Gerecht EU 22 oktober 2002, T-310/01, ECLI:EU:T:2002:254

De uitspraak op EUR-Lex

Tekst

Partijen

In zaak T-310/01,

Schneider Electric SA, gevestigd te Rueil-Malmaison (Frankrijk), vertegenwoordigd door F. Herbert, J. Steenbergen en M. Pittie, advocaten,

verzoekster,

ondersteund door

Franse Republiek, vertegenwoordigd door G. de Bergues en F. Million als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg,

interveniënte,

tegen

Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door P. Oliver, P. Hellström en F. Lelièvre als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg,

verweerster,

ondersteund door

Comité central d'entreprise de la SA Legrand,

Comité européen du groupe Legrand,

gevestigd te Limoges (Frankrijk), vertegenwoordigd door H. Masse-Dessen, advocaat,

interveniënten,

betreffende een beroep tot nietigverklaring van beschikking C (2001) 3014 def. van de Commissie van 10 oktober 2001, waarbij een concentratie onverenigbaar wordt verklaard met de gemeenschappelijke markt en de werking van de EER-Overeenkomst (zaak COMP/M.2283 - Schneider-Legrand),

wijst

HET GERECHT VAN EERSTE AANLEG

(Eerste kamer),

samengesteld als volgt: B. Vesterdorf, president, N. J. Forwood en H. Legal, rechters,

griffier: B. Pastor, adjunct-griffier,

gezien de stukken en na de terechtzitting op 10 juli 2002,

het navolgende

Arrest

Overwegingen van het arrest

De toepasselijke regeling

1 Artikel 2 van verordening (EEG) nr. 4064/89 van de Raad van 21 december 1989 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (PB L 395, blz. 1, gerectificeerd in PB 1990, L 257, blz. 13), laatstelijk gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1310/97 van de Raad van 30 juni 1997 (PB L 180, blz. 1) (hierna: "verordening nr. 4064/89"), bepaalt:

"1. Concentraties in de zin van deze verordening worden aan de hand van onderstaande bepalingen getoetst op hun verenigbaarheid of onverenigbaarheid met de gemeenschappelijke markt.

Bij die beoordeling houdt de Commissie rekening

a) met de noodzaak op de gemeenschappelijke markt een daadwerkelijke mededinging te handhaven en te ontwikkelen in het licht van met name de structuur van alle betrokken markten en van de reële of potentiële mededinging van binnen of buiten de Gemeenschap gevestigde ondernemingen;

b) met de marktpositie van de betrokken ondernemingen, hun economische en financiële macht, de keuzemogelijkheden van leveranciers en afnemers, hun toegang tot voorzieningsbronnen en afzetmarkten, het bestaan van juridische of feitelijke hinderpalen voor de toegang tot de markt, de ontwikkeling van vraag naar en aanbod van de betrokken producten en diensten, de belangen van de tussen- en eindverbruikers, alsmede de ontwikkeling van de technische en economische vooruitgang voorzover deze in het voordeel van de consument is en geen belemmering vormt voor de mededinging.

2. Concentraties die geen machtspositie in het leven roepen of versterken die tot gevolg heeft dat een daadwerkelijke mededinging op de gemeenschappelijke markt of een wezenlijk deel daarvan wordt belemmerd, worden verenigbaar verklaard met de gemeenschappelijke markt.

3. Concentraties die een machtspositie in het leven roepen of versterken die tot gevolg heeft dat een daadwerkelijke mededinging op de gemeenschappelijke markt of een wezenlijk deel daarvan wordt belemmerd, worden onverenigbaar verklaard met de gemeenschappelijke markt.

[...]"

2 Volgens artikel 6, lid 1, sub c, van verordening nr. 4064/89 besluit de Commissie de procedure in te leiden, indien zij constateert dat de aangemelde concentratie binnen het toepassingsgebied van die verordening valt en er grote twijfel bestaat over haar verenigbaarheid met de gemeenschappelijke markt.

3 Artikel 7 van verordening nr. 4064/89 luidt:

"1. Een concentratie als gedefinieerd in artikel 1 kan niet tot stand worden gebracht, zolang zij niet is aangemeld en met de gemeenschappelijke markt verenigbaar is verklaard [...]

3. Lid 1 belet de totstandkoming van een openbaar overnemings- of ruilaanbod niet indien dit overeenkomstig artikel 4, lid 1, bij de Commissie wordt aangemeld, voorzover de verkrijger de aan de deelnemingen in het kapitaal verbonden stemrechten niet uitoefent dan wel slechts uitoefent om de waarde van zijn belegging te handhaven en op basis van een door de Commissie overeenkomstig lid 4 verleende ontheffing.

[...]"

4 Artikel 8 van verordening nr. 4064/89 bepaalt onder meer:

"2. Indien de Commissie vaststelt dat een aangemelde concentratie, eventueel na door de betrokken ondernemingen gewijzigd te zijn, voldoet aan het in artikel 2, lid 2, gedefinieerde criterium, geeft zij een beschikking waarbij zij verklaart dat de concentratie verenigbaar met de gemeenschappelijke markt is.

[...]

3. Als de Commissie vaststelt dat een concentratie aan het in artikel 2, lid 3, gedefinieerde criterium voldoet, geeft zij een beschikking waarbij verklaard wordt dat de concentratie onverenigbaar is met de gemeenschappelijke markt.

4. Indien de concentratie reeds tot stand is gebracht, kan de Commissie in de overeenkomstig lid 3 gegeven beschikking of in een afzonderlijke beschikking de scheiding van de samengevoegde ondernemingen of vermogensbestanddelen, de beëindiging van de gemeenschappelijke controle of elke andere geëigende maatregel gelasten om weer een daadwerkelijke mededinging tot stand te brengen."

5 Volgens artikel 10, lid 3 van verordening nr. 4064/89 moeten beschikkingen waarbij de onverenigbaarheid van een concentratie met de gemeenschappelijke markt wordt vastgesteld, uiterlijk worden gegeven binnen vier maanden na de dag waarop de procedure is ingeleid.

6 Volgens lid 4 van hetzelfde artikel wordt die termijn bij uitzondering geschorst wanneer de Commissie zich door omstandigheden die aan een der bij de concentratie betrokken ondernemingen kunnen worden toegerekend, genoopt zag bij beschikking overeenkomstig artikel 11, lid 5, van verordening nr. 4064/89 inlichtingen te vragen.

7 Wanneer het Hof van Justitie een arrest wijst waarbij een krachtens verordening nr. 4064/89 gegeven beschikking van de Commissie geheel of gedeeltelijk nietig wordt verklaard, zijn ingevolge artikel 10, lid 5, van die verordening de in de verordening gestelde termijnen opnieuw van toepassing vanaf de dag waarop het arrest is gewezen.

8 Artikel 10, lid 6, van verordening 4064/89 preciseert, dat indien de Commissie niet binnen genoemde termijn van vier maanden een beschikking uit hoofde van artikel 8, lid 3, heeft gegeven, de concentratie wordt geacht verenigbaar met de gemeenschappelijke markt te zijn verklaard.

9 Ingevolge artikel 11, lid 1, van verordening nr. 4064/89 kan de Commissie ter vervulling van de haar bij deze verordening opgedragen taken alle noodzakelijke inlichtingen bij de bij de concentratie betrokken partijen inwinnen.

10 In lid 5 van hetzelfde artikel wordt gepreciseerd, dat indien een onderneming de door de Commissie gevraagde inlichtingen niet binnen de gestelde termijn of onvolledig verstrekt, de Commissie die inlichtingen bij beschikking kan verlangen. In deze beschikking worden de verlangde inlichtingen omschreven, wordt een passende termijn bepaald waarbinnen zij moeten worden verstrekt, en wordt vermeld dat tegen de beschikking beroep op de communautaire rechter openstaat.

11 Ingevolge artikel 18, lid 3, van verordening nr. 4064/89 baseert de Commissie haar beschikkingen uitsluitend op bezwaren waarover de betrokkenen hun opmerkingen hebben kunnen maken, en worden de rechten van de verdediging van de betrokkenen in de procedure ten volle gewaarborgd.

12 Volgens artikel 9, lid 1, sub a, van verordening (EG) nr. 477/98 van de Commissie van 1 maart 1998 betreffende de aanmeldingen, de termijnen en het horen van betrokkenen en derden overeenkomstig verordening nr. 4064/89 (PB L 61, blz. 1), wordt de vorenbedoelde termijn van vier maanden geschorst, wanneer de Commissie zich overeenkomstig artikel 11, lid 5, van verordening nr. 4064/89 genoopt ziet een beschikking te geven, omdat de inlichtingen die zij aan een van de kennisgevende partijen heeft gevraagd, haar binnen de gestelde termijn niet of niet volledig zijn verstrekt.

De antecedenten van het geding

13 Schneider Electric SA (hierna: "Schneider"), vennootschap naar Frans recht, is de moedermaatschappij van een groep die zich bezighoudt met de productie en verkoop van producten en systemen in de sectoren elektriciteitsdistributie, industriële meet- en regeltechniek en automatisering. In het boekjaar 2000 behaalde Schneider een omzet van 8 750 miljoen euro wereldwijd en 4 095 miljoen euro in de Gemeenschap.

14 Legrand SA is een vennootschap naar Frans recht, gespecialiseerd in de productie en verkoop van elektrische apparatuur voor laagspanningsinstallaties. In 2000 bedroeg haar omzet 2 791 miljoen euro wereldwijd en 1 684 miljoen euro in de Gemeenschap.

15 Overeenkomstig het bepaalde in verordening nr. 4064/89 stelden Schneider en Legrand op 16 februari 2001 de Commissie in kennis van Schneiders voornemen een openbaar ruilaanbod ("ORA") te doen voor alle aandelen Legrand in handen van het publiek.

16 Aan deze aanmelding waren informele aanmeldingen op 12 december 2000 en 5 januari 2001 voorafgegaan.

17 Op 29 januari 2001 deden de kennisgevende partijen de Commissie een nieuwe ontwerpaanmelding toekomen.

18 Ter aanvulling van deze derde ontwerpaanmelding beantwoordden Schneider en Legrand nog 71 vragen, die de Commissie hun op 7 februari 2001 had voorgelegd.

19 De Commissie kwam tot de conclusie, dat de aangemelde concentratie binnen het toepassingsgebied van verordening nr. 4064/89 viel en dat er grote twijfel bestond over haar verenigbaarheid met de gemeenschappelijke markt en de Europese Economische Ruimte (hierna: "EER").

20 Bijgevolg gaf de Commissie op 30 maart 2001 een beschikking op grond van artikel 6, lid 1, sub c, van verordening nr. 4064/89, waarbij zij de tweede fase van het onderzoek van de aangemelde concentratie inleidde.

21 Bij brief van 6 april 2001 verzocht de Commissie krachtens artikel 11, lid 1, van verordening nr. 4064/89 Schneider en Legrand om inlichtingen.

22 Toen de beide vennootschappen aan het einde van de gestelde termijn (18 april 2001) niet alle gevraagde inlichtingen over de diverse bij de concentratie betrokken markten hadden verstrekt, richtte de Commissie tot elk van hen een beschikking met een verzoek om inlichtingen als bedoeld in artikel 11, lid 5, van verordening nr. 4064/89. Deze beschikking was gedateerd op 27 april 2001.

23 Op 25 juni 2001 had de Commissie alle verlangde inlichtingen ontvangen.

24 Op 7 juni 2001 diende Schneider de voorwaarden van haar ORA in bij de Franse raad voor de financiële markten, die het tijdens zijn vergadering van 14 juni daaraanvolgend ontvankelijk verklaarde. De toestemming van de beurscommissie werd op 19 juni 2001 verkregen.

25 Gelet op artikel 7, lid 3, van verordening nr. 4064/89, dat de uitvoering van bij de Commissie aangemelde openbare aanbiedingen toestaat op voorwaarde dat de verkrijger de aan de betrokken aandelen verbonden stemrechten niet uitoefent, maakte Schneider haar ORA op 21 juni 2001 publiek, met als uiterste datum 25 juli daaraanvolgend.

26 Krachtens artikel 13, lid 2, van verordening nr. 447/98 zond de Commissie op 3 augustus 2001 Schneider een mededeling van punten van bezwaar, waarin zij concludeerde, dat door de aangemelde concentratie een machtspositie op een aantal nationale sectoriële markten zou ontstaan of zou worden versterkt.

27 Op 6 augustus 2001 gaf de Franse beurscommissie haar bericht uit over het eindresultaat van Schneiders ORA met betrekking tot de aandelen Legrand. Daaruit bleek, dat Schneider 98,7 % van die aandelen had verworven.

28 Schneider bood de Commissie een rapport aan, gedateerd op 14 juni 2001 en voor rekening van de kennisgevende partijen opgesteld door L. Waverman en het kantoor "National Economic Research Associates" (hierna: "eerste NERA-rapport"). In dit stuk wordt ingegaan op de omschrijving van de sectoriële markt van elektrische schakelpanelen, de geïntegreerde verkopen van onderdelen voor schakelpanelen van twee van Schneiders concurrenten, te weten ABB en Siemens, en op de mededingingssituatie op de markt van schakelpanelen in Italië, Spanje, Portugal en Denemarken.

