HvJ EU 18 december 2025, C-353/24, ECLI:EU:C:2025:1012

De uitspraak op EUR-Lex

Tekst

ARREST VAN HET HOF (Zevende kamer)

18 december 2025 (*)

„ Prejudiciële verwijzing – Industriebeleid – Informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij – Richtlijn (EU) 2015/1535 – Begrip ‚technisch voorschrift’ – Nationale regeling op grond waarvan de broncode van in de gegevensbank van de belastingdienst geregistreerde software moet worden verstrekt aan een instantie die de conformiteit van de fiscale technische voorschriften beoordeelt – Artikel 34 VWEU – Maatregel van gelijke werking als een kwantitatieve invoerbeperking – Evenredigheidsbeginsel ”

In zaak C‑353/24,

betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 267 VWEU, ingediend door de administratīvā rajona tiesa, Rīgas tiesu nams (bestuursrechter in eerste aanleg Riga, Letland) bij beslissing van 13 mei 2024, ingekomen bij het Hof op 15 mei 2024, in de procedure

SIA „EUROPARK LATVIA”,

SKIDATA GmbH

tegen

Valsts ieņēmumu dienests,

in tegenwoordigheid van:

SIA „19 points”,

SIA „Ernst & Young Baltic”,

wijst

HET HOF (Zevende kamer),

samengesteld als volgt: F. Schalin, kamerpresident, M. Gavalec (rapporteur) en Z. Csehi, rechters,

advocaat-generaal: J. Kokott,

griffier: A. Calot Escobar,

gezien de stukken,

gelet op de opmerkingen van:

– SIA „EUROPARK LATVIA”, vertegenwoordigd door S. Petrovičs, advokāts,

– SKIDATA GmbH, vertegenwoordigd door R. Gasūns, jurists,

– de Letse regering, vertegenwoordigd door J. Davidoviča en K. Pommere als gemachtigden,

– de Tsjechische regering, vertegenwoordigd door A. Edelmannová, M. Smolek en J. Vláčil als gemachtigden,

– de Europese Commissie, vertegenwoordigd door M. Escobar Gomez, L. Malferrari en I. Naglis als gemachtigden,

gelet op de beslissing, de advocaat-generaal gehoord, om de zaak zonder conclusie te berechten,

het navolgende

Arrest

1 Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van artikel 1, punt 11, en artikel 8, lid 1, van richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PB 1998, L 204, blz. 37), zoals gewijzigd bij verordening (EU) nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 (PB 2012, L 316, blz. 12) (hierna: „richtlijn 98/34”), alsook van artikel 34 VWEU.

2 Dit verzoek is ingediend in het kader van een geding tussen SIA „EUROPARK LATVIA” (hierna: „Europark”) en SKIDATA GmbH (hierna: „Skidata”) enerzijds en de Valsts ieņēmumu dienests (nationale belastingdienst, Letland) anderzijds over een besluit waarbij deze dienst door Skidata vervaardigde toestellen voor automatische betaling heeft uitgesloten uit haar gegevensbank.

Toepasselijke bepalingen

Unierecht

Richtlijn 98/34

3 Artikel 1 van richtlijn 98/34 luidde:

„In de zin van deze richtlijn wordt verstaan onder:

1. ‚product’: alle producten die industrieel worden vervaardigd, en alle landbouwproducten, met inbegrip van visproducten;

[…]

3. ‚technische specificatie’: een specificatie die voorkomt in een document ter omschrijving van de vereiste kenmerken van een product, zoals kwaliteitsniveau, prestaties, veiligheid of afmetingen, met inbegrip van de voor het product geldende voorschriften inzake verkoopbenaming, terminologie, symbolen, beproeving en beproevingsmethoden, verpakking, het merken of etiketteren, en de overeenstemmingsbeoordelingsprocedures.

[…]

4. ‚andere eis’: een eis die, zonder een technische specificatie te zijn, ter bescherming van met name de consument of het milieu wordt opgelegd en betrekking heeft op de levenscyclus van het product nadat dit in de handel is gebracht, zoals voorwaarden voor gebruik, recycling, hergebruik of verwijdering van het product, wanneer deze voorwaarden op significante wijze de samenstelling, de aard of de verhandeling van het product kunnen beïnvloeden;

5. ‚regel betreffende diensten’: een algemene eis betreffende de toegang tot en de uitoefening van dienstenactiviteiten als bedoeld in punt 2, met name bepalingen met betrekking tot de dienstverlener, de diensten en de afnemer van diensten, met uitzondering van regels die niet specifiek betrekking hebben op de in datzelfde punt gedefinieerde diensten.

