HvJ EU 7 december 2023, C-587/22, ECLI:EU:C:2023:963

De uitspraak op EUR-Lex

Tekst

ARREST VAN HET HOF (Zevende kamer)

7 december 2023 ( *1 )

„Niet-nakoming – Milieu – Richtlijn 91/271/EEG – Behandeling van stedelijk afvalwater – Artikel 3 – Opvangsystemen – Afzonderlijke systemen – Artikel 4 – Secundaire behandeling of een gelijkwaardig proces – Artikel 5 – Kwetsbare gebieden – Artikel 15 – Controle van de lozingen”

In zaak C‑587/22,

betreffende een beroep wegens niet-nakoming krachtens artikel 258 VWEU, ingesteld op 8 september 2022,

Europese Commissie, vertegenwoordigd door E. Sanfrutos Cano en A. Sipos als gemachtigden,

verzoekster,

tegen

Hongarije, vertegenwoordigd door Zs. Biró-Tóth en M. Z. Fehér als gemachtigden,

verweerder,

wijst

HET HOF (Zevende kamer),

samengesteld als volgt: F. Biltgen, kamerpresident, J. Passer (rapporteur) en M. L. Arastey Sahún, rechters,

advocaat-generaal: N. Emiliou,

griffier: A. Calot Escobar,

gezien de stukken,

gelet op de beslissing, de advocaat-generaal gehoord, om de zaak zonder conclusie te berechten,

het navolgende

Arrest

1 Met haar verzoekschrift verzoekt de Europese Commissie het Hof om vast te stellen dat: – door niet de nodige maatregelen te hebben genomen om ervoor te zorgen dat de agglomeraties van Békés, Dabas, Dunavarsány, Hódmezővásárhely, Keszthely, Kéthely, Kiskunhalas, Köröm, Marcali, Mezőtúr, Nagykőrös, Pilisvörösvár, Soltvadkert, Szécsény, Szentendre, Szentes, Szigetszentmiklós, Tököl, Tolna, Veresegyház, Zalaegerszeg en Zalakaros (Hongarije) voorzien zijn van en aangesloten zijn op een opvangsysteem voor stedelijk afvalwater, of dat afzonderlijke systemen of andere passende systemen dezelfde graad van milieubescherming bieden als opvang- en behandelingssystemen, en dat stedelijk afvalwater dat in de opvangsystemen terechtkomt, vóór lozing aan een secundaire behandeling of een gelijkwaardig proces wordt onderworpen, Hongarije zijn verplichtingen krachtens de artikelen 3, 4 en 10, van richtlijn 91/271/EEG van de Raad van 21 mei 1991 inzake de behandeling van stedelijk afvalwater (PB 1991, L 135, blz. 40) niet is nagekomen; – door niet de nodige maatregelen te hebben genomen om ervoor te zorgen dat in de agglomeraties van Keszthely, Kéthely, Marcali, Zalaegerszeg en Zalakaros het stedelijk afvalwater aan een intensievere behandeling dan een secundaire behandeling wordt onderworpen, Hongarije zijn verplichtingen krachtens de artikelen 5 en 10 van richtlijn 91/271 niet is nagekomen, en – door niet de nodige maatregelen te hebben genomen om te zorgen voor controle van de lozingen van stedelijke waterzuiveringsinstallaties in de agglomeraties van Békés, Dabas, Dunavarsány, Hódmezővásárhely, Keszthely, Kéthely, Kiskunhalas, Köröm, Marcali, Mezőtúr, Nagykőrös, Pilisvörösvár, Soltvadkert, Szécsény, Szentendre, Szentes, Szigetszentmiklós, Tököl, Tolna, Veresegyház, Zalaegerszeg en Zalakaros, Hongarije zijn verplichtingen krachtens artikel 15 van richtlijn 91/271 niet is nagekomen.

Toepasselijke bepalingen

Richtlijn 91/271

2 Artikel 3, lid 1, van richtlijn 91/271 luidt: „De lidstaten zorgen ervoor dat alle agglomeraties voorzien zijn van een opvangsysteem voor stedelijk afvalwater, – uiterlijk op 31 december 2000 voor agglomeraties met meer dan 15000 inwonerequivalenten (i.e.), en – uiterlijk op 31 december 2005 voor agglomeraties met 2000 tot 15000 i.e. Voor stedelijk afvalwater dat wordt geloosd in ontvangende wateren die worden beschouwd als ‚kwetsbare gebieden’ in de zin van artikel 5 zorgen de lidstaten ervoor dat er voor agglomeraties met meer dan 10000 i.e. uiterlijk op 31 december 1998 opvangsystemen aanwezig zijn. Wanneer de aanleg van een opvangsysteem niet gerechtvaardigd is omdat het vanuit milieuoogpunt geen voordeel zou opleveren of buitensporig duur zou zijn, moet gebruik worden gemaakt van afzonderlijke systemen of andere passende systemen waarmee dezelfde graad van milieubescherming wordt bereikt.”