29 Bij op 16 augustus 2001 ingediende memorie antwoordden de kennisgevende partijen op de mededeling van punten van bezwaar.

30 Op 21 augustus 2001 vond een hoorzitting plaats.

31 Tijdens een bijeenkomst op 29 augustus 2001, waaraan Schneider en de diensten van de Commissie deelnamen, werd gesproken over eventuele wijzigingen in de zin van artikel 8, lid 1, van verordening nr. 4064/89, ter oplossing van de door de Commissie geconstateerde problemen op mededingingsgebied.

32 Met het oog daarop diende Schneider op 14 september 2001, de laatste dag van de wettelijke termijn, haar voorstellen voor verbintenissen ("remedies" of "corrigerende maatregelen") in.

33 Op 18 september 2001 zond de Commissie de derde betrokkenen een vragenlijst met betrekking tot die voorstellen.

34 Het raadgevend comité concentraties van ondernemingen kwam op 19 september 2001 bijeen om de ontwerpeindbeschikking te onderzoeken.

35 Op 24 september 2001 zond Schneider de Commissie een nieuwe versie van haar verbintenissen van 14 september als reactie op specifieke vragen die de Commissie op 21 september had gesteld.

36 Dezelfde dag nodigden de diensten van de Commissie partijen uit voor een bijeenkomst.

37 In een nota bij hun brief van 25 september 2001 aan het lid van de Commissie belast met mededingingszaken, gaven Schneider en Legrand uitdrukking aan hun uiterste verbazing over het feit dat de diensten van de Commissie ook op hun nieuwe voorstellen van verbintenissen negatief hadden gereageerd, ofschoon Legrand zich volgens deze voorstellen in de gehele EER uit de markten van elektrische panelen zou terugtrekken.

38 Het raadgevend comité concentraties van ondernemingen kwam op 28 september 2001 nogmaals bijeen om de voorgestelde corrigerende maatregelen te onderzoeken en zich over de ontwerpbeschikking uit te spreken.

39 Op 10 oktober 2001 gaf de Commissie een beschikking op de grondslag van artikel 8, lid 3, van verordening nr. 4064/89 [C (2001) 3014 def. (zaak COMP/M.2283 - Schneider-Legrand)] (hierna: "de beschikking"of "de bestreden beschikking").

40 Artikel 1 van de beschikking luidt als volgt:

"La concentration notifiée à la Commission par Schneider le 16 février 2001, qui lui permettrait d'acquérir le contrôle exclusif de Legrand, est déclarée incompatible avec le marché commun et avec le fonctionnement de l'accord EEE." [De door Schneider op 16 februari 2001 bij de Commissie aangemelde concentratie, waardoor zij de uitsluitende zeggenschap over Legrand zou verkrijgen, wordt onverenigbaar verklaard met de gemeenschappelijke markt en met de werking van de EER-Overeenkomst.]

41 De beschikking bevat een beschrijving van de sector elektrisch materiaal voor laagspanningsinstallaties [onderdeel V A, "Compatibilité avec le marché commun" (Verenigbaarheid met de gemeenschappelijke markt)], de definitie van de door de concentratie geraakte nationale sectoriële markten (onderdeel V B), de analyse van die concentratie (onderdeel V C), en de beoordeling van de door Schneider voorgestelde remedies voor de door de Commissie gesignaleerde mededingingsproblemen [onderdeel VI, "Mesures correctives" (Corrigerende maatregelen)].

42 De aangemelde concentratie betreft een industriesector die elektrisch materiaal vervaardigt dat bestemd is om in gebouwen van de industriële, de tertiaire en de residentiële sector te worden geïnstalleerd op het niveau na de aansluiting op het externe elektriciteitsnet. Bij die installaties kan men drie categorieën onderscheiden, die in punt 12 van de considerans van de beschikking worden beschreven.

43 In de eerste plaats de schakelpanelen of verdelers, die in wezen dienen om de verschillende niveaus van de installatie met elektrische energie te voeden en de installatie en de gebruiker te beschermen tegen overbelasting en kortsluitingen.

44 Deze verdelers, voornamelijk bestaande uit een kast en beveiligingsonderdelen, zoals stroomonderbrekers (ook automaten genoemd), zekeringen en differentieelschakelaars, kunnen worden onderverdeeld in drie verschillende productgroepen, overeenkomend met de verschillende niveaus van de stroomdistributie:

- hoofdverdelers, voor de aansluiting van grote gebouwen van de industriële en tertiaire sector op het externe elektriciteitsnet;

- tussenverdelers, die per etage worden geplaatst;

- eindverdelers, voor iedere eindgebruiker met een gering energieverbruik, zoals de bewoner van een appartement.

45 In de tweede plaats geprefabriceerde kabeldragers, kabelbuizen en kabelbanen, voor de bevestiging van stroomkabels in kelders en technische ruimten en boven hangende plafonds.

46 In de derde plaats elektrische apparatuur die na de eindverdeler wordt geïnstalleerd (hierna: "eindapparatuur"); hier kan men zes productgroepen onderscheiden (zie ook punt 302 van de considerans van de bestreden beschikking):

- materiaal dat in de eindfase van de elektrische installatie wordt gebruikt (contactdozen, schakelaars e.d.; hierna ook "eindfasemateriaal");

- regelsystemen die een bijzondere toepassing, zoals een verwarming, in een bepaald gedeelte van een gebouw sturen;

- systemen ter beveiliging van goederen en personen (alarmsystemen, brandmelders, beveiligingsverlichting e.d.);

- verbindingen voor informatica- en communicatiesystemen (computeraansluitmateriaal, verdeelkasten e.d.);

- bevestigings- en verdeelmateriaal, voor het bevestigen, aftakken en bekabelen van installaties na de eindverdeler;

- onderdelen van zichtbaar gemonteerde kabelbanen (kabelgoten, vloerdozen of masten).

47 De aangemelde concentratie heeft eveneens gevolgen voor andere typen producten voor industrieel gebruik, met name controle- en signaalsystemen en elektrische voedings- en omvormingsapparatuur.

48 Partijen zijn overeengekomen de betrokken industriesector te segmenteren als volgt (tabel in punt 14 van de considerans van de beschikking):

Segment

Naam

Producten

Segment 1

hoofdverdelers

kastdelen, stroomonderbrekers, zekeringen, enz.

Segment 2

tussenverdelers

kastdelen, stroomonderbrekers, zekeringen, enz.

Segment 3

geprefabriceerde kabeldragers en -buizen

geprefabriceerde kabeldragers en -buizen

Segment 4

eindverdelers

kastdelen, stroomonderbrekers, zekeringen, schakelaars, differentieelschakelaars, enz.

Segment 5A

apparatuur voor gebruik na eindverdeler

eindapparatuur

meet- en regelsystemen

beveiligings- en bewakingssystemen

onderdelen voor communicatienetwerken

Segment 5B

accessoires voor verspreide installaties

verdeeldozen, bevestigingsmateriaal en bekabeling tussen eindverdeler en te installeren apparaat

Segment 5C

zichtbaar gemonteerde kabelbanen

vloerdozen, wandgoten, masten, enz.

Industriële apparatuur

voedings- en omvormingsapparatuur

hulpapparaten voor controle- en signaalsystemen

apparaten voor de elektrische voeding van industrie-uitrusting met wissel- of gelijkstroom

verbindingsapparaten voor de besturing van bedrijfsuitrusting

49 Aanbod en vraag op de markt van het betrokken materiaal worden bepaald door zes verschillende groepen spelers.

50 De fabrikanten, zoals Schneider en Legrand, zijn de industriële groepen die de elektrische uitrusting vervaardigen.

51 De groothandelaars zijn de plaatselijke distributeurs, die het gehele palet van voor een elektrische installatie benodigde materialen van de fabrikanten kopen en aan de installateurs en paneelbouwers aanbieden.

52 De paneelbouwers zijn vaklieden die de verschillende onderdelen van een schakelpaneel in een gebouw assembleren. In de praktijk omvat hun werkzaamheid vier taken, te weten:

- het ontwerp en de aanpassing van het schakelpaneel aan de bijzondere eisen van de installatie;

- de aanschaf en assemblage van de onderdelen van het schakelpaneel (kastdelen, stroomonderbrekers, zekeringen enz.);

- de bekabeling van het schakelpaneel;

- de controle van de goede werking van het geheel.

53 De paneelbouwer levert vervolgens de complete kast aan de installateur die ze bij de eindafnemer plaatst. In de praktijk houden de paneelbouwers zich vooral bezig met de hoofd- en tussenverdelers. De eindverdelers worden meestal door de installateurs zelf aangepast en geassembleerd.

54 De installateurs zijn de vaklieden die het elektrisch materiaal bij de eindafnemer plaatsen.

55 De opdrachtgevers zijn de architecten, ontwerpbureaus, diensten voor openbare werken en gebouwen, of projectontwikkelaars die verantwoordelijk zijn voor de gebouwen waarin de elektrische installaties worden geplaatst.

56 De eindafnemers zijn de personen of ondernemingen die eigenaar zijn van de gebouwen waarin de elektrische installaties worden geplaatst. Traditioneel worden de eindafnemers in twee grote categorieën verdeeld: industriëlen en bouwondernemingen. Deze laatste categorie wordt vaak weer onderverdeeld in bedrijven van de tertiaire en van de residentiële sector.

57 In punt 782 van de considerans van de bestreden beschikking komt de Commissie tot de conclusie, dat de beoogde concentratie een machtspositie zal doen ontstaan, waardoor een daadwerkelijke mededinging op de volgende markten merkelijk zal worden belemmerd:

- de markten van verdeelautomaten, kleine automaten en kasten voor tussenverdelers in Italië;

- de markten van kleine automaten, differentieelschakelaars en kasten voor eindverdelers in Denemarken, Spanje, Italië en Portugal;

- de markt van hoofdautomaten in Frankrijk en Portugal;

- de markt van kabeldragers in Groot-Brittannië;

- de markt van contactdozen en schakelaars in Griekenland;

- de markt van waterdichte apparatuur in Spanje;

- de markt van bevestigings- en verdeelmateriaal in Frankrijk;

- de markt van omvormingsapparatuur in Frankrijk;

- de markt van hulpmaterialen voor controle- en signaalsystemen in Frankrijk.

58 De Commissie is voorts van oordeel (punt 783 van de considerans), dat de voorgenomen concentratie zal leiden tot versterking van een machtspositie, waardoor een daadwerkelijke mededinging op de volgende markten merkelijk zal worden belemmerd:

- de markten van verdeelautomaten, kleine automaten en kasten voor tussenverdelers in Frankrijk;

- de markten van kleine automaten, differentieelschakelaars en kasten voor eindverdelers in Frankrijk;

- de markt van contactdozen en schakelaars in Frankrijk;

- de markt van waterdichte apparatuur in Frankrijk;

- de markt van systemen van beveiligingsverlichting of van autonome verlichtings- en beveiligingsblokken in Frankrijk.

59 Ten slotte is de Commissie van mening, dat de door Schneider voorgestelde verbintenissen de in de beschikking geconstateerde mededingingsproblemen niet zullen kunnen oplossen.

60 Schneider heeft de Commissie een tweede, door het bureau NERA in december 2001 opgesteld rapport voorgelegd (hierna: "tweede NERA-rapport"). Dit handelt over de elasticiteit van de vraag naar onderdelen voor schakelpanelen, de merktrouw van de installateurs, de distributiestructuur in Italië, Spanje, Portugal en Denemarken, de kenmerken van de geïntegreerde verkopen van onderdelen van schakelpanelen door ABB en Siemens en, ten slotte, de definitie van de relevante sectoriële markt van schakelpanelen.

De procedure voor het Gerecht

61 Bij verzoekschrift, op 13 december 2001 neergelegd ter griffie van het Gerecht, heeft Schneider beroep tot nietigverklaring van de beschikking ingesteld.

62 Bij afzonderlijke akte heeft Schneider het Gerecht verzocht, in een versnelde procedure overeenkomstig artikel 76 van het Reglement voor de procesvoering op haar beroep te beslissen.

63 Op 23 januari 2002 heeft het Gerecht dit verzoek afgewezen wegens de aard van het dossier en, met name, de omvang van het verzoekschrift en de bijlagen daarbij.

64 Op 5 april 2002 heeft een informele bijeenkomst plaatsgevonden van de president van de Eerste kamer en de rechter-rapporteur met de vertegenwoordigers van partijen.

65 Op 3 mei 2002 heeft het Gerecht (Eerste kamer), de Commissie gehoord, besloten te voldoen aan Schneiders verzoek om in een versnelde procedure te beslissen, zulks gelet op de verklaring van die partij, dat zij vasthield aan de op 12 april 2002 neergelegde verkorte versie van haar verzoekschrift.

66 Bij beschikking van 6 mei 2002 is de Franse Republiek toegelaten tot interventie ter ondersteuning van de conclusies van Schneider.

67 Op 16 mei 2002 heeft de Commissie een nieuwe, aan het verkorte verzoekschrift aangepaste, versie van haar eerder ingediend verweerschrift neergelegd.