[…]

11. ‚technisch voorschrift’: een technische specificatie of andere eis of een regel betreffende diensten, met inbegrip van de erop toepasselijke bestuursrechtelijke bepalingen die de jure of de facto moeten worden nageleefd voor de verhandeling, de dienstverrichting, de vestiging van een verrichter van diensten of het gebruik in een lidstaat of in een groot deel van een lidstaat, alsmede de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, behoudens die bedoeld in artikel 10, van de lidstaten waarbij de vervaardiging, de invoer, de verhandeling of het gebruik van een product dan wel de verrichting of het gebruik van een dienst of de vestiging als dienstverlener wordt verboden.

De facto technische voorschriften zijn met name:

– wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen van een lidstaat die hetzij verwijzen naar technische specificaties, andere eisen of regels betreffende diensten, hetzij naar beroepscodes of codes voor goede praktijken die zelf verwijzen naar technische specificaties, andere eisen of regels betreffende diensten waarvan de naleving een vermoeden geeft met de voorschriften welke bij deze wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen zijn vastgesteld, in overeenstemming te zijn;

– vrijwillige overeenkomsten waarbij de overheid partij is en die in het algemeen belang gericht zijn op de naleving van technische specificaties, andere eisen of regels betreffende diensten, met uitsluiting van bestekken voor overheidsopdrachten,

– technische specificaties of andere eisen of regels betreffende diensten die verbonden zijn met fiscale of financiële maatregelen die het verbruik van producten of het gebruik van diensten beïnvloeden, doordat zij de naleving van die technische specificaties, andere eisen of regels betreffende diensten aanmoedigen; hieronder vallen niet de technische specificaties, andere eisen of regels betreffende diensten die samenhangen met de nationale stelsels van sociale zekerheid.

Hieronder vallen de technische voorschriften die worden vastgesteld door de door de lidstaten aangewezen instanties die zijn opgenomen in de lijst welke door de [Europese] Commissie voor 5 augustus 1999 moet worden opgesteld in het kader van het in artikel 5 bedoelde comité.

Wijziging van die lijst geschiedt volgens dezelfde procedure.

12. ‚ontwerp voor een technisch voorschrift’: de tekst van een technische specificatie, een andere eis of een regel betreffende diensten, met inbegrip van bestuursrechtelijke bepalingen, die is uitgewerkt met de bedoeling deze als technisch voorschrift vast te stellen of uiteindelijk te doen vaststellen, en die zich in een stadium van voorbereiding bevindt waarin het nog mogelijk is daarin ingrijpende wijzigingen aan te brengen.

[…]”

4 Artikel 8, lid 1, eerste alinea, van deze richtlijn bepaalde:

„Onverminderd artikel 10 delen de lidstaten de Commissie onverwijld ieder ontwerp voor een technisch voorschrift mee, tenzij het een integrale omzetting van een internationale of Europese norm betreft, in welk geval louter met een mededeling van de betrokken norm kan worden volstaan; zij geven de Commissie tevens kennis van de redenen waarom de vaststelling van dit technisch voorschrift nodig is, tenzij die redenen reeds uit het ontwerp zelf blijken.”

Richtlijn 2015/1535

5 Richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PB 2015, L 241, blz. 1) heeft richtlijn 98/34 ingetrokken en vervangen met ingang van 7 oktober 2015.

6 Artikel 1, lid 1, van richtlijn 2015/1535 bepaalt:

„In de zin van deze richtlijn wordt verstaan onder:

a) ‚product’: alle producten die industrieel worden vervaardigd, en alle landbouwproducten, met inbegrip van visproducten;

[…]

c) ‚technische specificatie’: een specificatie die voorkomt in een document ter omschrijving van de vereiste kenmerken van een product, zoals kwaliteitsniveau, prestaties, veiligheid of afmetingen, met inbegrip van de voor het product geldende voorschriften inzake verkoopbenaming, terminologie, symbolen, beproeving en beproevingsmethoden, verpakking, het merken of etiketteren, en de overeenstemmingsbeoordelingsprocedures.

[…]

d) ‚andere eis’: een eis die, zonder een technische specificatie te zijn, ter bescherming van met name de consument of het milieu wordt opgelegd en betrekking heeft op de levenscyclus van het product nadat dit in de handel is gebracht, zoals voorwaarden voor gebruik, recycling, hergebruik of verwijdering van het product, wanneer deze voorwaarden op significante wijze de samenstelling, de aard of de verhandeling van het product kunnen beïnvloeden;

e) ‚regel betreffende diensten’: een algemene eis betreffende de toegang tot en de uitoefening van dienstenactiviteiten als bedoeld in punt b), met name bepalingen met betrekking tot de dienstverlener, de diensten en de afnemer van diensten, met uitzondering van regels die niet specifiek betrekking hebben op de in datzelfde punt gedefinieerde diensten.

[…]

f) ‚technisch voorschrift’: een technische specificatie of andere eis of een regel betreffende diensten, met inbegrip van de erop toepasselijke bestuursrechtelijke bepalingen die de jure of de facto moeten worden nageleefd voor de verhandeling, de dienstverrichting, de vestiging van een verrichter van diensten of het gebruik in een lidstaat of in een groot deel van een lidstaat, alsmede de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, behoudens die bedoeld in artikel 7, van de lidstaten waarbij de vervaardiging, de invoer, de verhandeling of het gebruik van een product dan wel de verrichting of het gebruik van een dienst of de vestiging als dienstverlener wordt verboden.

De facto technische voorschriften zijn met name:

i) wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen van een lidstaat die hetzij verwijzen naar technische specificaties, andere eisen of regels betreffende diensten, hetzij naar beroepscodes of codes voor goede praktijken die zelf verwijzen naar technische specificaties, andere eisen of regels betreffende diensten waarvan de naleving een vermoeden geeft met de voorschriften welke bij deze wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen zijn vastgesteld, in overeenstemming te zijn;

ii) vrijwillige overeenkomsten waarbij de overheid partij is en die in het algemeen belang gericht zijn op de naleving van technische specificaties, andere eisen of regels betreffende diensten, met uitsluiting van bestekken voor overheidsopdrachten,

iii) technische specificaties of andere eisen of regels betreffende diensten die verbonden zijn met fiscale of financiële maatregelen die het verbruik van producten of het gebruik van diensten beïnvloeden, doordat zij de naleving van die technische specificaties, andere eisen of regels betreffende diensten aanmoedigen; hieronder vallen niet de technische specificaties, andere eisen of regels betreffende diensten die samenhangen met de nationale stelsels van sociale zekerheid.

Hieronder vallen de technische voorschriften die worden vastgesteld door de door de lidstaten aangewezen instanties die zijn opgenomen in de lijst welke door de Commissie wordt opgesteld en in voorkomend geval bijgewerkt in het kader van het in artikel 2 bedoelde comité.

Wijziging van die lijst geschiedt volgens dezelfde procedure;

g) ‚ontwerp voor een technisch voorschrift’: de tekst van een technische specificatie, een andere eis of een regel betreffende diensten, met inbegrip van bestuursrechtelijke bepalingen, die is uitgewerkt met de bedoeling deze als technisch voorschrift vast te stellen of uiteindelijk te doen vaststellen, en die zich in een stadium van voorbereiding bevindt waarin het nog mogelijk is daarin ingrijpende wijzigingen aan te brengen.”

7 Artikel 5, lid 1, eerste alinea, van deze richtlijn bepaalt:

„Onverminderd artikel 7 delen de lidstaten de Commissie onverwijld ieder ontwerp voor een technisch voorschrift mee, tenzij het een integrale omzetting van een internationale of Europese norm betreft, in welk geval louter met een mededeling van de betrokken norm kan worden volstaan. Zij geven de Commissie tevens kennis van de redenen waarom de vaststelling van dit technisch voorschrift nodig is, tenzij die redenen reeds uit het ontwerp zelf blijken.”

Lets recht

Wet inzake belastingen en heffingen

8 Artikel 28.1, lid 41, van de Likums Par nodokļiem un nodevām (wet inzake belastingen en heffingen) bepaalt:

„Belastingplichtigen mogen elektronische apparaten en toestellen gebruiken die voldoen aan de technische voorschriften die van toepassing zijn op elektronische apparaten en toestellen voor de registratie van belastingen en andere betalingen en die aan een conformiteitscontrole zijn onderworpen. Het onderhoud van de elektronische toestellen kan worden verzorgd door een dienstverlener die de in de regelgeving voorgeschreven conformiteitscontrole heeft ondergaan.”

Gebruiksvoorschriften

9 Artikel 121.4, punt 4, van Ministru kabineta noteikumi Nr. 96 „Nodokļu un citu maksājumu reģistrēšanas elektronisko ierīču un iekārtu lietošanas kārtība” (decreet nr. 96 van de ministerraad betreffende de wijze van gebruik van elektronische apparaten en toestellen voor de registratie van belastingen en andere betalingen) van 11 februari 2014 (hierna: „gebruiksvoorschriften”) bepaalt:

„Met het oog op de controle van de conformiteit van de modellen, de typen en de programmaversie van de kasregisters, hybride kasregisters, kassystemen en gespecialiseerde apparaten en toestellen verstrekt de onderhoudsdienstverlener aan de instantie de technische documentatie in de nationale taal van de fabrikant, vergezeld van een gewaarmerkte vertaling in de nationale taal. De technische documentatie omvat: de broncode (door de mens leesbare computerinstructies, geschreven door een programmeur) en de doelcode (een geheel van voor een computer begrijpelijke symbolen om een door een programmeur geschreven programma uit te voeren) van de software en van de fiscale geheugenmodule.”

10 Artikel 121.5 van deze gebruiksvoorschriften bepaalt:

„Binnen zes maanden na ontvangst van de in artikel 121.4 van dit decreet bedoelde documenten verstrekt de conformiteitsbeoordelingsinstantie aan de onderhoudsdienstverlener een verklaring dat het model, het type of de versie van het kasregister, het hybride kasregister, het kassysteem of het gespecialiseerde apparaat of toestel in overeenstemming is met de technische voorschriften die van toepassing zijn op elektronische apparaten en toestellen voor de registratie van belastingen en andere betalingen […] of deelt zij hem mede dat zij weigert een dergelijke verklaring van conformiteit af te geven.”

11 Artikel 129.4, punt 6, van deze gebruiksvoorschriften luidt als volgt:

„Bij de registratie, in de uniforme gegevensbank (het register) van de nationale belastingdienst, van het model of type van een kasregister, hybride kasregister, kassysteem of gespecialiseerd apparaat of toestel waarvan het onderhoud wordt uitgevoerd door een onderhoudsdienstverlener, verstrekt deze dienstverlener, ongeacht of het de fabrikant van het apparaat of toestel dan wel een gemachtigde vertegenwoordiger van de fabrikant betreft, de broncode van de geregistreerde software aan de belastingdienst binnen 24 uur volgend op het verzoek van deze laatste.”

12 Artikel 129.17, lid 1, punt 1.2.2, van de gebruiksvoorschriften bepaalt:

„De belastingdienst gaat over tot uitsluiting uit de uniforme gegevensbank (het register) van: de kasregisters, hybride kasregisters, kassystemen en gespecialiseerde apparaten en toestellen die geregistreerd zijn op naam van een gebruiker [wanneer] niet is voldaan aan de vereisten die zijn gesteld in de regelgeving inzake de technische voorschriften die van toepassing zijn op elektronische apparaten en toestellen voor de registratie van belastingen en andere betalingen. De belastingdienst stelt de gebruiker binnen 15 werkdagen in kennis van de uitsluiting uit de uniforme gegevensbank (het register).”

Hoofdgeding en prejudiciële vragen

13 Europark is een Letse handelsvennootschap die parkeerdiensten aanbiedt op het gebied van vervoer. Skidata is een Oostenrijkse handelsvennootschap die in Oostenrijk toestellen voor automatische betaling vervaardigt en deze uitvoert naar 25 lidstaten, waaronder Letland.

14 Op 30 juni en 27 november 2015 heeft Europark acht toestellen voor automatische betaling gekocht bij Skidata. Die toestellen zijn tussen 8 oktober en 30 december 2015 als dusdanig geregistreerd in de gegevensbank van de nationale belastingdienst.

15 Bij brief van 16 mei 2022 heeft SIA „Ernst & Young Baltic”, de instantie die verantwoordelijk is voor de controle van de conformiteit van kassa’s en automatische betalingstoestellen met de fiscale technische voorschriften, de nationale belastingdienst meegedeeld dat zij geweigerd had een verklaring van conformiteit af te geven voor deze acht toestellen, omdat SIA „19 points”, de onderhoudsdienstverlener, haar de op grond van artikel 121.4, punt 4, van de gebruiksvoorschriften vereiste gegevens niet had meegedeeld, namelijk de broncode en de doelcode van de geregistreerde software van die toestellen.

16 Bijgevolg heeft de belastingdienst die toestellen bij besluit van 2 september 2022 uitgesloten uit zijn gegevensbank.

17 Daarop hebben Europark en Skidata bij de administratīvā rajona tiesa, Rīgas tiesu nams (bestuursrechter in eerste aanleg Riga, Letland), de verwijzende rechter, beroep ingesteld tot nietigverklaring van dat besluit. Zij betogen dat zij op grond van de gebruiksvoorschriften verplicht zijn om de broncode en de doelcode van geregistreerde software mee te delen en dat deze gebruiksvoorschriften technische voorschriften zijn, die overeenkomstig richtlijn 2015/1535 hadden moeten worden meegedeeld aan de Commissie.

18 Voorts stellen zij dat Europark als verkrijger van een gebruiksrecht op software niet rechtmatig op eigen initiatief de broncode van de software kan verkrijgen en meedelen zonder de toestemming van de fabrikant Skidata, aangezien die code eigendom is van deze laatste en onder het zakengeheim valt. De verplichting om de broncode te verstrekken vormt derhalve een onevenredige aantasting van het intellectuele-eigendomsrecht van de fabrikant.

19 Tegen deze achtergrond merkt de verwijzende rechter in de eerste plaats op dat de in het hoofdgeding aan de orde zijnde toestellen voor automatische betaling „producten” zijn in de zin van artikel 1, punt 1, van richtlijn 98/34. Hij vraagt zich daarom af of de verplichting om de broncode van de geregistreerde software van deze toestellen te verstrekken valt onder het begrip „technisch voorschrift” in de zin van artikel 1, punt 11, van deze richtlijn, die vier categorieën maatregelen onderscheidt. Indien deze vraag bevestigend wordt beantwoord, vraagt hij zich af onder welke categorie die verplichting moet worden ondergebracht.

20 Volgens de verwijzende rechter kan deze verplichting onder drie van deze categorieën vallen en met name worden gekwalificeerd als „technische specificatie” in de zin van artikel 1, punt 3, van richtlijn 98/34, als „andere eis” in de zin van artikel 1, punt 4, van deze richtlijn, of als bepalingen „waarbij de vervaardiging, de invoer, de verhandeling of het gebruik van een product […] wordt verboden” in de zin van artikel 1, punt 11, van die richtlijn.

21 In de tweede plaats wenst de verwijzende rechter te vernemen of de verplichting om de broncode van geregistreerde software aan de conformiteitsbeoordelingsinstantie te verstrekken, kan worden aangemerkt als een maatregel van gelijke werking als een kwantitatieve invoerbeperking in de zin van artikel 34 VWEU.

22 Hij is de mening toegedaan dat met deze verplichting een legitieme doelstelling wordt nagestreefd, omdat zij de nationale belastingdienst in staat stelt de juistheid van de registraties te controleren en te voorkomen dat betalingen niet worden geregistreerd of dat belastingen niet worden betaald. Hij vraagt zich echter af of een dergelijke verplichting noodzakelijk is voor de verwezenlijking van die doelstelling. Hij beklemtoont immers dat Skidata in andere lidstaten voor de uitvoering van de betreffende controles toepassingsprogrammaverbindingen (application programme interfaces) van automatische betalingstoestellen zoals aan de orde in het hoofdgeding verstrekt, op basis waarvan de instantie die de conformiteit met de fiscale vereisten controleert alle nodige informatie inzake de betalingen kan verkrijgen. Daarenboven merkt de verwijzende rechter op dat Skidata eveneens ermee had ingestemd om het deel van de broncode dat betrekking heeft op de registratie van de betalingen en de belastingen te verstrekken met het oog op de conformiteitscontrole. De conformiteitsbeoordelingsinstantie in het hoofdgeding heeft dit voorstel echter niet aanvaard en eist nog steeds dat de volledige broncode wordt meegedeeld.

23 In dat verband is de verwijzende rechter van mening dat de verplichting die wordt opgelegd door de in het hoofdgeding aan de orde zijnde nationale regelgeving de verhandeling van toestellen voor automatische betaling op de Letse markt weliswaar niet verbiedt, maar aan de fabrikant van deze toestellen een dubbele last oplegt, namelijk om zowel in overeenstemming te zijn met de regels van het land van vervaardiging als met die van het land van verhandeling. Volgens de verwijzende rechter kan een dergelijke verplichting de invoer van die toestellen moeilijker en duurder maken, waardoor geïnteresseerde marktdeelnemers zouden kunnen worden ontmoedigd om deze producten in Letland in de handel te brengen.

24 In deze omstandigheden heeft de administratīvā rajona tiesa, Rīgas tiesu nams de behandeling van de zaak geschorst en het Hof verzocht om een prejudiciële beslissing over de volgende vragen:

„1) Moet artikel 1, punt 11, van richtlijn [98/34] aldus worden uitgelegd dat een rechtsregel uit hoofde waarvan een aanbieder van onderhoudsdiensten verplicht is de broncode van geregistreerde software aan de conformiteitsbeoordelingsinstantie te verstrekken, valt onder het begrip ‚technische voorschriften’, waarvan de ontwerpen aan de Commissie moeten worden meegedeeld overeenkomstig artikel 8, lid 1, van deze richtlijn?

2) Moet artikel 34 VWEU aldus worden uitgelegd dat de verplichting om de broncode van geregistreerde software aan de conformiteitsbeoordelingsinstantie te verstrekken als een maatregel van gelijke werking als een kwantitatieve invoerbeperking dient te worden beschouwd?

3) Indien de voorgaande vraag bevestigend wordt beantwoord, kan deze maatregel dan worden beschouwd als een evenredig middel om de doeltreffendheid van fiscale controles te verzekeren?”

Beantwoording van de prejudiciële vragen

Eerste vraag

25 Vooraf zij eraan herinnerd dat richtlijn 98/34, zoals blijkt uit de artikelen 10 en 11 van richtlijn 2015/1535, is ingetrokken met ingang van 7 oktober 2015, de datum waarop richtlijn 2015/1535 in werking is getreden. Uit de verwijzingsbeslissing blijkt dat Europark op 30 juni 2015 een aantal van de betrokken toestellen voor automatische betaling heeft gekocht, terwijl de andere na 7 oktober 2015 zijn gekocht. De acht betrokken toestellen zijn in de gegevensbank van de nationale belastingdienst geregistreerd en vervolgens daarvan uitgesloten na die datum. Hieruit volgt dat zowel de bepalingen van richtlijn 98/34 als die van richtlijn 2015/1535 ratione temporis van toepassing zijn op de feiten van het hoofdgeding.

26 Aangezien de voor het hoofdgeding relevante bepalingen van deze richtlijnen echter in vergelijkbare bewoordingen zijn geformuleerd, volstaat het de bepalingen van richtlijn 2015/1535 te onderzoeken.

27 Bovendien moet worden opgemerkt dat de verwijzende rechter met zijn eerste vraag het Hof heeft verzocht om artikel 1, punt 11, van richtlijn 98/34 uit te leggen in het licht van artikel 8, lid 1, ervan, volgens hetwelk de lidstaten de Commissie onverwijld ieder ontwerp voor een „technisch voorschrift” in de zin van artikel 1, punt 11, van deze richtlijn moeten meedelen. In dit verband zij eraan herinnerd, zoals de verwijzende rechter ook heeft opgemerkt, dat volgens vaste rechtspraak de niet-nakoming door een lidstaat van zijn verplichting tot voorafgaande mededeling van een dergelijk ontwerp tot gevolg heeft dat het betrokken „technisch voorschrift” niet aan particulieren kan worden tegengeworpen (arrest van 3 december 2020, Star Taxi App, C‑62/19, EU:C:2020:980, punt 57 en aldaar aangehaalde rechtspraak).

28 Bijgevolg moet worden geoordeeld dat de verwijzende rechter met zijn eerste vraag wenst te vernemen of artikel 1, lid 1, onder f), van richtlijn 2015/1535 aldus moet worden uitgelegd dat een nationale regeling uit hoofde waarvan de dienstverlener die belast is met het onderhoud van toestellen voor automatische betaling verplicht is om de instantie die de conformiteit van deze toestellen controleert de broncode van de geregistreerde software daarvan te verstrekken een „technisch voorschrift” in de zin van deze bepaling vormt, dat slechts kan worden tegengeworpen aan particulieren indien het desbetreffende ontwerp van de regeling vooraf aan de Commissie is meegedeeld overeenkomstig artikel 5, lid 1, eerste alinea, van deze richtlijn.

29 In herinnering dient te worden gebracht dat artikel 1, lid 1, onder f), van richtlijn 2015/1535 vier categorieën maatregelen onderscheidt die als „technische voorschriften” in de zin van deze richtlijn kunnen worden beschouwd: 1) de „technische specificatie”; 2) de „andere eis”; 3) de „regel betreffende diensten”, en 4) de „wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen[] […] van de lidstaten waarbij de vervaardiging, de invoer, de verhandeling of het gebruik van een product […] wordt verboden”. De eerste drie categorieën maatregelen worden gedefinieerd in respectievelijk de punten c) tot en met e) van dit artikel 1, lid 1.

30 Om te kunnen antwoorden op deze vraag moet dus worden onderzocht of de verplichting om de broncode van geregistreerde software van toestellen voor automatische betaling te verstrekken aan een conformiteitsbeoordelingsinstantie, zoals de in de gebruiksvoorschriften vastgestelde verplichting, onder een van deze vier categorieën technische voorschriften valt.

31 In de eerste plaats moet worden gepreciseerd dat de vragen van de verwijzende rechter geen betrekking hebben op diensten van de informatiemaatschappij, dat wil zeggen diensten die op afstand, langs elektronische weg en op individueel verzoek van een afnemer worden verricht, maar wel op specifieke producten en het gebruik ervan, in casu toestellen voor automatische betaling. Bijgevolg hoeft niet te worden onderzocht of een dergelijke verplichting valt onder de categorie „regel betreffende diensten” in de zin van artikel 1, lid 1, onder e), van richtlijn 2015/1535.

32 In de tweede plaats moet worden nagegaan of die verplichting kan vallen onder de categorie „wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen[] […] van de lidstaten waarbij de vervaardiging, de invoer, de verhandeling of het gebruik van een product […] wordt verboden” in de zin van artikel 1, lid 1, onder f), van richtlijn 2015/1535.

33 In casu heeft de niet-mededeling van de broncode van de geregistreerde software van toestellen voor automatische betaling aan de conformiteitsbeoordelingsinstantie weliswaar tot gevolg dat die toestellen niet kunnen worden gebruikt voor de registratie van transacties en betalingen, maar de in het hoofdgeding aan de orde zijnde gebruiksvoorschriften verbieden de vervaardiging, de invoer, de verhandeling of het gebruik van die toestellen niet.

34 Bijgevolg kan de verplichting om de broncode van geregistreerde software te verstrekken, die wordt opgelegd door de in hoofdgeding aan de orde zijnde gebruiksvoorschriften, niet vallen onder de categorie „wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen[] […] van de lidstaten waarbij de vervaardiging, de invoer, de verhandeling of het gebruik van een product […] wordt verboden” in de zin van artikel 1, lid 1, onder f), van richtlijn 2015/1535.

35 Wat in de derde plaats de vraag betreft of deze verplichting valt onder het begrip „technische specificatie” in de zin van artikel 1, lid 1, onder c), van richtlijn 2015/1535, zij eraan herinnerd dat dit begrip verwijst naar specificaties die voorkomen in een document ter omschrijving van de vereiste kenmerken van een product, zoals kwaliteitsniveau, prestaties, veiligheid of afmetingen, met inbegrip van de voor het product geldende voorschriften inzake onder meer de overeenstemmingsbeoordelingsprocedures.

36 Volgens vaste rechtspraak van het Hof houdt het begrip „technische specificatie” in dat de nationale maatregel betrekking heeft op het product of de verpakking daarvan als zodanig en dus een van de vereiste kenmerken van het product vaststelt (arrest van 24 november 2022, Belplant, C‑658/21, EU:C:2022:925, punt 24 en aldaar aangehaalde rechtspraak).

37 Het Hof heeft tevens geoordeeld dat een nationale regeling die het in de handel brengen van een product onderwerpt aan een voorafgaande goedkeuring, moet worden aangemerkt als een „technisch voorschrift” in de zin van artikel 1, lid 1, onder f), van richtlijn 2015/1535 (zie in die zin arrest van 22 januari 2002, Canal Satélite Digital, C‑390/99, EU:C:2002:34, punt 46 en aldaar aangehaalde rechtspraak).

38 In het hoofdgeding heeft de verplichting van de onderhoudsdienstverlener op grond van artikel 121.4, punt 4, van de gebruiksvoorschriften om de technische documentatie – die de broncode en de doelcode van de geregistreerde software moet bevatten – over de producten in kwestie te verstrekken aan de instantie die belast is met de controle van de conformiteit van die producten, betrekking op de producten als zodanig. Meer in het bijzonder stelt de nationale regelgeving dat de broncode door de mens leesbare computerinstructies bevat die door een programmeur zijn geschreven, en dat de doelcode een geheel van voor een computer begrijpelijke symbolen bevat om een programma uit te voeren. Bovendien bepaalt deze regelgeving dat de genoemde documentatie moet worden verstrekt in de nationale taal van de fabrikant, vergezeld van een gewaarmerkte vertaling in de nationale taal. Derhalve moet worden opgemerkt dat de in het hoofdgeding aan de orde zijnde nationale regelgeving betrekking heeft op het product als zodanig en onderhoudsdienstverleners verplicht om de technische documentatie te verstrekken die onder meer de bron- en doelcode van de geregistreerde software bevat, waarbij deze codes moeten worden beschouwd als vereiste en specifieke kenmerken voor alle verkoopautomaten omdat zij niet kunnen worden opgelegd voor producten die niet de bron- en doelcode van de geregistreerde software hebben.

39 Bovendien is de verplichting om de bron- en doelcode van de geregistreerde software mee te delen een voorschrift dat van toepassing is op de toestellen voor automatische betaling in het kader van de procedure voor de beoordeling van de conformiteit ervan met de fiscale vereisten. In dit verband moeten deze codes door de conformiteitsbeoordelingsinstantie worden geverifieerd tijdens de conformiteitscontrole. Bij gebreke van mededeling kunnen de toestellen voor automatische betaling niet de conformiteitsverklaring verkrijgen die nodig is voor de registratie ervan in de uniforme gegevensbank van de nationale belastingdienst, hetgeen in beginsel verhindert dat zij in Letland in de handel worden gebracht. Ten slotte moet worden benadrukt dat de regels en voorschriften van de conformiteitsbeoordelingsprocedure zijn vastgesteld in de gebruiksvoorschriften, die niet aan de Commissie zijn meegedeeld overeenkomstig artikel 5, lid 1, eerste alinea, van richtlijn 2015/1535.

40 Bijgevolg valt een nationale regeling als die in het hoofdgeding, uit hoofde waarvan de dienstverlener die belast is met het onderhoud van toestellen voor automatische betaling verplicht is om de instantie die de conformiteit van deze toestellen controleert technische documentatie te verstrekken die onder meer de broncode van de geregistreerde software omvat, onder het begrip „technische specificatie” in de zin van artikel 1, lid 1, onder c), van richtlijn 2015/1535, zodat zij een „technisch voorschrift” in de zin van artikel 1, lid 1, onder f), van die richtlijn vormt.

41 In de vierde en laatste plaats moet worden beoordeeld of de verplichting om de broncode van de geregistreerde software te verstrekken, kan worden aangemerkt als een „technisch voorschrift” omdat zij behoort tot de categorie „andere eisen” in de zin van artikel 1, lid 1, onder d), van richtlijn 2015/1535. Volgens deze bepaling omvat dit begrip elke eis die, zonder een technische specificatie te zijn, ter bescherming van met name de consument of het milieu wordt opgelegd en betrekking heeft op de levenscyclus van het product nadat dit in de handel is gebracht, zoals voorwaarden voor gebruik, recycling, hergebruik of verwijdering van het product, wanneer deze voorwaarden op significante wijze de samenstelling, de aard of de verhandeling van het product kunnen beïnvloeden.

42 Vastgesteld moet worden dat deze verplichting, aangezien zij onder het begrip „technische specificatie” valt, zoals in punt 40 van het onderhavige arrest is vastgesteld, niet als een „andere eis” kan worden aangemerkt. Overeenkomstig de in het vorige punt aangehaalde definitie van dit begrip ziet het immers niet op „technische specificaties”.

43 Volledigheidshalve moet evenwel worden gepreciseerd dat het Hof heeft geoordeeld dat de nationale maatregelen in kwestie, om als „andere eis” te kunnen worden aangemerkt, „voorwaarden” moeten stellen die de samenstelling, de aard of de verhandeling van het betrokken product op significante wijze kunnen beïnvloeden (zie in die zin arrest van 9 maart 2023, Vapo Atlantic, C‑604/21, EU:C:2023:175, punt 39 en aldaar aangehaalde rechtspraak).

44 In casu moet worden opgemerkt dat een nationale regeling als die welke in het hoofdgeding aan de orde is, uit hoofde waarvan de dienstverleners die belast zijn met het onderhoud van toestellen voor automatische betaling verplicht zijn om de instantie die de conformiteit van deze toestellen controleert de bron- en doelcode van de geregistreerde software van die toestellen te verstrekken, teneinde een conformiteitsverklaring te verkrijgen die noodzakelijk is voor de registratie van die toestellen in de uniforme gegevensbank van de nationale belastingdienst, gevolgen kan hebben voor de verhandeling van die toestellen. De niet-nakoming van deze verplichting kan namelijk de verhandeling van toestellen voor automatische betaling op significante wijze beïnvloeden, aangezien de marktdeelnemers niet worden aangespoord om die toestellen te kopen en deze toestellen in werkelijkheid niet kunnen worden gebruikt overeenkomstig het gebruik waarvoor zij zijn bestemd. Daarenboven zij eraan herinnerd dat, zoals blijkt uit de verwijzingsbeslissing, de verplichting om de bron- en doelcode van de in het hoofdgeding aan de orde zijnde geregistreerde software te verstrekken, niet tot doel heeft de consument of het milieu te beschermen, maar de overheid in staat stelt om toe te zien op de naleving van de aangifteverplichtingen en om de controle op de betaling van de belastingen te waarborgen.

45 Bijgevolg kan een nationale regeling als die in het hoofdgeding niet worden beschouwd als een „andere eis” in de zin van artikel 1, lid 1, onder d), van richtlijn 2015/1535.

46 Gelet op een en ander moet op de eerste vraag worden geantwoord dat artikel 1, lid 1, onder f), van richtlijn 2015/1535 aldus moet worden uitgelegd dat een nationale regeling uit hoofde waarvan de dienstverlener die belast is met het onderhoud van toestellen voor automatische betaling verplicht is om de instantie die de conformiteit van deze toestellen controleert de broncode van de geregistreerde software daarvan te verstrekken een „technisch voorschrift” in de zin van deze bepaling vormt, dat slechts kan worden tegengeworpen aan particulieren indien het desbetreffende ontwerp van de regeling vooraf aan de Commissie is meegedeeld overeenkomstig artikel 5, lid 1, eerste alinea, van deze richtlijn.

Tweede en derde vraag

47 Gelet op het antwoord op de eerste vraag hoeven de tweede en de derde vraag niet te worden beantwoord.

Kosten

48 Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de verwijzende rechter over de kosten heeft te beslissen. De door anderen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakte kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.

Het Hof (Zevende kamer) verklaart voor recht:

Artikel 1, lid 1, onder f), van richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij

moet aldus worden uitgelegd dat

een nationale regeling uit hoofde waarvan de dienstverlener die belast is met het onderhoud van toestellen voor automatische betaling verplicht is om de instantie die de conformiteit van deze toestellen controleert de broncode van de geregistreerde software daarvan te verstrekken een „technisch voorschrift” in de zin van deze bepaling vormt, dat slechts kan worden tegengeworpen aan particulieren indien het desbetreffende ontwerp van de regeling vooraf aan de Commissie is meegedeeld overeenkomstig artikel 5, lid 1, eerste alinea, van deze richtlijn.

ondertekeningen

* Procestaal: Lets.

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken