerkt als beperkte wijzigingen die ertoe strekken de oorspronkelijke versie van de verbintenissen te verbeteren of te verfijnen in de zin van punt 37 van de mededeling betreffende corrigerende maatregelen.
De tekst gaat verder: De uitspraak op EUR-Lex
Aangehaalde artikelen
Aangehaald in
- Gerecht EU 12 december 2018, T-691/14, ECLI:EU:T:2018:922
- Gerecht EU 3 mei 2018, T-431/12, ECLI:EU:T:2018:251
- Gerecht EU 17 mei 2023, T-312/20, ECLI:EU:T:2023:252
- Gerecht EU 15 september 2016, T-76/14, ECLI:EU:T:2016:481
- HvJ EU 10 juli 2014, F-103/11, ECLI:EU:F:2014:185
- HvJ EU 26 juni 2025, C-484/23, ECLI:EU:C:2025:482
- Gerecht EU 28 februari 2024, T-364/20, ECLI:EU:T:2024:125
- HvJ EU 26 juni 2025, C-485/23, ECLI:EU:C:2025:483