68 Bij beschikking van 7 juni 2002 zijn het Comité d'entreprise de la SA Legrand en het Comité européen du groupe Legrand [ondernemingsraad respectievelijk centrale ondernemingsraad] toegelaten tot interventie ter ondersteuning van de conclusies van de Commissie.

69 Op rapport van de rechter-rapporteur heeft het Gerecht besloten de mondelinge behandeling te openen en heeft het, bij wege van maatregel tot organisatie van de procesgang in de zin van artikel 64 van het Reglement voor de procesvoering, de partijen vragen gesteld, die door deze zijn beantwoord.

70 Ter terechtzitting van 10 juli 2002 zijn partijen in hun pleidooien gehoord en hebben zij vragen van het Gerecht beantwoord.

Conclusies van partijen

71 Schneider, ondersteund door de Franse Republiek, concludeert dat het het Gerecht behage:

- primair, met gegrondverklaring van het eerste middel de beschikking nietig te verklaren en vast te stellen, dat artikel 10, lid 5, van verordening nr. 4064/89 in casu niet toepasselijk is;

- subsidiair, de beschikking nietig te verklaren;

- voor zoveel nodig, verzoekster het recht voor te behouden de vaststelling van de maatregelen tot organisatie van de procesgang of van instructie te vorderen, die voor de vaststelling van de feiten of voor het onderzoek van de in geding zijnde concentratie noodzakelijk zijn;

- de Commissie in alle kosten te verwijzen.

72 De Commissie, ondersteund door het Comité d'entreprise de la SA Legrand en het Comité européen du groupe Legrand, concludeert dat het het Gerecht behage:

- het beroep te verwerpen;

- Schneider in de kosten te verwijzen.

In rechte

73 Het betoog waarmee Schneider haar beroep onderbouwt, omvat verscheidene middelen die voor de overzichtelijkheid moeten worden geacht te zijn ontleend aan, respectievelijk, onregelmatigheid van de procedure ten aanzien van artikel 10, lid 3, van verordening nr. 4064/89, kennelijke fouten van de Commissie bij de beoordeling van, primo, de gevolgen van de aangemelde concentratie en, secundo, de door Schneider aangeboden verbintenissen om de concentratie verenigbaar met de gemeenschappelijke markt te maken, en schending van de rechten van de verdediging.

Onregelmatigheid van de procedure

Eerste middel: schending van artikel 10, lid 3, van verordening nr. 4064/89

- Argumenten van partijen

74 In het kader van dit primaire middel merkt Schneider op, dat de Commissie ingevolge artikel 10, lid 3, van verordening nr. 4064/89 bij het begin van de tweede fase van de procedure op 30 maart 2001 over een termijn van vier maanden beschikte om de onverenigbaarheid van de concentratie met de gemeenschappelijke markt vast te stellen.

75 Volgt men de bepalingen van verordening nr. 447/98 betreffende de berekening van termijnen, dan is deze dwingende termijn op 10 augustus 2001 verstreken, dus voordat de beschikking van de Commissie op 10 oktober 2001 werd vastgesteld.

76 In die omstandigheden moet de concentratie overeenkomstig artikel 10, lid 6, van verordening nr. 4064/89 worden geacht verenigbaar met de gemeenschappelijke markt te zijn verklaard.

77 De Commissie beroept zich evenwel op de uitzonderlijke schorsing van de termijn van vier maanden, waarin artikel 10, lid 4, van verordening nr. 4064/89 voorziet in het geval dat aan een van de bij de concentratie betrokken ondernemingen toe te rekenen omstandigheden de Commissie nopen, overeenkomstig artikel 11, lid 5, van verordening nr. 4064/89 bij beschikking inlichtingen te vragen.

78 Bij de beschikking van 27 april 2001 (zie punt 22 supra) is Schneider weliswaar gelast de Commissie een aantal inlichtingen te verstrekken die deze reeds bij brief van 6 april 2001 tegen 18 april daaraanvolgend had gevraagd, maar aan de zeer strikte voorwaarden die artikel 10, lid 4, van verordening nr. 4064/89 voor de schorsing van de termijn van vier maanden stelt, was niet voldaan.

79 Het gaat daar immers om een uitzonderlijke schorsing, die niet noodzakelijk vastzit aan elke beschikking waarbij inlichtingen worden verlangd. In casu was de Commissie niet tot het geven van die beschikking gedwongen door aan de betrokken ondernemingen toe te rekenen omstandigheden, maar omdat die ondernemingen in de brief van 6 april 2001 met het verzoek om inlichtingen vijf werkdagen de tijd hadden gekregen om 322 vragen te beantwoorden. Voor die antwoorden moesten meer dan 300 000 gegevens worden verzameld, waarvan nog moest blijken of ze later voor de beoordeling van de concentratie van nut zouden zijn.

80 Daarmee heeft de Commissie zelf een omstandigheid gecreëerd die zij later gebruikte om een beschikking met schorsende werking te rechtvaardigen.

81 Schneider wijst erop, dat de schorsing van de termijn in punt 8 van de bestreden beschikking wordt gebaseerd op artikel 10, lid 4, van verordening nr. 4064/89, terwijl de beschikking van 27 april 2001 daarvoor naar artikel 9 van verordening nr. 447/98 verwijst.

82 De Commissie kan de schorsing van de termijn van vier maanden niet rechtvaardigen met het argument, dat artikel 9 van verordening nr. 447/98, anders dan artikel 10, lid 4, van verordening nr. 4064/89, niet gewaagt van het uitzonderlijk karakter van die schorsing noch van de noodzaak het bestaan van aan een der partijen bij de concentratie toe te rekenen omstandigheden aan te tonen. Verordening nr. 447/98 kan niet afwijken van het bepaalde in de basisverordening nr. 4064/89, waarvan zij de uitvoering verzekert.

83 De omstandigheid dat Schneider niet meteen een beroep tot nietigverklaring van de beschikking van 27 april 2001 heeft ingesteld, heeft geen invloed op de ontvankelijkheid van dit middel. De schorsing van de maximumtermijn van vier maanden is een handeling zonder specifieke materiële inhoud waardoor de rechten van ondernemingen worden aangetast. Dat in genoemde beschikking het rechtsmiddel wordt vermeld dat tegen de beschikking openstaat, doet aan die conclusie niets af. In het dispositief wordt niet over de schorsing van de termijn van vier maanden gesproken en Schneider had hoe dan ook geen voldoende belang om nietigverklaring van die beschikking te vorderen.

84 Voor het geval het eerste middel wordt aanvaard, verzoekt Schneider het Gerecht voorts, op de grondslag van artikel 241 EG de niet-toepasselijkheid vast te stellen van artikel 10, lid 5, van verordening nr. 4064/89, bepalende dat de in die verordening bepaalde termijnen opnieuw van toepassing zijn vanaf de dag van uitspraak van een arrest waarbij een beschikking van de Commissie nietig wordt verklaard. Indien men in het geval dat de verenigbaarheid van een concentratie wordt geacht te zijn vastgesteld, termijnen doet herleven, is dat geen bestraffing van de begane onwettigheid, doch juist een beloning ervan, want het betekent dat de Commissie een nieuwe termijn krijgt om opnieuw te beslissen.

85 De Commissie betoogt, dat het middel ontleend aan onwettigheid van de beschikking van 27 april 2001, kennelijk niet-ontvankelijk is, omdat een beroep tot nietigverklaring niet binnen de voor een beroep in rechte gestelde termijn is ingesteld (arrest Hof van 30 januari 1997, Wiljo, C-178/95, Jurispr. blz. I-585, punt 19).

86 De beschikking van 27 april 2001, gegeven krachtens artikel 11, lid 5, van verordening nr. 4064/89 met het oog op het verkrijgen van de nodige inlichtingen, was immers een handeling die vatbaar was voor beroep tot nietigverklaring. Bovendien had Schneider een voldoende, bestaand en reëel belang om onmiddellijk de nietigverklaring van die beschikking te vorderen.

87 In elk geval is het middel ongegrond: de beschikking voldoet aan de bepalingen zowel van verordening nr. 4064/89 als van verordening nr. 477/98. In het bijzonder waren de gevraagde inlichtingen noodzakelijk voor het onderzoek en omdat de kennisgevende partijen zo traag reageerden, was de Commissie wel gedwongen de beschikking te geven.

88 De redelijkheid van een termijn moet worden beoordeeld naar de omstandigheden van elke zaak (arrest Gerecht van 22 oktober 1997, SCK en FNK/Commissie, T-213/95 en T-18/96, Jurispr. blz. II-1739) en de Commissie is verplicht strikte termijnen in acht te nemen.

89 Het schriftelijk verzoek om inlichtingen van 6 april 2001 was niet meer dan het logische vervolg op diverse vragen die de Commissie vanaf het begin van de procedure had opgeworpen, en een onderneming als Schneider diende daarop te antwoorden met alle voortvarendheid die van een normaal zorgvuldig ondernemer mag worden verlangd.

90 Wat de gevolgen betreft van beschikkingen waarbij krachtens artikel 11, lid 5, van verordening nr. 4064/89 inlichtingen worden verlangd, bestaat er geen enkel verschil tussen artikel 10, lid 4, van verordening nr. 4064/89 en artikel 9 van verordening nr. 447/98; men kan zowel naar de ene als naar de andere bepaling verwijzen.

91 Het is derhalve van geen enkel belang, dat de beschikking van 27 april 2001 ter motivering van de schorsing van de termijn van vier maanden in de tiende overweging van de considerans naar artikel 9 van verordening nr. 447/98 verwijst en de bestreden beschikking in haar achtste overweging naar artikel 10, lid 4, van verordening nr. 4064/89.

92 Prematuur en bijgevolg niet-ontvankelijk is volgens de Commissie de door Schneider opgeworpen exceptie van onwettigheid van artikel 10, lid 5, van verordening nr. 4064/89, bepalende dat de in die verordening bepaalde termijnen vanaf de dag van uitspraak van een arrest tot nietigverklaring opnieuw van toepassing zijn.

93 Hoe dan ook is het logisch en zelfs noodzakelijk, dat verordening nr. 4064/89 een bepaling bevat over de gevolgen die de nietigverklaring door de rechter van een op die bepaling gebaseerde beschikking voor de termijnen heeft.

- Beoordeling door het Gerecht

94 De betwiste schorsing van de termijn van vier maanden waarbinnen de Commissie moet beslissen, heeft betrekking op de periode van 19 april 2001, de dag na het einde van de in het verzoek om inlichtingen van 6 april 2001 bepaalde termijn, en de 25e juni daaraanvolgend, de dag waarop de Commissie alle verlangde inlichtingen meende te hebben ontvangen.

95 Vaststaat dat, zo de schorsing van de termijn als wettig is te beschouwen, de op 10 oktober 2001 gedateerde beschikking, het aantal werkdagen in aanmerking genomen, is gegeven binnen de termijn van vier maanden te rekenen vanaf 30 maart 2001, de dag waarop de procedure was ingeleid; zou de schorsing daarentegen onwettig zijn, dan moet het oordeel luiden, dat de Commissie de in artikel 8, lid 3, bedoelde beschikking niet binnen de wettelijke termijn heeft gegeven.

96 Die in verordening nr. 4064/89 als uitzonderlijk bestempelde schorsing onderstelt, dat de Commissie gedwongen was, bij beschikking inlichtingen te verlangen wegens omstandigheden die aan een van de partijen bij de concentratie zijn toe te rekenen.

97 In de zevende overweging van de considerans van de beschikking van 27 april 2001 merkt de Commissie op, dat de inlichtingen die zij in haar brief van 6 april 2001 had gevraagd, in de zin van artikel 11, lid 1, van verordening nr. 4064/89 noodzakelijk waren om de verenigbaarheid van de voorgenomen concentratie met de gemeenschappelijke markt te beoordelen en, in het bijzonder, om de positie van de kennisgevende partijen op de diverse betrokken sectoriële markten te bepalen.

98 Dat die gegevens noodzakelijk waren, wordt door Schneider niet serieus betwist; zij merkt enkel op, dat nog moet blijken of zij later bij de beoordeling van de concentratie van nut zullen zijn.

99 Voorts staat vast, dat de kennisgevende partijen zich niet aan de in de brief van 6 april 2001 op 18 april daaraanvolgend gestelde antwoordtermijn hebben gehouden. Volgens de vierde overweging van de considerans van de beschikking van 27 april 2001 hadden zij de Commissie bij brief van 23 april 2001 doen weten, dat zij daartoe niet in staat waren.

100 Gelet op de omstandigheden van de zaak (zie, onder meer, punten 15 tot en met 18 supra) en de uit de algemene opzet van verordening nr. 4064/89 blijkende noodzaak van spoed, meent het Gerecht, dat de in de brief van 6 januari 2001 op 18 januari gestelde antwoordtermijn ondanks het grote aantal gestelde vragen redelijk was.

101 Aan de brief van 6 april 2001 met het verzoek om inlichtingen was een al op 8 december 2000 begonnen reeks van contacten en gesprekken tussen de kennisgevende partijen en de Commissie voorafgegaan. In die periode hadden de kennisgevende partijen al op tal van informele verzoeken om inlichtingen kunnen antwoorden.

102 De in de brief van 6 april 2001 gevraagde inlichtingen lagen geheel in de lijn van de informatie die reeds tijdens de informele onderzoeksfase was verstrekt, en gezien hun aard had een zo grote onderneming als Schneider er dus op korte termijn over moeten kunnen beschikken.

103 Bovendien hebben de kennisgevende partijen niet onmiddellijk geprotesteerd tegen de omvang van het in de brief van 6 april 2001 vervatte verzoek om inlichtingen; pas bij genoemde brief van 23 april 2001 hebben zij erop gereageerd.

104 De Commissie lijkt dus niet onrechtmatig te hebben gehandeld door de kennisgevende partijen bij beschikking van 27 april 2001 krachtens artikel 11, lid 5, van verordening nr. 4064/89 te gelasten de gevraagde inlichtingen te verstrekken.

105 De omstandigheid dat de kennisgevende partijen op 23 april 2001, dus vijf dagen na afloop van de in de brief van 6 april 2001 gestelde antwoordtermijn, hebben voorgesteld die termijn tot 29 april daaraanvolgend te verlengen, doet aan die conclusie niet af.

106 In een dergelijke situatie wordt de in artikel 10, lid 3, van verordening nr. 4064/89 bedoelde termijn van vier maanden luidens de dwingende bewoordingen van lid 4 van dat artikel "bij uitzondering geschorst". Het gebruik van de term "bij uitzondering" belet niet, dat wanneer de Commissie op regelmatige wijze een inlichtingenbeschikking tot een kennisgevende partij richt, de termijn van vier maanden door die beschikking automatisch wordt geschorst met ingang van de dag waarop is vastgesteld dat de betrokken partij in gebreke is de noodzakelijke inlichtingen te verschaffen, tot de dag waarop aan dat in gebreke zijn een einde komt.

107 In zoverre valt er dan ook geen tegenspraak te constateren tussen de bewoordingen van artikel 10, lid 4, van verordening nr. 4064/89 en die van artikel 9 van verordening nr. 447/98.

108 In de tiende overweging van de considerans van haar beschikking van 27 april 2001 kon de Commissie dan ook met recht stellen:

"Selon l'article 9 du règlement no. 447/98, les délais fixés à l'article 10, paragraphes 1 et 3, du règlement no. 4064/89 sont suspendus lorsque la Commission adopte une décision au titre de l'article 11, paragraphe 5, dudit règlement, pendant la période comprise entre la fin du délai fixé dans la demande de renseignements et la réception des renseignements complets et exacts requis par cette décision."

[Volgens artikel 9 van verordening nr. 447/98 worden, wanneer de Commissie een beschikking krachtens artikel 11, lid 5, van verordening nr. 4064/89 geeft, de in artikel 10, leden 1 en 3, van deze verordening gestelde termijnen geschorst gedurende de periode tussen het einde van de in het verzoek om inlichtingen gestelde termijn en de ontvangst van de bij die beschikking verlangde volledige en exacte inlichtingen.]

109 Het argument, dat daarmee op onwettige wijze wordt afgeweken van het basisvoorschrift van verordening nr. 4064/89, overtuigt niet. Wanneer deze verordening de schorsing van de termijn als uitzonderlijk bestempelt, dan heeft dat betrekking op het feit dat zich omstandigheden voordoen die het vragen van inlichtingen bij beschikking rechtvaardigen, en niet op de consequenties van een dergelijke beschikking. Zoals echter uit het voorgaande volgt, heeft Schneider de onwettigheid van die beschikking niet weten aan te tonen.

110 Aangezien de Commissie gerechtigd was de beschikking van 27 april 2001 te geven, waardoor de termijn van vier maanden waarbinnen zij over de verenigbaarheid van de aangemelde concentratie diende te beslissen, is geschorst, is de bestreden beschikking niet uit dien hoofde onwettig.

111 Zonder dat op de ontvankelijkheid ervan behoeft te worden ingegaan, moet het eerste middel derhalve worden afgewezen, voorzover het incident er de onwettigheid van de beschikking van 27 april 2001 ter discussie stelt.

112 De exceptie van onwettigheid van artikel 10, lid 5, van verordening nr. 4064/89, volgens hetwelk de termijnen na nietigverklaring van een onverenigbaarheidsbeschikking opnieuw ingaan, behoeft niet meer te worden behandeld, daar zij slechts is opgeworpen voor het geval het Gerecht het middel betreffende onwettigheid van de schorsing van de termijn van vier maanden gegrond zou verklaren.

113 Maar ook indien dat middel gegrond was verklaard, zou de exceptie van onwettigheid niet ontvankelijk zijn geweest, aangezien de Commissie in dat stadium tegen Schneider geen enkele beschikking had gegeven op basis van de bepaling waarvan de onwettigheid bij wege van incident wordt opgeworpen (zie, in die zin, arrest Hof van 5 oktober 2000, Raad/Chvatal e.a., C-432/98 P en C-433/98 P, Jurispr. blz. I-8535, punt 33).

Middelen betreffende de wijze waarop de Commissie de gevolgen van de aangemelde concentratie heeft beoordeeld

114 Subsidiair beroept Schneider zich op motiveringsgebreken bij de punten van bezwaar met betrekking tot het ontstaan van een machtspositie. Voorts zou de bestreden beschikking kennelijke methodologische en beoordelingsfouten bevatten en in strijd zijn met de voorwaarden waaronder volgens artikel 2, lid 3, van verordening nr. 4064/89 de onverenigbaarheid van een concentratie met de gemeenschappelijke markt kan worden vastgesteld. De beschikking zou derhalve wezenlijke vormfouten bevatten, die grond opleveren voor de nietigverklaring ervan.

115 Alvorens in te gaan op de verschillende tot deze groep behorende middelen, lijkt het nuttig een uiteenzetting te geven van de kern van de economische redenering waarop de Commissie haar beoordeling van de gevolgen van de aangemelde concentratie baseert.

116 Volgens punt 488 van de considerans van de bestreden beschikking is het onderzoek van de hoofdkenmerken van de mededinging op het gebied van schakelpanelen, vervat in het inleidend gedeelte van de analyse van de Commissie van de gevolgen van de in geding zijnde concentratie (onderdeel V C.1.1. van de beschikking), mutatis mutandis van toepassing "aux autres marchés de produits affectés par l'opération notifiée, sous réserve de considérations spécifiques [...] évoquées dans le cadre des sections portant sur les produits en cause" [op de andere productmarkten die door de aangemelde concentratie worden beïnvloed, behoudens de meer specifieke overwegingen in de gedeelten die op de betrokken producten betrekking hebben].

117 In haar algemene analyse (punten 489-520 van de considerans) beklemtoont de Commissie de geringe prijsgevoeligheid van de vraag naar elektrisch materiaal voor laagspanningsinstallaties. Enerzijds heeft de prijs van dat materiaal geen invloed op beslissingen over nieuwbouw- of renovatieprojecten, daar het daarbij vaak slechts om een klein deel van de totale kosten gaat. Anderzijds vertegenwoordigt het materiaal vaak slechts 20 % van de waarde van de gehele elektrische installatie; de overige 80 % zitten in de arbeidskosten. Een algemene verhoging van de prijzen van elektrisch materiaal zou dus maar weinig of in het geheel geen effect op de vraag hebben.

118 Verder zegt de Commissie, dat installateurs en paneelbouwers opmerkelijk trouw zijn aan het merk van hun fabrikant, waarvan zij maar moeilijk afscheid kunnen nemen, zelfs indien concurrerende producenten hun lagere prijzen bieden.

119 De Commissie wijst er overigens op, dat die merktrouw niet absoluut is. Zolang een merk de kwaliteit en de onmiddellijke beschikbaarheid van elektrisch materiaal waarborgt, is het voor andere fabrikanten niet gemakkelijk het cliënteel voor zich te winnen, zelfs niet wanneer zij betere producten en/of lagere prijzen bieden. Maar wanneer een merk niet meer aan de essentiële eisen van de installateurs en paneelbouwers voldoet, zal het snel hun vertrouwen verliezen, dat dan moeilijk kan worden teruggewonnen.

120 Ofschoon het merk een van de voornaamste factoren is die de keuze van de elektriciens bepalen, en voor de fabrikanten een sterke belemmering vormt voor hun toegang tot of diversificatie op andere sectoriële markten, is volgens de Commissie de omvang van het productenassortiment een andere factor voor het succes van de fabrikant. Het streven van de betrokkenen om hun aanbod te verbreden, beantwoordt overigens aan het feit dat de groothandel, om zijn kostenstructuur te optimaliseren, bij voorkeur inkoopt bij fabrikanten met een uitgebreid productenpalet.

121 Ofschoon de verkoop van onderdelen voor hoofdverdelers niet via de groothandel verloopt, is deze volgens punt 71 van de considerans wel goed voor 80 tot 90 % van de afzet van de andere typen elektrisch materiaal dat bij de aangemelde concentratie betrokken is.

122 Fabrikanten met een breed productenassortiment hebben bij de verkoop ook een voordeel door de diverse kortingen die zij de groothandel kunnen bieden en die voor deze een groot deel van zijn omzet uitmaken (zie punt 589 van de considerans). Met name de zogenoemde volumekortingen zijn op de waarde van de totale verkoop van elektrisch materiaal gebaseerd (punt 587 van de considerans).

123 Hoewel zij met hun keuzecriteria natuurlijk ook rekening moeten houden met de voorkeur van hun afnemers (paneelbouwers en installateurs), zoeken groothandelaars daarom toch leveranciers die het ruimst mogelijke assortiment van producten aanbieden (punt 81 van de considerans).

124 Dankzij haar unieke geografische spreiding, haar goede betrekkingen met de groothandel, haar ongeëvenaard productenassortiment en haar onvergelijkbaar merkenarsenaal, aldus de Commissie, zal de entiteit die door de fusie zou ontstaan, door haar vermogen haar bestaande posities ten koste van haar concurrenten te versterken, een leverancier worden waar de afnemers niet omheen kunnen.

125 Gezien de versnippering van de vraag van paneelbouwers en installateurs en hun trouw aan de bekendste merken, zal de nieuwe groep prijsverhogingen kunnen doorzetten zonder dat het effect daarvan door een overeenkomstig verlies van marktaandeel wordt opgeheven (punten 592 en 688 van de considerans).

126 De Commissie concludeert, dat de concentratie bijzonder ernstige gevolgen dreigt te hebben voor de prijzen van schakelpanelen (punt 612 van de considerans), kabeldragers (punt 641 van de considerans) en eindfasemateriaal (punt 688 van de considerans).

Tweede middel: de beoordeling van de gevolgen van de concentratie berust op een foute economische redenering

- Argumenten van partijen

127 In de eerste plaats stelt Schneider, dat de Commissie voor haar conclusie dat de uit de fusie resulterende entiteit zich onafhankelijk van de andere spelers zal kunnen opstellen en, bijgevolg, de prijzen zal kunnen verhogen, uitgaat van de geringe prijsgevoeligheid van de algemene vraag naar elektrisch materiaal. Dat aspect is echter van geen enkel belang voor de beoordeling van de mededingingsstructuren op de verschillende sectoriële markten.

128 Men dient zich integendeel te baseren op de elasticiteit van het prijsaanbod van een onderneming. Dienaangaande blijkt uit het tweede NERA-rapport, dat reclamecampagnes van fabrikanten voor een bepaald artikel tot een grotere verkoop ten koste van de concurrenten leidt.

129 De Commissie herinnert eraan, dat zij in de punten 517 tot en met 519 van de considerans heeft uiteengezet, dat de algemene vraag naar elektrisch materiaal weinig prijsgevoelig, of inelastisch, is, omdat zij voornamelijk door externe factoren wordt bepaald.

130 Het verschil van mening tussen de Commissie en Schneider betreft dus de prijsgevoeligheid van de tot elke fabrikant gerichte vraag. Deze kwestie valt in werkelijkheid samen met die van de trouw van de vraag aan de merken van de fabrikant.

131 De Commissie meent, dat uit de beide NERA-rapporten niet blijkt, dat de betrokken ondernemingen door hun reclamecampagnes afnemers van hun concurrenten hebben kunnen winnen. Niettemin zouden die campagnes, ondanks de geringe elasticiteit van de vraag, van nut kunnen zijn bij de lancering van nieuwe producten en kunnen bijdragen tot het instandhouden van de merktrouw van de afnemers.

132 In de tweede plaats betoogt Schneider, dat de Commissie niet zonder zichzelf tegen te spreken enerzijds kan stellen, dat de grote merktrouw van paneelbouwers en installateurs een factor is die de concurrenten in staat stelt beter weerstand tegen de aangemelde concentratie te bieden, en anderzijds, dat die trouw niettemin een hoge barrière voor de toegang tot de markt vormt, waarmee men bij de beoordeling van de concurrentiebeperkende gevolgen van die concentratie rekening dient te houden.

133 De Commissie wijst erop, dat blijkens punt 499 van de considerans de mate van merktrouw geen invloed heeft op de beoordeling van de machtspositie en dat die trouw niet absoluut, maar aanmerkelijk is. Zij verzekert de bestaande concurrenten dus geen volstrekte bescherming (punt 494 van de considerans). Aan deze redenering wordt niet afgedaan door - en zij is ook niet in tegenspraak met - het feit, dat de merktrouw de markttoegang voor potentiële concurrenten zeer bemoeilijkt.

- Beoordeling door het Gerecht

134 In de eerste plaats stelt het Gerecht vast dat, zoals bij lezing van het tweede NERA-rapport blijkt, Schneider de geringe elasticiteit van de algemene vraag naar elektrisch materiaal niet in twijfel trekt. Het geschil tussen partijen betreft dus enkel de noodzaak die er volgens Schneider zou bestaan, om bij de beoordeling van de mededingingsstructuren op de diverse markten van elektrisch materiaal rekening te houden met een eventuele kruiselasticiteit tussen fabrikanten.

135 Blijkens Schneiders betoog houdt deze laatste vraag nauw verband met die betreffende de merktrouw van paneelbouwers en installateurs. Uit de toegenomen verkoop van artikelen waarvoor een reclameactie wordt gevoerd, wordt in punt 2.1.2 van het tweede NERA-rapport afgeleid, dat afnemers zoals de paneelbouwers en installateurs bij verschillen in de prijzen van elektrisch materiaal snel van merk veranderen.

136 Schneider betwist echter niet wat de Commissie in punt 22 van de considerans stelt, namelijk dat de rechtstreekse bestellingen bij de fabrikanten afkomstig zijn van de groothandel, op wiens geringe prijsgevoeligheid, door de Commissie onder meer in punt 650 van de considerans gesignaleerd, Schneider niet ingaat.

137 Schneider lijkt ook geen kritiek te hebben op punt 70 van de considerans, volgens hetwelk enkel de grote industriële afnemers en de grote paneelbouwers, die actief zijn in het segment hoofdverdelers, waar de groothandel afwezig is, er belang bij kunnen hebben hun producten rechtstreeks bij de fabrikanten te kopen.

138 De toegenomen verkoop door bepaalde fabrikanten van artikelen waarvoor een reclameactie wordt gevoerd, ook indien dat ten koste van de concurrenten zou zijn gegaan, kan derhalve op zich geen grond zijn om een vraagteken te plaatsen bij de constatering van de Commissie betreffende de aanzienlijke merktrouw van paneelbouwers en installateurs.

139 Het valt immers niet uit te sluiten, dat de toename van de verkoop van artikelen waarvoor de fabrikanten een reclameactie voeren, aan de groothandel moet worden toegeschreven.

140 Uit de toegenomen verkoop van reclameartikelen volgt dus niet noodzakelijkerwijs, dat paneelbouwers en installateurs de neiging hebben snel van merk te veranderen, en dat de van die beroepsgroepen afkomstige vraag derhalve een sterke kruiselasticiteit vertoont.

141 De vaststelling van de Commissie inzake de aanzienlijke trouw van paneelbouwers en installateurs ten opzichte van de merken van fabrikanten van elektrisch materiaal, kan dus als juist worden aanvaard.

142 Schneider heeft derhalve niet weten aan te tonen, dat de Commissie bij de beoordeling van de gevolgen van de aangemelde concentratie zich ten onrechte heeft gebaseerd op het criterium van de prijsgevoeligheid van de algemene vraag naar elektrisch materiaal, in plaats van op een - niet bewezen - kruiselasticiteit van de van paneelbouwers en installateurs uitgaande vraag.

143 In de tweede plaats is het Gerecht van oordeel, dat het wegens de kennelijk aanzienlijke merktrouw van paneelbouwers en installateurs niet valt uit te sluiten, dat het voor een nieuwe concurrent moeilijk is om op een nationale sectoriële markt door te dringen.

144 Daartegenover staat, dat die merktrouw voor een fabrikant die al langer actief is op die markt, ook een factor kan zijn die hem helpt beter weerstand te bieden aan de gevolgen van de in geding zijnde concentratie.

145 De Commissie heeft de merktrouw van de elektriciens dus niet op een in zich tegenstrijdige wijze beoordeeld.

146 Dit middel moet bijgevolg worden afgewezen.

Derde middel: overschatting van de positie van de uit de fusie resulterende entiteit

- Argumenten van partijen

147 Schneider merkt op, dat de Commissie de verschillende bij de aangemelde concentratie betrokken productmarkten per land heeft afgebakend, terwijl de kennisgevende partijen tijdens de administratieve procedure juist hadden betoogd, dat enkele sectoriële markten een Europese dimensie hebben.

148 Zonder op die afbakening terug te komen, verwijt Schneider de Commissie, in onderdeel V C van haar beschikking de gevolgen van de concentratie globaal en op Europees niveau te hebben geanalyseerd, in plaats van per land op basis van de afbakening van de productmarkten in onderdeel V B van de beschikking.

149 Op grond van die globale analyse heeft de Commissie de nieuwe entiteit als "Europees leader" aangemerkt en geconcludeerd, dat deze een aantal essentiële voordelen ten opzichte van haar concurrenten zal hebben, met name de omvang van haar geografische spreiding, haar relaties met de groothandel, haar enorm productenassortiment en haar merkenarsenaal.

150 De Commissie kan de toekomstige entiteit echter niet verwijten de onbetwiste marktleider in Europa te worden, wanneer uit haar strikt nationale afbakening van de markten juist blijkt, dat de geconstateerde mededingingsproblemen zich binnen enge geografische grenzen voordoen.

151 De Commissie meent haar conclusie dat de aangemelde concentratie tot het ontstaan of de versterking van een machtspositie zal leiden, uitsluitend te hebben gebaseerd op een analyse van de gevolgen van die concentratie in elk van de betrokken landen, waarbij die gevolgen op alle dan wel enkele nationale markten of ook op slechts één ervan zullen optreden.

152 De Commissie ontkent, dat zij het bestaan van een machtspositie van de nieuwe entiteit op een sectoriële markt van Europese dimensie of op haar positie als "Europees leader" heeft proberen vast te stellen. Zij beklemtoont, dat de nieuwe entiteit met name zou hebben geprofiteerd van een unieke geografische spreiding en van een veel groter productenassortiment en merkenarsenaal dan waarover haar concurrenten beschikken.

- Beoordeling door het Gerecht

153 Overeenkomstig punt 8 van de bekendmaking van de Commissie inzake de bepaling van de relevante markt voor het gemeenschappelijke mededingingsrecht (PB 1997, C 372, blz. 5), is de relevante geografische markt het gebied waarbinnen de betrokken ondernemingen een rol spelen in de vraag naar en het aanbod van goederen of diensten, waarbinnen de concurrentievoorwaarden voldoende homogeen zijn en dat van aangrenzende gebieden kan worden onderscheiden, doordat daar duidelijk afwijkende concurrentievoorwaarden heersen.

154 Het Hof heeft bevestigd, dat de geografische markt een bepaald geografisch gebied is waarin het betrokken product in de handel wordt gebracht en waarin de mededingingsvoorwaarden voor alle marktdeelnemers voldoende homogeen zijn om de gevolgen die de aangemelde concentratie van ondernemingen voor de mededinging heeft, redelijk te kunnen beoordelen (arrest Hof van 31 maart 1998, Frankrijk e.a./Commissie, C-68/94 en C-30/95, Jurispr. blz. I-1375, punt 143).

155 In onderdeel V B van de bestreden beschikking, met het opschrift "Définition des marchés pertinents" [Afbakening van de relevante markten], gaat de Commissie ervan uit, dat de verschillende daarvóór bepaalde markten en marktsegmenten van elektrisch materiaal, zoals weergegeven in de in punt 48 van dit arrest overgenomen tabel, een nationale dimensie hebben.

156 Voor haar conclusie, dat er nationale markten zijn voor onderdelen van tussen- en eindverdelers, baseert de Commissie zich in punt 194 van de considerans op vier factoren.

157 In de eerste plaats bestaan er aanmerkelijke verschillen tussen de in de diverse landen verkochte producten.

158 In de tweede plaats worden de prijzen nog steeds per land vastgesteld en geven bepaalde referenties van land tot land aanzienlijke prijsverschillen te zien (tot 100 %).

159 In de derde plaats zijn voor de mededinging zowel aan de aanbodzijde (positionering van de merken en toegang tot de groothandel) als aan de vraagzijde (structuur en verwachtingen van de afnemers) hoofdzakelijk nationale factoren bepalend, zoals de concentratie, de omvang en het werkterrein van de groothandelaars, de perceptie van merken en productenassortimenten door de installateurs. Die factoren variëren bovendien sterk van land tot land. In het bijzonder bestaan er grote verschillen in het concentratieniveau van de groothandel, die zich voor zijn aankopen op nationale basis organiseert (punt 220 van de considerans). De onderhandelingen tussen fabrikanten en groothandelaars, met name wat de keuze van de leveranciers en de bepaling van het assortiment van gekochte en verkochte producten betreft, spelen zich nagenoeg geheel op nationaal of regionaal niveau af (punt 223 van de considerans).

160 In de vierde plaats is het zeer moeilijk om op de markt van een ander land door te dringen en er te expanderen. Dat komt met name door het "conservatisme" van de installateurs (punt 240 van de considerans), de nationale gewoonten (punten 194 en 203 van de considerans) en het ontbreken van een volledige harmonisatie van technische normen in de Gemeenschap (punt 201 van de considerans), en het verlangt van een nieuwkomer aanzienlijke, niet terug te verdienen investeringen.

161 Verder merkt de Commissie op, dat die factoren op overeenkomstige wijze ook gelden voor kabeldragers en geprefabriceerde buizen (punt 268 van de considerans).

162 Evenzo is de Commissie van oordeel, dat de diverse marktsegmenten van eindapparatuur een nationale dimensie hebben (punten 380, 381-384, 394 en 424 van de considerans).

163 Tot besluit van haar analyse van de aangemelde concentratie formuleert de Commissie een aantal bezwaren, die erop neerkomen, dat op de verschillende door de concentratie beïnvloede nationale sectoriële markten, zoals opgesomd in de punten 782 en 783 van de considerans (zie punten 57 en 58 van dit arrest), een machtspositie zou ontstaan dan wel zou worden versterkt.

164 Bij haar analyse van de gevolgen van de concentratie voor elk van de betrokken nationale sectoriële markten heeft de Commissie zich echter ook gebaseerd op de positie die de uit de fusie resulterende entiteit buiten die markten zou innemen, in zoverre zij rekening heeft gehouden met haar unieke geografische spreiding, dat wil zeggen de uitbreiding van haar geografisch werkterrein tot de gehele EER.

165 Wat in de eerste plaats de nationale markten van onderdelen van schakelpanelen betreft, verduidelijkt de Commissie haar stelling dat de nieuwe entiteit een unieke machtspositie zal verkrijgen, met een verwijzing naar "la force de l'entité combinée sur l'ensemble des marchés de matériels électriques basse tension" [de kracht van de gebundelde entiteit op alle markten van elektrisch materiaal voor laagspanningsinstallaties] (punt 551 van de considerans), en geeft zij in de hieronder weergegeven tabel 30 een overzicht van het productenassortiment dat de groep Schneider-Legrand in elk van de vijftien genoemde landen zal kunnen aanbieden:

Tabel 30

Markten van elektrisch materiaal waarvoor de aangemelde concentratie gevolgen heeft

Hoofd-

verdelers

(DFI)

Tussen-

verdelers

(DBM)

Eind-

verdelers

Kabel-

dragers

Prefab-

Elektr.

buizen

Eind-

apparatuur

Verdeel- en

bevestigings-

materiaal

Zichtbaar

gemonteerde

kabelbanen

Oostenrijk

*****

***

*

-

*****

**

-

***

België

*****

*****

***

*

*****

**

-

***

Duitsland

*

-

-

-

***

-

-

-

Denemarken

***

****

****

**

*****

*****

*****

*

Spanje

****

*****

*****

-

****

***

*

**

Frankrijk

*****

*****

*****

-

*****

*****

*****

****

Finland

*

***

**

-

**

***

**

**

Griekenland

*

**

**

-

*****

*****

-

*

Italië

***

****

****

**

**

*****

**

*

Ierland

***

***

**

-

*****

*

-

-

Nederland

****

***

**

***

****

-

-

*

Portugal

***

***

****

-

*****

****

-

*****

Verenigd Koninkrijk

*****

****

***

****

*

*

-

**

Zweden

**

***

***

*****

*****

****

***

*****

Noorwegen

**

**

**

****

**

****

*****

*****

Verklaring: een asterisk (*) staat voor een verkoopaandeel tussen 10 en 20 %, en zo verder tot vijf asterisken (*****), die voor een verkoopaandeel van meer dan 50 % staan.

166 In punt 550 van de considerans preciseert de Commissie dienaangaande, dat "[d]ès avant l'opération proposée, les parties disposaient chacune d'un très large éventail de produits dans le secteur des matériels électriques basse tension. Elles détenaient le plus souvent des positions très appréciables pour certains de ces produits et dans certaines zones géographiques. Ainsi, l'opération notifiée permettr[a] aux parties de combiner les positions fortes de Schneider dans les pays nordiques pour ce qui est des équipements électriques situés en aval des tableaux terminaux avec celles de Legrand dans le sud de l'Europe. De même, Schneider apporte sa présence forte sur toutes les catégories de tableaux électriques et l'adosse à la forte présence de Legrand sur l'ensemble des produits en aval." [Al vóór de voorgenomen concentratie beschikte elk van de partijen over een uitgebreid assortiment producten in de sector elektrisch materiaal voor laagspanningsinstallaties. In bepaalde geografische gebieden bezaten zij heel vaak zeer sterke posities voor sommige van die producten. De aangemelde concentratie zal hen zodoende in staat stellen de sterke posities van Schneider in de Noordse landen op het gebied van eindapparatuur te bundelen met die van Legrand in Zuid-Europa. Op dezelfde wijze ondersteunt Schneider met zijn sterke aanwezigheid op het gebied van alle categorieën schakelpanelen de sterke aanwezigheid van Legrand op het gebied van alle eindfasemateriaal.]

167 In punt 551 van de considerans vervolgt de Commissie:

"Après l'opération notifiée, il n'exister[a] que deux pays de l'EEE (l'Allemagne et la Finlande) dans lesquels l'entité combinée ne disposer[a] pas de positions préponderantes. Plus généralement, il convient également de signaler que Schneider déclare occuper le second rang mondial dans les matériels électriques basse tension, tandis que Legrand se présente comme le leader mondial de la distribution électrique ultraterminal [...]" [Na de aangemelde concentratie zullen er in de EER maar twee landen zijn (Duitsland en Finland) waar de gebundelde entiteit geen overheersende positie inneemt. Meer in het algemeen moet er nog op worden gewezen, dat Schneider naar haar zeggen wereldwijd de tweede plaats inneemt op het gebied van elektrisch materiaal voor laagspanningsinstallaties, terwijl Legrand zich mondiaal marktleider voor materiaal voor de eindfase van de elektriciteitsdistributie noemt.]

168 De Commissie merkt in punt 552 van de considerans nog op, dat "aucun des concurrents de Schneider-Legrand ne disposer[a] d'une telle panoplie de produits et d'une telle couverture géographique avec des positions fortes sur les marchés en cause" [geen van de concurrenten van Schneider-Legrand zal over een degelijk productenpalet en een dergelijke geografische spreiding met sterke posities op de betrokken markten beschikken].

169 Wat in de tweede plaats de nationale markten van eindapparatuur betreft, beklemtoont de Commissie, dat de uit de fusie resulterende entiteit een volledig assortiment producten zal aanbieden en als enige overal in de EER aanwezig zal zijn (punten 654 en 658 van de considerans). De voorgenomen transactie zal volgens de Commissie dus leiden tot een samenvoeging van de grote marktaandelen die Schneider in Noord-Europa heeft, met het marktaandeel van Legrand in Zuid-Europa (punt 659 van de considerans).

170 Hoewel de Commissie dus van mening is, dat de sectoriële markten van elektrisch materiaal een nationale dimensie hebben, baseert zij zich, om het ontstaan of de versterking van een machtspositie aannemelijk te maken, op aanwijzingen voor het bestaan van een economische macht die zij op alle nationale sectoriële markten meent te vinden, ongeacht of zich daar door de aangemelde concentratie al dan niet problemen op mededingingsgebied voordoen.

171 In casu zou men echter voor het ontstaan of de versterking van een machtspositie op sectoriële markten van nationale dimensie slechts beducht kunnen zijn op grond van aanwijzingen voor het bestaan van economische macht op juist die markten; daarnaast zou men dan eventueel transnationale gevolgen in aanmerking kunnen nemen, voorzover het bestaan daarvan was aangetoond. Dit nu is niet het geval.

172 Overigens merkt de Commissie zelf op (punten 534 en 537 van de considerans), dat zo de concentratie bijvoorbeeld tot vergroting van marktaandelen op alle nationale markten van schakelpanelen leidt, dit in slechts vijf landen problemen op mededingingsgebied zal veroorzaken. Dit blijkt uit de hieronder weergegeven tabellen 27, 28 en 29.

Tabel 27

Marktaandelen voor onderdelen van tussenverdelers

Cijfers

2000

Verdeelautomaten

(%) (%)

Kleine automaten

(%)

Kasten

(%)

F

IT

N

EER

F

IT

N

EER

F

IT

N

EER

Schneider

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

Legrand

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

S + L

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

Hager

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

Siemens

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

ABB

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

GE1

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

1 - General Electric.

* Vertrouwelijke gegevens.

Tabel 28

Marktaandelen voor onderdelen van eindverdelers

Cijfers

2000

Kleine automaten

(%)

Differentieelzekeringen

(%)

Kasten

(%)

P

SP

F

IT

DK

EER

P

SP

F

IT

DK

EER

P

SP

F

IT

DK

EER

Schneider

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

Legrand

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

S+L

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

Hager

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

Siemens

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

ABB

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

GE

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

[...]*

* Vertrouwelijke gegevens.

Tabel 29

Marktaandelen voor hoofdautomaten

Hoofdautomaten

P

F

Schneider

[...]*

[...]*

Legrand

[...]*

[...]*

Schlumberger

[...]*

[...]*

S + L

[...]*

[...]*

Hager

[...]*

[...]*

GE

[...]*

[...]*

* Vertrouwelijke gegevens.

173 Op overeenkomstige wijze geeft tabel 35 van de bestreden beschikking (zie hieronder) een beeld van de aanwezigheid van de uit de fusie resulterende entiteit en van haar voornaamste concurrenten in de verschillende segmenten van de markt van eindapparatuur in de gehele EER.

Tabel 35

Aanwezigheid van de voornaamste fabrikanten op de markten van eindapparatuur

Legrand

ABB

Schneider

Siemens

Hager

Contactdozen en schakelaars

*** F, GR, I

** A, P

* B, E, IRL, GB

** A, D, E, FIN, I, NL

* IRL, S

*** DK

** FIN, S, N

* B, D, F, GR

* A, D, GR

* GB

Controlesystemen

* DK

* D, FIN

Beveiligingssystemen

** F

* E, I, P

* FIN, S, N

** D, FIN

* S

Materiaal voor communicatienetwerken

* F, I

** DK, N

* FIN, NL, S

Bevestigings- en verdeelmateriaal

*** F

* E, IRL, NL, P

** FIN

*** DK, N

** F, FIN, S

* I

* D

Zichtbaar gemonteerde kabelbanen e.d.

*** P

** A, B, E, F

* GR, IRL

*** S, N

** FIN, GB

* DK, NL

* D

*** DK

** D

* B, F,

FIN, NL, P, S, N

Verklaring: één asterisk (*) staat voor een marktaandeel tussen 5 en 20 %, twee asterisken (**) voor een marktaandeel tussen 20 et 50 % en drie asterisken (***) voor een marktaandeel van meer dan 50 %.

174 De in de punten 782 en 783 van de considerans uiteengezette bezwaren inzake het ontstaan of de versterking van een machtspositie gelden echter niet voor alle in tabel 35 genoemde segmenten van nationale markten, doch enkel voor de volgende:

Legrand

ABB

Schneider

Siemens

Hager

Contactdozen en schakelaars

*** F1, GR,

* E2

* F, GR

Controlesystemen

Beveiligingssystemen

** F

Materiaal voor communicatienetwerken

Bevestigings- en verdeelmateriaal

*** F

** F

Zichtbaar gemonteerde kabelbanen e.d.

1 - Bezwaren betreffende het segment contactdozen en schakelaars en het segment waterdichte apparatuur.

2 - Bezwaar betreffende het segment waterdichte apparatuur.

175 Uit een en ander volgt dat, volgens de in de bestreden beschikking vermelde feitelijke gegevens, van alle in tabel 30 genoemde nationale sectoriële markten (zie punt 165 supra) enkel in de volgende markten en segmenten zich door het ontstaan of de versterking van een machtspositie als gevolg van de voorgenomen concentratie problemen op mededingingsgebied voordoen:

Hoofd-

verdelers (DFI)

Tussenverdelers

(DBM)

Eind-

verdelers

Kabel-

dragers

Prefab-elektr. buizen

Eind-

apparatuur

Verdeel- en

bevestigings-

materiaal

Zichtbaar gemonteerde

kabelbanen

Oostenrijk

België

Duitsland

Denemarken

****

Spanje

*****$

*** 1

Frankrijk

*****

***** 2

***** 3

*****

Finland

Griekenland

***** 4

Italië

****

****

Irland

Nederland

Portugal

**** 5$

Verenigd Koninkrijk

****

Zweden$

Noorwegen$

1 - Bezwaar betreffende het segment waterdichte apparatuur. 2 - Bezwaar eveneens betreffende de markt van hoofdautomaten.

3 - Bezwaar betreffende de segmenten contactdozen en schakelaars, waterdichte apparatuur en beveiligingssystemen.

4 - Bezwaar betreffende de markt van contactdozen en schakelaars. 5 - Bezwaar eveneens betreffende de markt van hoofdautomaten.

Verklaring: een asterisk (*) staat voor een verkoopaandeel tussen 10 en 20 %, en zo verder tot vijf asterisken (*****), die voor een verkoopaandeel van meer dan 50 % staan.

176 Het Gerecht stelt vast, dat de Commissie niet slechts in haar beschrijving van de feiten, maar ook in de analyse ervan de unieke - want zich over de gehele EER uitstrekkende geografische spreiding van de uit de fusie resulterende entiteit - heeft opgenomen ten bewijze van het ontstaan of de versterking van haar machtspositie op de nationale sectoriële markten van onderdelen voor schakelpanelen en van eindapparatuur, zoals bedoeld in de in de punten 782 en 783 van de considerans geformuleerde bezwaren.

177 Het Gerecht merkt dienaangaande op, dat de aangemelde concentratie volgens de in de bestreden beschikking vermelde gegevens in werkelijkheid enkel in Frankrijk en op zes andere nationale markten mededingingsproblemen veroorzaakt.

178 Zoals in punt 171 van dit arrest opgemerkt, staat het de Commissie vrij rekening te houden met transnationale gevolgen die de invloed van een concentratie op elk van de als relevant te beschouwen nationale sectoriële markten kunnen versterken.

179 De Commissie kan echter niet volstaan met een vermoeden dat die gevolgen kunnen optreden; zij dient integendeel het bestaan ervan rechtens genoegzaam aan te tonen.

180 Vastgesteld moet worden dat de Commissie, tot staving van haar betoog inzake de in de punten 782 en 783 van de considerans bedoelde mededingingsproblemen op de door de concentratie beïnvloede sectoriële markten, zich uitsluitend beroept op de macht die de uit de fusie resulterende entiteit op de andere in tabel 30 vermelde nationale sectoriële markten zal bezitten, zonder die macht af te wegen tegen de concurrentiekracht van haar mededingers op die markten.

181 Geen van die rivalen wordt immers in tabel 30 vermeld. Deze geeft dus geen enkele indicatie over de invloed van de aangemelde concentratie op elk van de verschillende nationale sectoriële markten waar zich geen enkel mededingingsprobleem als gevolg van die concentratie voordoet.

182 In het bijzonder blijkt uit tabel 30 niet, dat Legrand slechts in drie van de vijftien daarin genoemde landen, te weten Frankrijk, Italië en Noorwegen, actief was op de markt van onderdelen van tussenverdelers (zie punt 530 van de considerans), en dus ook niet, dat de concentratie slechts in die drie landen mededingingsproblemen kan veroorzaken.

183 Evenmin valt uit tabel 30 af te lezen, of de macht die aan de uit de fusie resulterende entiteit op elk van de in die tabel genoemde nationale sectoriële markten wordt toegeschreven, een gevolg is van de aangemelde concentratie of van het feit dat een van de daarbij betrokken partijen voordien reeds op die markt aanwezig was (zie punten 327 en 392 infra). In het bijzonder blijkt niet uit die tabel, dat Legrand vóór de concentratie op geen van de nationale markten van onderdelen voor hoofdverdelers actief was en dat de concentratie op die markten derhalve geen mededingingsproblemen kan doen ontstaan (punt 245 van de considerans)

184 Verder beschikken ABB, Siemens en GE over een uitgebreid assortiment aan producten voor laagspanningsinstallaties (punt 17 van de considerans), terwijl ABB en Siemens in een groot aantal lidstaten actief zijn (punt 20 van de considerans). ABB is in het bijzonder vertegenwoordigd op alle of althans de meeste nationale markten van eindapparatuur, terwijl Siemens en Hager op verscheidene van die markten aanwezig zijn (punten 644 en 645 van de considerans).

185 Gezien de opbouw van de bestreden beschikking, kan het Gerecht dan ook niet instemmen met de verzekering, dat "l'évaluation du rôle que jouera Schneider-Legrand sur une échelle européenne, loin d'infirmer la définition géographique des marchés en cause comme étant de dimension nationale, fait partie intégrante de l'analyse des effets de la concentration sur chacun des marchés de produits et nationaux affectés" [de beoordeling van de rol die Schneider-Legrand op Europese schaal zal spelen, doet geenszins afbreuk aan de geografische omschrijving van de markten als nationale markten, maar is een noodzakelijk onderdeel van de analyse van de gevolgen van de concentratie voor elk van de betrokken productmarkten en nationale markten] (punt 654 van de considerans).

186 In dit verband heeft de Commissie ter terechtzitting gezinspeeld op het vermogen van een op alle markten actieve onderneming met een machtspositie op alle geografische markten van de EER om bij een aanval van haar concurrenten terug te slaan.

187 Het is echter onder verwijzing naar elk van de betrokken geografische gebieden dat de Commissie in punt 605 van de considerans beklemtoont, dat de activiteit van de gebundelde entiteit op het gebied van een zeer breed productenassortiment haar de middelen geeft om gerichte represaillemaatregelen tegen haar concurrenten te treffen.

188 En volgens de interpretatie die de Commissie zelf in haar antwoord op het zevende middel aan tabel 30 geeft (zie punt 304 infra), zou de nieuwe entiteit op een en dezelfde geografische markt een wezenlijk concurrentievoordeel kunnen trekken uit haar sterke positie op andere productmarkten waar dezelfde groothandelaars actief zijn.

189 Zo lijkt er enkel op de Spaanse markt sprake te zijn van centrale inkoop van eindapparatuur, die Schneider, naar de Commissie in de punten 678 en 685 van de considerans beweert, aan de Spaanse groothandel heeft kunnen opleggen dankzij haar erkende sterke aanwezigheid in dat land op de markten van onderdelen van schakelpanelen.

190 Evenzo is het volgens punt 604 van de considerans enkel in Portugal, dat Schneider, die wordt geacht een zeer sterke positie te hebben op de markt van kleine automaten, vooral voor toepassingen in de industrie en de tertiaire sector, de prijsoorlog in het residentiële segment regelmatig zou hebben aangewakkerd om Hager en ABB op die weinig rentabele markt vast te pinnen en zo haar marktaandeel in het tertiaire en het industriële segment te beschermen.

191 Uit het voorgaande volgt, dat de Commissie in haar analyse van de geografische spreiding van de uit de fusie resulterende entiteit artikel 2, lid 3, van verordening nr. 4064/89 verkeerd heeft toegepast.

192 Het middel moet derhalve gegrond worden verklaard.

Vierde middel: tegenstrijdige analyse van de mededingingsstructuur op groothandelsniveau

- Argumenten van partijen

193 Schneider wijst, enerzijds, op kennelijke denkfouten in de algemene beoordeling door de Commissie van de krachtsverhouding tussen fabrikanten en groothandelaars en, anderzijds, op incoherenties in de conclusies van de Commissie met betrekking tot de gevolgen van, in het bijzonder, de meer of minder sterke concentratie van de distributie voor de concurrentiedruk die de groothandelaars op de uit de fusie resulterende entiteit kunnen uitoefenen.

194 De Commissie antwoordt, dat de mate van concentratie van de groothandelaars en dus hun individuele koopkracht van land tot land aanzienlijk verschillen. Maar ongeacht de mate van concentratie, werkt de rivaliteit tussen de groothandelaars niet door tot op het niveau van de fabrikanten, althans niet wat de belangrijkste van hen betreft, waaronder de uit de fusie resulterend entiteit de eerste plaats inneemt.

195 Een geringe (Italië en Spanje) of gemiddelde (Portugal) concentratie van de distributie betekent niet, dat de mededinging tussen de groothandelaars die daarvan het gevolg is, tot uiting komt in een sterke druk op de voornaamste fabrikanten. De speelruimte van de groothandelaars tegenover de fabrikanten is integendeel uiterst beperkt, wat hun belet merkelijke druk op de prijzen uit te oefenen.

196 In de landen waar de distributie sterk geconcentreerd is (Frankrijk en Denemarken), zijn de groothandelaars zeer afhankelijk van de producten van de grote fabrikanten, die over de bekendste merken beschikken. Hoe meer producten van die grote fabrikanten de groothandelaars verkopen, hoe meer korting zij van hen krijgen en hoe minder belang zij erbij hebben, de fabrikanten met hun koopkracht onder druk te zetten.

- Beoordeling door het Gerecht

197 In de punten 579 tot en met 583 van de considerans beperkt de Commissie zich tot een zeer algemeen onderzoek van de krachtsverhoudingen tussen fabrikanten en groothandelaars op transnationaal niveau, ofschoon de nationale dimensie van de als relevant aangemerkte geografische markten eerder om een nauwkeurige analyse per land zou vragen.

198 Bovendien weet de Commissie met haar onderzoek niet aan te tonen, dat de groothandelaars volledig op de nieuwe entiteit aangewezen zijn en er geen enkele concurrentiedruk op kunnen uitoefenen.

199 In de eerste plaats lijkt de methode die de Commissie gebruikt om de door haar geconstateerde aanmerkelijke verschillen in de mate van concentratie van de distributie op de verschillende nationale markten te meten, niet betrouwbaar genoeg om de conclusies te ondersteunen die de Commissie met betrekking tot de krachtsverhoudingen tussen fabrikanten en groothandelaars uit haar onderzoek trekt.

200 In de punten 26 en 221 van de considerans rekent de Commissie Portugal met Spanje tot de landen waar de groothandel het meest versnipperd is. Ook in punt 595 van de considerans merkt de Commissie op: "D'une part, les installateurs et les tableautiers sont trop fragmentés pour exercer une puissance d'achat significative sur l'entité fusionnée. Il en va de même des grossistes espagnols, danois ou portugais." [Enerzijds zijn de installateurs en paneelbouwers te zeer versnipperd om tegenover de gefuseerde entiteit een merkelijke koopkracht uit te oefenen. Hetzelfde geldt voor de Spaanse, Deense en Portugese groothandelaars.]

201 Uit tabel 6 van de bestreden beschikking (zie hieronder) blijkt echter niet, dat de distributiestructuur in Portugal versnipperd is, want er zijn twee groothandelaars die samen 40 % van de markt van schakelpanelen bedienen.

Tabel 6

Schatting van Schneider van de marktaandelen van de vijf internationale groothandelsgroepen op de markten van schakelpanelen

[A]*

[B]*

[C]*

[D]*

[E]*

Duitsland

7

10

13

1

-

Oostenrijk

39

-

-

-

-

België

14

14

-

-

-

Denemarken

-

7

-

6

-

Spanje

4

7

8

-

Finland

-

10

10

2

-

Frankrijk

42

33

-

-

-

Ierland

3

-

6

-

6

Italië

4

4

-

-

-

Noorwegen

-

15

10

8

-

Nederland

9

37

5

7

6

Portugal

33

7

-

-

-

Zweden

19

12

12

12

-

VK

7

-

25

-

18

* Vertrouwelijke gegevens.

202 In elk geval onderscheidt de distributiestructuur in Portugal zich duidelijk van die in Spanje, waar drie groothandelaars samen 19 % van de markt van schakelpanelen beheersen, en van die in Denemarken, waar twee groothandelaars samen 13 % van de markt in handen hebben. In haar verweerschrift noemt de Commissie Portugal overigens als land met een gemiddelde concentratie van de distributie (zie haar hierna weergegeven antwoord op het middel).

203 In de tweede plaats zijn verscheidene passages van de beschikking (zie de eerder genoemde nrs. 26 en 221 van de considerans) in tegenspraak met de conclusie van de Commissie, dat in landen met een geringe concentratie van de distributie de groothandelaars weinig speelruimte tegenover de fabrikanten hebben en nauwelijks druk op de prijzen kunnen uitoefenen.

204 In punt 26 van de considerans merkt de Commissie onder verwijzing naar de middellange-termijnplanning van Legrand op, dat "[d]'après les documents internes des parties, ces différences de structure [de la distribution] ne sont pas sans conséquences sur le comportement des grossistes dans les pays concernés" [volgens de interne stukken van de partijen hebben die structuurverschillen gevolgen voor het gedrag van de groothandelaars in de betrokken landen], en dat "[il] semble ainsi que, dans les pays où les grossistes sont le plus atomisés, comme le Portugal, la concurrence entre grossistes conduise à une guerre des prix qui se reporte au niveau des fabricants" [in de landen waar de groothandel het meest versnipperd is, lijkt de mededinging tussen de groothandelaars te leiden tot een prijzenoorlog die zich ook op het niveau van de fabrikanten uitwerkt]. Niettemin beschouwt de Commissie Legrand als een onderneming met sterke posities in Zuid-Europa.

205 In punt 221 van de considerans preciseert de Commissie immers:

"Comme l'indique un document interne de Legrand, $il existe [au Portugal] plusieurs niveaux de distributeurs, principalement des indépendants, à gestion familiale spéculative, sans politique commerciale structurée, fonctionnant à très court terme. Conséquence: forte concurrence anarchique entre eux, qui implique (i) une baisse des prix en général et de leur marge en particulier, d'où une perpétuelle pression sur les fabricants pour améliorer leurs conditions d'achats' [...]" [Zoals vermeld in een intern stuk van Legrand, zijn er in Portugal verscheidene niveaus van distributeurs, hoofdzakelijk zelfstandige familiebedrijfjes zonder een duidelijk commercieel beleid en werkend op de korte termijn. Gevolg: een sterke wilde onderlinge concurrentie met, in het algemeen, lage prijzen en, in het bijzonder, smalle marges, vandaar een niet aflatende druk op de fabrikanten om betere verkoopvoorwaarden.]

206 Het door de Commissie genoemde voorbeeld van Portugal biedt dus geen steun voor de stelling, dat de groothandel in landen met een geringe concentratie van de distributie niet in staat is een merkelijke druk op de prijzen uit te oefenen.

207 Evenzo, volgens de planning voor de middellange termijn 2001-2005 van Legrand voor Spanje, "les marges [des distributeurs] et leur rentabilité continuent à la baisse chaque année due à la forte pression exercée sur les prix, à cause du nombre élevé de distributeurs existant sur le marché, reportant ensuite aux fabricants la baisse de ces prix" [de marges van de distributeurs en hun rentabiliteit vertonen van jaar tot jaar een dalende lijn als gevolg van de sterke druk op de prijzen, die te wijten is aan het grote aantal distributeurs dat op de markt actief is, waardoor ook de fabrikanten gedwongen zijn hun prijzen te verlagen].

208 Al deze gegevens doen twijfel rijzen aan de uiteenzetting van de Commissie in punt 579 van de considerans, dat het zeer onwaarschijnlijk is dat de Spaanse groothandelaars elk voor zich over voldoende koopkracht beschikken om een merkelijke invloed uit te oefenen op het mededingingsgedrag van de uit de fusie resulterende entiteit; evenmin kan bewezen worden geacht, dat deze entiteit een onontkoombare partner voor de distributie is, zoals de Commissie in punt 581 van de considerans stelt (zie punt 216 e.v. infra).

209 In de derde plaats levert de Commissie onvoldoende bewijs voor haar conclusie, dat een grote mate van concentratie van de groothandel nog niet tot een sterke neerwaartse druk op de prijzen behoeft te leiden.

210 Tot staving daarvan wijst de Commissie er in punt 582 van de considerans op, dat in bepaalde landen, zoals Italië, de groothandelaars de producten van Legrand juist waarderen wegens hun relatief hoge prijs, die hun een goede winstmarge oplevert.

211 Uit het voorgaande blijkt echter, dat de Commissie Italië tot de landen met een geringe concentratie van de distributie rekent (zie tabel 6 van de bestreden beschikking, opgenomen onder punt 201 supra).

212 De verwijzing naar dat land bewijst dus niet, dat een grote mate van concentratie van de distributie toch niet tot een sterke neerwaartse druk op de prijzen leidt.

213 De verwijzing in punt 582 van de considerans naar de distributiestructuur in Oostenrijk is niet relevant; volgens de bestreden beschikking zelf wordt geen enkele sectoriële markt in dat land door de concentratie beïnvloed (zie punten 782 en 783 van de considerans).

214 Daarnaast moeten de kenmerken van de totale vraag naar elektrisch materiaal in aanmerking worden genomen, met inbegrip van de vraag van de afnemers.

215 Dienaangaande blijkt uit punt 213 van de considerans, dat de duurte van de producten van Legrand eerder een belangrijke hinderpaal is, doordat die producten vaak niet op de koopkracht van de afnemers zijn afgestemd.

216 In de vierde plaats vormt de hieronder opgenomen tabel 31 van de bestreden beschikking geen goede illustratie van de in punt 567 van de considerans aan de uit de fusie resulterende entiteit gegeven kwalificatie van onontkoombare partner voor het merendeel van de groothandelaars, welke kwalificatie gebaseerd is op de omstandigheid dat zij een zeer groot deel van de nationale verkopen controleert - in enkele gevallen meer dan 40 % -, noch van het feit dat zij in de meeste landen een sterke positie inneemt.

217 De navolgende tabel 31 geeft de percentages van de totale verkopen van elektrisch materiaal voor laagspanningsinstallaties (laagspanningsmateriaal) van de voornaamste fabrikanten aan groothandel [A](1).

Tabel 31

Verkooppercentages van elektrisch materiaal voor laagspanningsinstallaties aan groothandel [A](2)

Schneider-Legrand

Siemens

Möller

Gewiss

ABB

GE

Hager

Anderen

Oostenrijk

0-10

0-10

0-10

0-10

10-20

-

0-10

>70

België

10-20

0-10

0-10

-

0-10

0-10

0-10

>70

Duitsland

0-10

0-10

0-10

-

10-20

0-10

10-20

>50

Spanje

10-20

0-10

0-10

-

0-10

-

0-10

>70

Frankrijk

40-50

0-10

0-10

0-10

0-10

0-10

0-10

>40

Italië

30-40

0-10

-

0-10

0-10

0-10

0-10

>50

Nederland

0-10

0-10

0-10

-

0-10

0-10

0-10

>80

Portugal

30-40

0-10

0-10

-

0-10

0-10

0-10

>50

Verenigd Koninkrijk

0-10

0-10

0-10

0-10

0-10

0-10

0-10

>80

Zweden

10-20

0-10

0-10

-

0-10

0-10

0-10

>80

218 Daar gegevens omtrent de landelijke concentratie van de distributie van al het laagspanningsmateriaal ontbreken, zoals wel uit de onder punt 201 supra weergegeven tabel 6 voor de markten van schakelpanelen blijken, kan uit tabel 31 onmogelijk worden afgeleid, dat de uit de fusie resulterende entiteit met betrekking tot al het laagspanningsmateriaal een onontkoombare partner voor de groothandel zal zijn.

219 Zou men de tabellen 31 en 6 in elkaar schuiven - aangenomen dat dat mogelijk is, omdat tabel 6 enkel onderdelen van schakelpanelen betreft -, dan kan hoe dan ook evenmin worden gezegd, dat het aandeel van de nieuwe entiteit in de groothandelsverkopen aanzienlijk is.

220 Dat in tabel 31 het aandeel van de groep Schneider-Legrand in de verkopen van laagspanningsmateriaal door groothandelaar [A](3) in Italië op 30 tot 40 % wordt gesteld, is niet voldoende om de economische kracht van die groep bij de distributie in dat land juist te kunnen meten.

221 Enerzijds vertegenwoordigt die groothandelaar slechts 4 % van de Italiaanse markt van onderdelen van schakelpanelen. De Commissie zegt echter zelf, dat bij de vraag in hoeverre de mededingspositie van de fabrikanten wezenlijk door hun toegang tot de distributie wordt bepaald, rekening moet worden gehouden met de meer of minder sterke positie van de groothandelaars.

222 Zo merkt de Commissie in punt 73 van de considerans op, dat "la position concurentielle des différents fabricants sera en grande partie déterminée par [...] leur accès aux grossistes, au moins pour les États membres dans lesquels ceux-ci sont suffisamment implantés" [de mededingingspositie van de verschillende fabrikanten zal grotendeels worden bepaald door hun toegang tot de groothandelaars, althans in de lidstaten waar dezen voldoende voet aan de grond hebben].

223 Anderzijds is tabel 6 geenszins volledig. Zoals de Commissie in punt 72 van de considerans preciseert, hebben de fabrikanten niet per se toegang tot dezelfde groothandelaars.Terwijl de belangrijkste fabrikanten liever met de grote internationale groepen werken, zijn hun kleinere concurrenten eerder regionaal actief en werken zij meer met kleinere groothandelaars samen.

224 Volgens het op dit punt door de Commissie niet bestreden eerste NERA-rapport zijn er, naar schatting van Legrand, op de Italiaanse markt van eindfasemateriaal ongeveer 800 groothandelaars actief.

225 Bovendien blijkt uit punt 63 van de considerans, dat de plaatselijke groothandelaars, waarbij de installateurs zich bevoorraden, niet noodzakelijk filialen zijn van de internationale groothandelsgroepen.

226 Om dezelfde redenen kan het Gerecht ook de stelling van de Commissie in punt 676 van de considerans niet bewezen achten, te weten dat de nieuwe groep "représentera une part importante du chiffre d'affaires des grossistes et, par voie de conséquence, une part importante du montant de leurs achats dans la plupart des États membres de l'EEE (voir de plus ci-dessus le tableau 31)" [een groot deel van de omzet van de groothandelaars voor haar rekening zal nemen en, bijgevolg, een groot deel van het bedrag van hun aankopen in de meeste lidstaten van de EER (zie ook hiervóór, tabel 31)].

227 In tegenstelling tot wat de Commissie in punt 637 van de considerans stelt, acht het Gerecht het evenmin aannemelijk, dat de uit de fusie resulterende entiteit op de markten van producten voor elektriciteitsdistributie in het Verenigd Koninkrijk een geprivilegieerde toegang tot de groothandel zal hebben, omdat zij 10 tot 20 % van de verkopen van die producten door een van de grootste Britse groothandelaars voor haar rekening zal nemen, terwijl de tweede leverancier van die groothandelaar nog niet aan 10 % komt.

228 Omdat het verschil tussen de groep Schneider-Legrand en die tweede leverancier zo onbepaald is - het kan tussen minder dan 1 % en meer dan 19 % bedragen -, kan het geen betrouwbare aanwijzing voor een geprivilegieerde toegang tot de distributie zijn.

229 Om dezelfde reden kan het Gerecht de conclusie in punt 573 van de considerans niet aanvaarden, te weten dat de groep Schneider-Legrand in Spanje relatief belangrijker zal zijn dan haar concurrenten, gelet op de verkooppercentages van [A](4), respectievelijk vertegenwoordigd door de voornaamste spelers op de markt van elektrisch materiaal en weergegeven in tabel 31, waarin de percentages van de marktaandelen al even onnauwkeurig zijn.

230 Noch voor de stelling dat de nieuwe entiteit een onontkoombare partner voor de groothandelaars zal zijn, noch voor de stelling dat laatstgenoemden geen mededingingsdruk op die entiteit zullen kunnen uitoefenen, is dus voldoende bewijs geleverd.

231 Het middel moet derhalve gegrond worden verklaard.

Vijfde middel: ontbreken van een analyse van de invloed van de aangemelde concentratie op de verschillende nationale sectoriële markten waarop de bezwaren van de Commissie betrekking hebben

- Argumenten van partijen

232 Schneider stelt, dat de Commissie de invloed van de aangemelde concentratie op Europees niveau heeft geanalyseerd en daardoor, wat de positie van de uit de fusie resulterende entiteit op elk van de betrokken nationale markten betreft, niet verder is gekomen dan wat algemene overwegingen. In plaats van die positie te analyseren, houdt de Commissie zich bezig met algemene opmerkingen over het productenassortiment en het ongeëvenaarde merkenarsenaal van de nieuwe entiteit. Wat de Commissie in werkelijkheid doet, is de door de concentratie geschapen mededingingssituatie op de Franse sectoriële markten extrapoleren naar de andere nationale productmarkten.

233 De Commissie zegt, dat de analyse van de concentratie is opgebouwd rond een presentatie van diverse categorieën van argumenten die voor elk der betrokken markten gelden, zij het ook in verschillende mate en volgens verschillende, duidelijk toegelichte modaliteiten. Niet slechts heeft die algemene presentatie de latere analyse van elk van de door de aangemelde concentratie beïnvloede markten niet vervalst, doch zij werpt zelfs meer licht op de analyse van de mededinging op elk van die markten.

- Beoordeling door het Gerecht

234 In haar antwoord op het zevende middel (zie punt 304 infra) betoogt de Commissie, dat tabel 30 (zie punt 165 supra) beoogt aan te tonen, dat de nieuwe entiteit op elk van de door de aangemelde concentratie beïnvloede markten een wezenlijk concurrentievoordeel zal verkrijgen dankzij de sterke posities die zij in dezelfde geografische markt inneemt op andere productmarkten waarop dezelfde groothandelaars actief zijn.

235 Deze indicatie van economische macht, die de Commissie afleidt uit het productenassortiment dat de uit de fusie resulterende entiteit aan de groothandelaars zal aanbieden, is volgens de antwoorden van de Commissie ter terechtzitting relevant op grond van artikel 2, lid 1, sub b, van verordening nr. 4064/89.

236 In die bepaling wordt immers gepreciseerd, dat de Commissie, om de verenigbaarheid van een concentratie met de gemeenschappelijke markt te beoordelen, rekening houdt met de toegang tot de afzetmarkten van de betrokken ondernemingen en dus met hun toegang tot de distributie.

237 Gezien de leemten en tegenstrijdigheden in de analyse van de distributiestructuur, die bij het onderzoek van het vierde middel zijn gebleken, is het Gerecht evenwel van oordeel, dat de Commissie die parameter niet correct heeft verwerkt in haar beoordeling van de economische macht van de nieuwe entiteit op elk van de in de punten 782 en 783 van de considerans opgesomde, door de concentratie beïnvloede nationale sectoriële markten.

238 Wegens die onvolkomenheden kan het niet bewezen worden geacht, dat de uit de fusie resulterende entiteit op elk van de door de aangemelde concentratie beïnvloede nationale sectoriële markten de groothandelaars zal kunnen dwingen, andere producten van haar assortiment te distribueren dan zij voordien deden.

239 Wanneer de Commissie voorts het productenassortiment van de groep Schneider-Legrand ongeëvenaard noemt, dan berust dat op een abstracte optelling van de verschillende soorten elektrisch materiaal die de groep in het gehele EER-gebied zal aanbieden, en niet op een beoordeling van het productenpalet dat de groep daadwerkelijk zal aanbieden op elk van de door de concentratie beïnvloede nationale sectoriële markten waarop de bezwaren in de punten 782 en 783 van de considerans van de bestreden beschikking betrekking hebben.

240 Zoals eerder al opgemerkt, meent de Commissie, dat de voorgenomen concentratie de partijen in staat zal stellen, de sterke posities van Schneider in de Noordse landen op het gebied van eindapparatuur te bundelen met die van Legrand in Zuid-Europa, en dat Schneider met zijn sterke aanwezigheid op het gebied van alle categorieën schakelpanelen de sterke aanwezigheid van Legrand op het gebied van alle eindfasemateriaal zal ondersteunen (punt 550 van de considerans). Zo zal de uit de fusie resulterende entiteit volgens de Commissie over een volledig assortiment van producten beschikken en alle markten van eindapparatuur kunnen bedienen (punt 654 van de considerans).

241 Maar anders dan de considerans nr. 654 te verstaan zou kunnen geven, blijkt uit de bestreden beschikking niet, dat de gebundelde entiteit noodzakelijkerwijs het volledige scala van elektrisch materiaal voor laagspanningsinstallaties zal aanbieden op elk van de nationale markten waarop de bezwaren in de punten 782 en 783 van de considerans betrekking hebben.

242 Zo zal volgens tabel 35 (zie punt 173 supra) de groep Schneider-Legrand niet aanwezig zijn in bepaalde segmenten van de markt van eindapparatuur, zelfs in Frankrijk, Italië en Spanje. In het bijzonder zal de groep zelfs in Frankrijk ontbreken in het segment controlesystemen.

243 Blijkbaar heeft de Commissie het productenassortiment van de uit de fusie resulterende entiteit transnationaal gereconstrueerd. Dit abstracte assortiment kan echter geen goede indicatie zijn voor de economische macht van die entiteit op elk van de door de concentratie beïnvloede nationale sectoriële markten.

244 Het staat immers vast, dat de bepaling van het assortiment van producten dat tussen fabrikanten en groothandelaars wordt gekocht en verkocht, vrijwel geheel op nationaal of regionaal vlak plaatsvindt (punt 223 van de considerans, reeds aangehaald).

245 Behalve dat zij, bijvoorbeeld, de omvang noch de spreiding van de marktaandelen van de concurrenten van de nieuwe entiteit op de betrokken nationale sectoriële markten vermeldt, geeft tabel 30 bovendien slechts grove benaderende percentages van marktaandelen, en geen posities die exact genoeg zijn om de economische macht van die entiteit op haar juiste waarde te kunnen schatten. Hetzelfde geldt voor tabel 35.

246 Haar abstracte benadering lijkt de Commissie zelfs verleid te hebben tot een directe overschatting van de macht van de nieuwe groep op sommige van de door de concentratie beïnvloede nationale sectoriële markten. De bewering in punt 550 van de considerans, dat Schneider zijn sterke aanwezigheid bij alle categorieën schakelpanelen inbrengt, wordt weersproken door tabel 28 (zie punt 172 supra), volgens welke Schneiders marktaandelen op de Italiaanse markten van onderdelen voor eindverdelers tussen [...] en [...](5) liggen.

247 Bovendien dient men het belang dat de Commissie hecht aan de omvang van het assortiment elektrisch materiaal voor laagspanningsinstallaties, te relativeren. In punt 507 van de considerans merkt de Commissie op, dat, volgens de kennisgevende partijen, "pour être crédible dans les tableaux divisionnaires et les tableaux terminaux, il faut disposer de l'offre complète des composants (armoires, fusibles, disjoncteurs, protections différentielles et appareils de commande, etc.) correspondants à ces tableaux, et [...] dans l'installation répartie, il est nécessaire pour les fabricants de disposer de gammes complètes de produits" [om bij tussen- en eindverdelers geloofwaardig te zijn, moet men over het volledige aanbod van onderdelen voor die verdelers beschikken (kasten, zekeringen, stroomonderbrekers, differentieelzekeringen en bedieningsapparatuur, enz.), en [...] bij de verdeelde installatie is het noodzakelijk, dat de fabrikanten over volledige productenassortimenten beschikken].

De tekst gaat verder: De uitspraak op EUR-Lex

Aangehaalde artikelen

Aangehaald in