HvJ EU 20 mei 2009, C-214/08, ECLI:EU:C:2009:330
Tekst
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 20 mei 2009 – Guigard / Commissie
(Zaak C‑214/08 P)
„Hogere voorziening – Beroep tot schadevergoeding – Voorwaarden waaronder contractuele en niet-contractuele aansprakelijkheid van Gemeenschap intreedt – Artikelen 313, lid 2, sub k, 314 en 317, sub a, van Vierde overeenkomst van Lomé, zoals gewijzigd bij overeenkomst ondertekend te Mauritius”
Procedure – Beroep tot schadevergoeding (Art. 225, lid 1, EG 235 EG 238 EG en 240 EG (cf. punten 39‑43)
Voorwerp
Hogere voorziening tegen het arrest van het Gerecht van eerste aanleg (Derde kamer) van 11 maart 2008, Guigard/Commissie (T‑301/05), waarbij het Gerecht heeft verworpen het beroep van rekwirant strekkende tot vergoeding van de schade die hij stelt te hebben geleden als gevolg van de handelwijze van de Commissie bij het niet hernieuwen van zijn arbeidsovereenkomst in het kader van de door het Europees Ontwikkelingsfonds gefinancierde technische samenwerking tussen de Gemeenschap en de Republiek Niger – Voorwaarden voor niet-contractuele aansprakelijkheid van de Gemeenschap – Schending van de artikelen 313, lid 2, sub k, en 314 van de Vierde overeenkomst van Lomé (PB 1991, L 229, blz. 1), zoals gewijzigd bij de overeenkomst ondertekend te Mauritius (PB 1998, L 156, blz. 3) – Niet-nakoming van de motiveringsplicht en schending van de rechten van de verdediging
Dictum
1) Het arrest van het Gerecht van eerste aanleg van de Europese Gemeenschappen van 11 maart 2008, Guigard/Commissie (T‑301/05) wordt vernietigd voor zover het beroep van Guigard daarbij ontvankelijk is verklaard.
2) Het beroep van Guigard in zaak T‑301/05 wordt verworpen.
3) Op de hogere voorziening van Guigard behoeft niet te worden beslist.
4) Guigard wordt veroordeeld in de kosten die de Commissie van de Europese Gemeenschappen voor het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen en voor het Gerecht van eerste aanleg van de Europese Gemeenschappen zijn opgekomen.