3 De artikelen 4 tot en met 7, van richtlijn 91/271 leggen een reeks eisen vast voor de behandeling van stedelijk afvalwater.

4 Artikel 4, lid 1, van deze richtlijn luidt: „De lidstaten zorgen ervoor dat stedelijk afvalwater dat in opvangsystemen terechtkomt vóór lozing als volgt aan een secundaire behandeling of een gelijkwaardig proces wordt onderworpen: – lozingen van agglomeraties met meer dan 15000 i.e. uiterlijk op 31 december 2000; – lozingen van agglomeraties met 10000 tot 15000 i.e. uiterlijk op 31 december 2005; – lozingen van agglomeraties met 2000 tot 10000 i.e. in zoet water en estuaria uiterlijk op 31 december 2005.”

5 In artikel 5 van die richtlijn staat te lezen: „1. De lidstaten wijzen voor de toepassing van lid 2 volgens de in bijlage II genoemde criteria uiterlijk op 31 december 1993 kwetsbare gebieden aan. 2. De lidstaten zorgen ervoor dat stedelijk afvalwater dat in opvangsystemen terechtkomt vóór lozing in kwetsbare gebieden uiterlijk op 31 december 1998 voor alle lozingen van agglomeraties met meer dan 10000 i.e. aan een behandeling wordt onderworpen die verder gaat dan de in artikel 4 bedoelde behandeling. […] 4. Bij wijze van alternatief behoeven de eisen voor afzonderlijke installaties genoemd in de leden 2 en 3 niet te worden toegepast in kwetsbare gebieden, indien kan worden aangetoond dat het minimumpercentage van de vermindering van de totale vracht voor alle stedelijke waterzuiveringsinstallaties in dat gebied ten minste 75 % voor totaal fosfor en ten minste 75 % voor totaal stikstof bedraagt. […]”

6 In artikel 10 van die richtlijn wordt het volgende bepaald: „De lidstaten zorgen ervoor dat de ter naleving van de eisen van de artikelen 4 tot en met 7 gebouwde stedelijke waterzuiveringsinstallaties zodanig worden ontworpen, gebouwd, geëxploiteerd en onderhouden dat zij onder alle normale plaatselijke weersomstandigheden op bevredigende wijze kunnen blijven functioneren. […]”

7 Artikel 15 van richtlijn 91/271 luidt: „1. De bevoegde autoriteiten of instanties controleren: – de lozingen van stedelijke waterzuiveringsinstallaties op naleving van de eisen van bijlage I.B, overeenkomstig de controleprocedures van bijlage I.D; – de hoeveelheid en de samenstelling van slib dat naar oppervlaktewateren wordt afgevoerd. 2. De bevoegde autoriteiten of instanties controleren wateren waarin lozingen van stedelijke waterzuiveringsinstallaties en rechtstreekse lozingen in de zin van artikel 13 plaatsvinden wanneer mag worden verwacht dat het ontvangende milieu significant zal worden beïnvloed. […]”

Toetredingsakte van 2003

8 De Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek en de aanpassing van de Verdragen waarop de Europese Unie is gegrond (PB 2003, L 236, blz. 33; hierna: „toetredingsakte van 2003”) bepaalt in punt 8. B. 1, onder a), van bijlage X: „In afwijking van de artikelen 3, 4 en 5, lid 2, van richtlijn 91/271/EEG zijn de eisen inzake opvangsystemen en zuivering van stedelijk afvalwater tot en met 31 december 2015 niet volledig van toepassing in Hongarije, met inachtneming van de volgende tussentijdse doelstellingen: – per 31 december 2008 dient in kwetsbare gebieden aan de richtlijn te zijn voldaan voor agglomeraties met meer dan 10000 [i.e.]; – per 31 december 2010 dient in niet-kwetsbare gebieden aan de richtlijn te zijn voldaan voor agglomeraties met meer dan 15000 [i.e.].”

Precontentieuze procedure

9 Op 16 februari 2017 heeft de Commissie Hongarije een aanmaningsbrief gestuurd, waarin zij in wezen heeft aangegeven dat uit de informatie waarover zij beschikte bleek dat die lidstaat voor een bepaald aantal Hongaarse agglomeraties op de in de toetredingsakte van 2003 vastgelegde data niet voldeed aan bepaalde in richtlijn 91/271 neergelegde eisen.

10 Op 21 april 2017 heeft Hongarije op die aanmaningsbrief geantwoord.

11 Daar de Commissie met dit antwoord geen genoegen nam, heeft zij Hongarije op 8 december 2017 krachtens artikel 258 VWEU een met redenen omkleed advies gezonden, waarin zij deze lidstaat verweet de krachtens richtlijn 91/271 op hem rustende verplichtingen niet te zijn nagekomen.

12 Op 13 februari 2018 heeft Hongarije op dat met redenen omkleed advies geantwoord.

13 Daar dit antwoord de Commissie niet overtuigde, heeft zij het onderhavige beroep wegens niet-nakoming ingesteld.

Beroep

14 Ter ondersteuning van haar beroep voert de Commissie vier grieven aan: ten eerste schending van de artikelen 3 en 10 van richtlijn 91/271, ten tweede schending van de artikelen 4 en 10 van deze richtlijn, ten derde schending van de artikelen 5 en 10 van deze richtlijn en ten vierde schending van artikel 15 van deze richtlijn.

Eerste grief: schending van de artikelen 3 en 10 van richtlijn 91/271

Argumenten van partijen

15 In de eerste plaats voert de Commissie aan dat Hongarije niet heeft voldaan aan de eisen van artikel 3, lid 1, van richtlijn 91/271 wat betreft de agglomeraties van Békés, Dabas, Dunavarsány, Hódmezővásárhely, Keszthely, Kéthely, Kiskunhalas, Köröm, Marcali, Mezőtúr, Nagykőrös, Pilisvörösvár, Soltvadkert, Szécsény, Szentendre, Szentes, Szigetszentmiklós, Tököl, Tolna, Veresegyház, Zalaegerszeg en Zalakaros.

16 Ten eerste blijkt namelijk uit de informatie waarover zij beschikt dat, op de in punt 8. B. 1, onder a), van bijlage X bij de toetredingsakte van 2003 genoemde data, al die agglomeraties herhaaldelijk en in aanzienlijke mate afzonderlijke systemen voor de opvang van stedelijk afvalwater gebruikten. Bovendien is het percentage aansluitingen op de opvangsystemen van dit afvalwater – wanneer die systemen bestaan – in al die agglomeraties laag.

17 Ten tweede voldoet het herhaalde en aanzienlijke gebruik van afzonderlijke systemen voor de opvang van stedelijk afvalwater in de betrokken agglomeraties niet aan de eisen van artikel 3, lid 1, van richtlijn 91/271. Volgens de eerste en de tweede alinea van deze bepaling is, in deze agglomeraties, de aanleg van een opvangsysteem voor stedelijk afvalwater namelijk de regel, en kunnen, volgens de derde alinea, enkel wanneer de aanleg van dergelijke opvangsystemen om milieu- of financiële redenen niet gerechtvaardigd is, in afwijking daarvan onder bepaalde voorwaarden voor dat afvalwater afzonderlijke opvangsystemen worden gebruikt. In casu heeft Hongarije echter nooit aangetoond dat de aanleg van een opvangsysteem in de betrokken agglomeraties niet gerechtvaardigd was. Bovendien heeft deze lidstaat evenmin aangetoond dat de Hongaarse regelgeving met betrekking tot het gebruik van afzonderlijke systemen voor de opvang van stedelijk afvalwater kan waarborgen dat die systemen dezelfde graad van milieubescherming bieden als opvangsystemen.

18 In de tweede plaats betoogt de Commissie in wezen dat, aangezien de betrokken agglomeraties niet voorzien zijn van opvangsystemen die in overeenstemming zijn met de eisen van artikel 3, lid 1, van richtlijn 91/271, bijgevolg moet worden geoordeeld dat Hongarije ook niet heeft voldaan aan de eisen die krachtens artikel 10 van die richtlijn van toepassing zijn op zuiveringsinstallaties.

19 Hongarije antwoordt in wezen dat, ten eerste, de vraag of aan de eisen van artikel 3, lid 1, van richtlijn 91/271 is voldaan, moet worden beoordeeld op het niveau van de agglomeraties zoals ze in deze richtlijn zijn omschreven.

20 Ten tweede berust deze grief op een onjuiste uitlegging van artikel 3, lid 1, van richtlijn 91/271. Uit die bepaling volgt immers dat de opvang van stedelijk afvalwater niet alleen kan worden verzekerd door opvangsystemen, maar ook door afzonderlijke systemen. Ook al vormt de opvang van dat water volgens vaste rechtspraak van het Hof een duidelijke en ondubbelzinnige resultaatsverplichting, deze verplichting kan dus worden nagekomen door gebruik te maken van al deze systemen, voor zover, ten eerste, het gebruik van afzonderlijke systemen gerechtvaardigd is en, ten tweede, deze systemen dezelfde graad van milieubescherming waarborgen als de opvangsystemen.

21 Ten derde is in casu aan deze verschillende eisen voldaan.

Beoordeling door het Hof

22 De eerste grief bestaat uit twee onderdelen.

23 Wat het eerste onderdeel van deze grief betreft, dat is ontleend aan de schending van artikel 3, lid 1, van richtlijn 91/271, dient eraan te worden herinnerd dat de eerste twee alinea’s van dit lid de lidstaten verplichten ervoor te zorgen dat alle agglomeraties uiterlijk op bepaalde in deze alinea’s vastgestelde data voorzien zijn van opvangsystemen voor stedelijk afvalwater. Wanneer de aanleg van een opvangsysteem niet gerechtvaardigd is omdat het vanuit milieuoogpunt geen voordeel zou opleveren of buitensporig duur zou zijn, moet gebruik worden gemaakt van afzonderlijke systemen voor de opvang van stedelijke afvalwater of andere passende systemen waarmee dezelfde graad van milieubescherming wordt bereikt.

24 Om te beginnen volgt uit de bewoordingen en de opzet van artikel 3, lid 1, van deze richtlijn dat die bepaling de lidstaten een nauwkeurige, duidelijke en ondubbelzinnige resultaatsverplichting oplegt om ervoor te zorgen dat elke agglomeratie die onder deze bepaling valt, voorzien is van een opvangsysteem waarmee alle stedelijk afvalwater dat zij produceert, kan worden opgevangen [arresten van 6 november 2014, Commissie/België, C‑395/13, EU:C:2014:2347, punt 31, en 5 maart 2020, Commissie/Cyprus (Opvang en zuivering van stedelijk afvalwater), C‑248/19, EU:C:2020:171, punt 27].

25 Vervolgens is het slechts in afwijking van deze verplichting toegestaan gebruik te maken van afzonderlijke opvangsystemen voor stedelijk afvalwater (zie in die zin arrest van 6 november 2014, Commissie/België, C‑395/13, EU:C:2014:2347, punt 36).

26 Ten slotte volgt uit artikel 3, lid 1, derde alinea, van richtlijn 91/271 dat het gebruik van dergelijke afzonderlijke systemen in een bepaalde agglomeratie slechts mogelijk is indien aan twee cumulatieve voorwaarden is voldaan. Ten eerste moet de betrokken lidstaat aantonen dat de installatie van een opvangsysteem in die agglomeratie om milieu- of financiële redenen niet gerechtvaardigd is. Ten tweede moet die lidstaat, wanneer aan deze voorafgaande eis is voldaan, nog aantonen dat de afzonderlijke opvangsystemen voor stedelijk afvalwater of andere passende systemen die in de plaats van een dergelijk opvangsysteem worden gebruikt, een bescherming van het milieu bieden die gelijkwaardig is aan die welke door dit systeem zou worden gewaarborgd (zie in die zin arrest van 31 mei 2018, Commissie/Italië, C‑251/17, EU:C:2018:358, punt 37).

27 In casu moet ten eerste worden vastgesteld dat Hongarije niet betwist dat afzonderlijke opvangsystemen voor stedelijk afvalwater herhaaldelijk en in aanzienlijke mate worden gebruikt in de agglomeraties waarop de eerste grief betrekking heeft. Bijgevolg moet deze situatie als vaststaand worden beschouwd.

28 Ten tweede stelt noch bewijst deze lidstaat dat die situatie voor elk van de betrokken agglomeraties wordt verklaard door het feit dat het gebruik van opvangsystemen voor stedelijk afvalwater om milieu- of financiële redenen niet gerechtvaardigd is. Die lidstaat voert namelijk in wezen aan dat voor de afzonderlijke opvangsystemen van dat water waarvan gebruik wordt gemaakt in de plaats van eerstgenoemde opvangsystemen, juridische en technische installatie- en exploitatievoorwaarden gelden op grond waarvan kan worden aangenomen dat het gebruik ervan gerechtvaardigd is. Met dit betoog voert Hongarije echter geen enkele milieugerelateerde of financiële reden aan waaruit blijkt dat het gebruik van opvangsystemen niet gerechtvaardigd is.

29 Bijgevolg moet het eerste onderdeel van de eerste grief worden toegewezen.

30 Wat het tweede onderdeel van de eerste grief betreft, dat is ontleend aan de schending van artikel 10 van richtlijn 91/271, moet worden opgemerkt dat dit artikel de lidstaten verplicht ervoor te zorgen dat de ter naleving van de eisen van de artikelen 4 tot en met 7 van die richtlijn gebouwde stedelijke waterzuiveringsinstallaties zodanig worden ontworpen, gebouwd, geëxploiteerd en onderhouden dat zij onder alle normale plaatselijke weersomstandigheden op bevredigende wijze kunnen blijven functioneren.

31 Zoals blijkt uit de bewoordingen van artikel 10, vormt de verplichting die dit artikel de lidstaten met betrekking tot de zuiveringsinstallaties oplegt een aanvulling op de verplichtingen die krachtens de artikelen 4 tot en met 7 van richtlijn 91/271 op hen rusten op het gebied van de behandeling van stedelijk afvalwater. De zuiveringsinstallaties die de lidstaten op grond van artikel 10 van deze richtlijn moeten installeren, moeten dus zodanig zijn ontworpen, gebouwd, geëxploiteerd en onderhouden dat zij vanaf het tijdstip waarop zij zijn opgenomen in de opvangsystemen die krachtens artikel 3 van deze richtlijn moeten worden geïnstalleerd, voldoen aan de krachtens de artikelen 4 tot en met 7 van deze richtlijn geldende eisen voor de behandeling van dat water.

32 Dienaangaande heeft het Hof al herhaaldelijk geoordeeld dat de bij artikel 10 van richtlijn 91/271 aan de lidstaten opgelegde verplichting met betrekking tot de zuiveringsinstallaties voor stedelijk afvalwater veronderstelt dat is voldaan aan de eisen van de artikelen 4 tot en met 7 van deze richtlijn inzake de behandeling van dat water, zodat deze verplichting niet kan worden geacht te zijn nagekomen wanneer deze voorafgaande eisen niet zijn nageleefd [arresten van 19 juli 2012, Commissie/Italië, C‑565/10, EU:C:2012:476, punten 41‑44, en 6 oktober 2021, Commissie/Italië (Opvang en behandeling van stedelijk afvalwater), C‑668/19, EU:C:2021:815, punt 94].

33 Evenzo heeft het Hof, gelet op het verband tussen de artikelen 4 tot en met 7 van richtlijn 91/271 en artikel 3 daarvan, geoordeeld dat deze bepalingen moeten worden geacht niet te zijn nageleefd wanneer niet is voldaan aan de verplichting om zich er vooraf van te vergewissen dat elke onder dit artikel 3 vallende agglomeratie voorzien is van een opvangsysteem waarmee al het door deze agglomeratie voortgebrachte stedelijk afvalwater kan worden opgevangen [zie in die zin, wat artikel 4 van die richtlijn betreft, arresten van 25 oktober 2007, Commissie/Griekenland, C‑440/06, EU:C:2007:642, punt 25, en 4 mei 2017, Commissie/Verenigd Koninkrijk, C‑502/15, EU:C:2017:334, punt 46, en, wat artikel 5 van die richtlijn betreft, arrest van 28 maart 2019, Commissie/Ierland (Systeem voor de opvang en behandeling van afvalwater), C‑427/17, EU:C:2019:269, punten 166 en 184].

34 Logischerwijze moet ervan worden uitgegaan dat, zonder opvangsystemen voor stedelijk afvalwater als bedoeld in artikel 3 van richtlijn 91/271, de zuiveringsinstallaties voor stedelijk afvalwater niet kunnen worden geacht zodanig te zijn ontworpen, gebouwd, geëxploiteerd en onderhouden dat zij voldoen aan de eisen van de artikelen 4 tot en met 7 van deze richtlijn, hetgeen indruist tegen het bepaalde in artikel 10 van deze richtlijn.

35 Gelet op het verband tussen al deze artikelen leidt de schending van artikel 3, lid 1, van richtlijn 91/271 dus tot de schending van artikel 10 van deze richtlijn.

36 Aangezien Hongarije in casu – zoals blijkt uit de punten 23 tot en met 29 van het onderhavige arrest – de verplichting van artikel 3, lid 1, van richtlijn 91/271 niet is nagekomen, moet worden vastgesteld dat deze lidstaat ook de bij artikel 10 van deze richtlijn opgelegde verplichting niet is nagekomen.

37 Hieruit volgt dat ook het tweede onderdeel van de eerste grief gegrond is, zodat de eerste grief in zijn geheel moet worden toegewezen.

Tweede en derde grief: schending van de artikelen 4, 5 en 10 van richtlijn 91/271

38 Anders dan de eerste grief, die de opvang van stedelijk afvalwater in de agglomeraties waarop het onderhavige beroep betrekking heeft, betreft, hebben de tweede en de derde grief beide betrekking op de behandeling van dat water in die agglomeraties en moeten zij dus samen worden onderzocht.

Argumenten van partijen

39 Met de tweede grief voert de Commissie aan dat Hongarije niet heeft voldaan aan de eisen van artikel 4, lid 1, van richtlijn 91/271 met betrekking tot de agglomeraties van Békés, Dabas, Dunavarsány, Hódmezővásárhely, Keszthely, Kéthely, Kiskunhalas, Köröm, Marcali, Mezőtúr, Nagykőrös, Pilisvörösvár, Soltvadkert, Szécsény, Szentendre, Szentes, Szigetszentmiklós, Tököl, Tolna, Veresegyház, Zalaegerszeg en Zalakaros.

40 In dat verband merkt zij om te beginnen op dat die bepaling de lidstaten opdraagt ervoor te zorgen dat stedelijk afvalwater dat in de opvangsystemen terechtkomt vóór lozing aan een secundaire behandeling of een gelijkwaardig proces wordt onderworpen.

41 Vervolgens is zij van mening dat de naleving van deze verplichting impliceert dat de opvangsystemen waarvan alle agglomeraties moeten zijn voorzien, volledig en daadwerkelijk waarborgen dat het stedelijk afvalwater aan een secundaire behandeling of een gelijkwaardig proces wordt onderworpen.

42 Ten slotte voert zij in wezen aan dat, aangezien in casu de betrokken agglomeraties niet zijn voorzien van opvangsystemen die voldoen aan de eisen van artikel 3, lid 1, van richtlijn 91/271, die systemen bijgevolg ook moeten worden geacht niet te voldoen aan de eisen van respectievelijk artikel 4, lid 1, en artikel 10 van die richtlijn.

43 Met de derde grief betoogt de Commissie dat Hongarije met betrekking tot de agglomeraties van Keszthely, Kéthely, Marcali, Zalaegerszeg en Zalakaros niet heeft voldaan aan de strengere eisen die krachtens artikel 5, lid 2, van richtlijn 91/271 van toepassing zijn voor agglomeraties in kwetsbare gebieden. De argumenten die zij ter staving van dat standpunt aanvoert komen in wezen overeen met die welke ten grondslag liggen aan de tweede grief. De Commissie stelt daarenboven echter dat de bepaling die volgens haar is geschonden van toepassing is op de betrokken agglomeraties. Hongarije kan zich immers niet beroepen op de afwijking van artikel 5, lid 4, van richtlijn 91/271, aangezien die lidstaat niet aantoont dat de daartoe gestelde eisen zijn nageleefd. Bovendien kan deze afwijking slechts worden ingeroepen indien voorafgaand voldaan is aan artikel 3 van de richtlijn.

44 Hongarije is om te beginnen van mening dat, aangezien de eerste grief van de Commissie ongegrond is, dit niet anders kan zijn voor de tweede grief.

45 Vervolgens wordt het door de betrokken agglomeraties geproduceerde stedelijk afvalwater, zelfs indien wordt aangenomen dat een deel van dit afvalwater niet door een opvangsysteem wordt opgevangen, hoe dan ook vanuit de afzonderlijke systemen waarin het wordt opgevangen vervoerd naar zuiveringsinstallaties waar het wordt behandeld overeenkomstig de eisen van artikel 4, lid 1, van richtlijn 91/271.

46 Ten slotte moet de derde grief worden verworpen op de grond dat Hongarije heeft besloten gebruik te maken van de afwijking van artikel 5, lid 4, van richtlijn 91/271, dat de Commissie tegen dit besluit geen bezwaar heeft gemaakt en dat aan alle eisen om zich op deze afwijking te kunnen beroepen is voldaan.

Beoordeling door het Hof

47 In de eerste plaats moet worden opgemerkt dat artikel 4, lid 1, van richtlijn 91/271 bepaalt dat de lidstaten ervoor moeten zorgen dat stedelijk afvalwater dat in opvangsystemen terechtkomt vóór lozing aan een secundaire behandeling of een gelijkwaardig proces wordt onderworpen.

48 Verder bepaalt artikel 5, lid 2, van deze richtlijn dat de lidstaten ervoor moeten zorgen dat stedelijk afvalwater dat in opvangsystemen terechtkomt, in kwetsbare gebieden aan een behandeling wordt onderworpen die verder gaat dan de in artikel 4, lid 1, van die richtlijn bedoelde behandeling.

49 Zoals uit de rechtspraak van het Hof volgt, leggen deze bepalingen de lidstaten de verplichting op ervoor te zorgen dat al het stedelijk afvalwater dat in opvangsystemen terechtkomt, wordt onderworpen aan een secundaire behandeling of een gelijkwaardig proces (zie in die zin arrest van 7 mei 2009, Commissie/Portugal, C‑530/07, EU:C:2009:292, punten 53 en 56) en, in kwetsbare gebieden, aan een behandeling die verder gaat dan deze secundaire behandeling of dit gelijkwaardig proces [zie in die zin arrest van 6 oktober 2021, Commissie/Italië (Opvang en behandeling van stedelijk afvalwater), C‑668/19, EU:C:2021:815, punt 63].

50 Gelet op de in punt 33 van het onderhavige arrest vermelde band tussen deze bepalingen en artikel 3 van richtlijn 91/271, moeten zij bovendien worden geacht niet te zijn nagekomen wanneer niet is voldaan aan de bij dit artikel aan de lidstaten opgelegde voorafgaande resultaatsverplichting met betrekking tot de installatie van opvangsystemen voor stedelijk afvalwater.

51 Hieruit volgt dat Hongarije in casu, daar het de verplichting van artikel 3, lid 1, van richtlijn 91/271 niet is nagekomen met betrekking tot de agglomeraties waarop het onderhavige beroep betrekking heeft, a fortiori moet worden geacht de verplichtingen van respectievelijk artikel 4, lid 1, en artikel 5, lid 2, van deze richtlijn niet na te komen.

52 In de tweede plaats bepaalt artikel 5, lid 4, van richtlijn 91/271 weliswaar dat de voorwaarden voor een zuiveringsinstallatie uit hoofde van met name lid 2 van dat artikel niet noodzakelijkerwijs van toepassing zijn op kwetsbare gebieden indien kan worden aangetoond dat aan bepaalde voorwaarden van lid 4 is voldaan, maar in casu moet worden vastgesteld dat Hongarije enkel stelt dat aan die voorwaarden is voldaan, zonder aan de hand van concrete, nauwkeurige en volledige bewijzen aan te tonen in welke concrete en daadwerkelijke mate die voorwaarden tijdig zijn vervuld voor elk van de kwetsbare gebieden waarop het onderhavige beroep betrekking heeft.

53 Wat in de derde en laatste plaats artikel 10 van richtlijn 91/271 betreft, zij eraan herinnerd dat – gelet op het in de punten 31 en 32 van het onderhavige arrest vermelde verband tussen dat artikel 10 en de artikelen 4 tot en met 7 van deze richtlijn – de verplichting die dit artikel aan de lidstaten oplegt met betrekking tot de zuiveringsinstallaties voor stedelijk afvalwater moet worden geacht niet te zijn nagekomen wanneer niet is voldaan aan de voorafgaande eisen met betrekking tot de behandeling van dat water die bij de artikelen 4 tot en met 7 aan de lidstaten zijn opgelegd.

54 Gelet op de vaststellingen in de punten 36 en 51 van het onderhavige arrest, volgt hieruit in casu dat Hongarije moet worden geacht die verplichting niet na te komen.

55 Hieruit volgt dat de tweede en de derde grief moeten worden toegewezen.

Vierde grief: schending van artikel 15 van richtlijn 91/271

Argumenten van partijen

56 De Commissie wijst erop dat zij in haar met redenen omkleed advies heeft geconcludeerd dat Hongarije zijn verplichtingen krachtens artikel 15 van richtlijn 91/271 niet is nagekomen door niet aan de hand van geactualiseerde gegevens die voldoen aan de in dat artikel genoemde eisen, aan te tonen dat het heeft voldaan aan zijn verplichting om de lozingen te controleren die afkomstig zijn van de zuiveringsinstallaties in de agglomeraties waarop het onderhavige beroep betrekking heeft.

57 Hongarije betoogt dat het die verplichtingen wel is nagekomen.

Beoordeling door het Hof

58 Overeenkomstig artikel 21 van het Statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie en artikel 120, onder c), van het Reglement voor de procesvoering van het Hof moet elk verzoekschrift onder meer een summiere uiteenzetting van de aangevoerde middelen bevatten. Hieruit volgt dat elk door de Commissie krachtens artikel 258 VWEU ingediend verzoekschrift niet alleen de exacte grieven moet aangeven waarover een uitspraak van het Hof wordt verlangd, maar ook in voldoende duidelijke en nauwkeurige vorm de wezenlijke elementen moet bevatten, feitelijk en rechtens, waarop elk van deze grieven is gebaseerd, waarbij niet-naleving van deze vereisten naargelang het geval tot niet-ontvankelijkheid van dat beroep of van de betrokken grief leidt (zie in die zin arrest van 10 december 2009, Commissie/Verenigd Koninkrijk, C‑390/07, EU:C:2009:765, punt 339 en aldaar aangehaalde rechtspraak).

59 In casu moet met betrekking tot de onderhavige grief worden vastgesteld dat de Commissie geen argumenten rechtens of feitelijk aanvoert die aan deze vereisten kunnen voldoen, maar zich hoofdzakelijk beperkt tot een verwijzing naar de vaststellingen en beoordelingen in het met redenen omkleed advies.

60 Bijgevolg dient de vierde grief niet-ontvankelijk te worden verklaard.

61 Gelet op een en ander moet worden vastgesteld dat: – door niet de nodige maatregelen te hebben genomen om ervoor te zorgen dat de agglomeraties van Békés, Dabas, Dunavarsány, Hódmezővásárhely, Keszthely, Kéthely, Kiskunhalas, Köröm, Marcali, Mezőtúr, Nagykőrös, Pilisvörösvár, Soltvadkert, Szécsény, Szentendre, Szentes, Szigetszentmiklós, Tököl, Tolna, Veresegyház, Zalaegerszeg en Zalakaros voorzien zijn van en aangesloten zijn op een opvangsysteem voor stedelijk afvalwater, Hongarije zijn verplichtingen krachtens de artikelen 3 en 10 van richtlijn 91/271 niet is nagekomen; – door niet de nodige maatregelen te hebben genomen om ervoor te zorgen dat in de agglomeraties van Békés, Dabas, Dunavarsány, Hódmezővásárhely, Keszthely, Kéthely, Kiskunhalas, Köröm, Marcali, Mezőtúr, Nagykőrös, Pilisvörösvár, Soltvadkert, Szécsény, Szentendre, Szentes, Szigetszentmiklós, Tököl, Tolna, Veresegyház, Zalaegerszeg en Zalakaros het stedelijk afvalwater dat in de opvangsystemen terechtkomt, vóór lozing aan een secundaire behandeling of een gelijkwaardig proces wordt onderworpen, Hongarije zijn verplichtingen krachtens de artikelen 4 en 10 van richtlijn 91/271 niet is nagekomen; – door niet de nodige maatregelen te hebben genomen om ervoor te zorgen dat in de agglomeraties van Keszthely, Kéthely, Marcali, Zalaegerszeg en Zalakaros het stedelijk afvalwater dat in de opvangsystemen terechtkomt, vóór lozing wordt onderworpen aan een behandeling die verder gaat dan een secundaire behandeling, Hongarije zijn verplichtingen krachtens de artikelen 5 en 10 van richtlijn 91/271 niet is nagekomen.

Kosten

62 Volgens artikel 138, lid 3, van het Reglement voor de procesvoering draagt elke partij haar eigen kosten, indien partijen onderscheidenlijk op een of meer punten in het ongelijk zijn gesteld. Indien dit gelet op de omstandigheden van de zaak gerechtvaardigd voorkomt, kan het Hof evenwel beslissen dat een partij naast in haar eigen kosten ook in een deel van de kosten van de andere partij wordt verwezen.

63 Aangezien Hongarije in casu op de voornaamste punten in het ongelijk is gesteld, zal het naast zijn eigen kosten, drie vierde van de kosten van de Commissie dragen. De Commissie draagt een vierde van haar eigen kosten.

Het Hof (Zevende kamer) verklaart:

1) Door niet de nodige maatregelen te hebben genomen om ervoor te zorgen dat de agglomeraties van Békés, Dabas, Dunavarsány, Hódmezővásárhely, Keszthely, Kéthely, Kiskunhalas, Köröm, Marcali, Mezőtúr, Nagykőrös, Pilisvörösvár, Soltvadkert, Szécsény, Szentendre, Szentes, Szigetszentmiklós, Tököl, Tolna, Veresegyház, Zalaegerszeg en Zalakaros voorzien zijn van en aangesloten zijn op een opvangsysteem voor stedelijk afvalwater, is Hongarije zijn verplichtingen krachtens de artikelen 3 en 10 van richtlijn 91/271/EEG van de Raad van 21 mei 1991 inzake de behandeling van stedelijk afvalwater niet nagekomen.

2) Door niet de nodige maatregelen te hebben genomen om ervoor te zorgen dat in de agglomeraties van Békés, Dabas, Dunavarsány, Hódmezővásárhely, Keszthely, Kéthely, Kiskunhalas, Köröm, Marcali, Mezőtúr, Nagykőrös, Pilisvörösvár, Soltvadkert, Szécsény, Szentendre, Szentes, Szigetszentmiklós, Tököl, Tolna, Veresegyház, Zalaegerszeg en Zalakaros het stedelijk afvalwater dat in de opvangsystemen terechtkomt, vóór lozing aan een secundaire behandeling of een gelijkwaardig proces wordt onderworpen, is Hongarije zijn verplichtingen krachtens de artikelen 4 en 10 van richtlijn 91/271 niet nagekomen.

3) Door niet de nodige maatregelen te hebben genomen om ervoor te zorgen dat in de agglomeraties van Keszthely, Kéthely, Marcali, Zalaegerszeg en Zalakaros het stedelijk afvalwater dat in de opvangsystemen terechtkomt, vóór lozing wordt onderworpen aan een behandeling die verder gaat dan een secundaire behandeling, is Hongarije zijn verplichtingen krachtens de artikelen 5 en 10 van richtlijn 91/271 niet nagekomen.

4) Het beroep wordt verworpen voor het overige.

5) Hongarije draagt naast zijn eigen kosten drie vierde van de kosten van de Europese Commissie.

6) De Europese Commissie draagt een vierde van haar eigen kosten.

ondertekeningen

( *1 ) Procestaal: Hongaars.

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken