HvJ EU 24 februari 2005, C-300/02, ECLI:EU:C:2005:103

De uitspraak op EUR-Lex

Tekst

Zaak C‑300/02

Helleense Republiek

tegen

Commissie van de Europese Gemeenschappen

„EOGFL – Akkerbouwgewassen – Verordening (EEG) nr. 729/70 – Artikel 5, lid 2, sub c – Discordantie tussen jaarlijkse aangiften van uitgaven en in aanmerking komende uitgaven – Termijn van 24 maanden – Inhouding van bedrag van steun aan landbouwers”

Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 24 februari 2005.

Samenvatting van het arrest

1. Landbouw – EOGFL – Goedkeuring van rekeningen – Weigering uitgaven ten laste te brengen die gevolg zijn van onregelmatigheden bij toepassing van gemeenschapsregeling – Betwisting door betrokken lidstaat – Bewijslast – Verdeling tussen Commissie en lidstaat

(Verordening nr. 729/70 van de Raad)

2. Landbouw – EOGFL – Goedkeuring van rekeningen – Verordening nr. 729/70 – Beperking van weigering van financiering – Termijn van 24 maanden – Aanvang – Mededeling door Commissie van resultaten van verificaties – Voorwaarden

(Verordening nr. 729/70 van de Raad, art. 5, lid 2, sub c; verordening nr. 1663/95 van de Commissie, art. 8, lid 1, eerste alinea)

3. Landbouw – EOGFL – Goedkeuring van rekeningen – Voorbereiding van beschikkingen – Raming van aan gemeenschapsfinanciering te onttrekken uitgaven – Begrip raming

(Verordening nr. 1663/95 van de Commissie, art. 8, lid 1)

4. Landbouw – Landbouwbeleid – Steun aan producenten van bepaalde akkerbouwgewassen – Betalingen ter compensatie van inkomensverlies ten gevolge van hervorming van gemeenschappelijk landbouwbeleid – Verplichting betrokken bedragen volledig aan begunstigden te betalen – Inhoudingen door verenigingen van landbouwcoöperaties toegepast ter dekking van hun werkingskosten – Verbod

(Verordening nr. 1765/92 van de Raad, art. 15, lid 3)

1. Inzake de financiering van het gemeenschappelijke landbouwbeleid door het EOGFL staat het aan de Commissie om, wanneer zij een door een lidstaat gedeclareerde uitgave niet ten laste wenst te brengen, een schending van de regels van de gemeenschappelijke ordening der landbouwmarkten te bewijzen. Zij moet dus haar beschikking waarbij het ontbreken van of tekortkomingen in de door de betrokken lidstaat verrichte controles worden vastgesteld, rechtvaardigen. Zij hoeft de ontoereikendheid van de door de nationale autoriteiten uitgevoerde controles of de onregelmatigheid van de door deze toegezonden cijfers evenwel niet volledig aan te tonen, maar moet alleen een bewijs leveren voor de ernstige en redelijke twijfel die zij omtrent die controles of cijfers koestert. De betrokken lidstaat van zijn kant kan de bevindingen van de Commissie niet ontkrachten zonder bij zijn argumentatie het bewijs te leveren van het bestaan van een betrouwbaar en operationeel controlesysteem. Slaagt de lidstaat niet in het bewijs dat de bevindingen van de Commissie onjuist zijn, dan mag op grond van die bevindingen ernstig worden betwijfeld dat een afdoend en doeltreffend stelsel van toezicht en controle is ingevoerd. Deze verlichting van de bewijslast voor de Commissie is te verklaren door het feit dat de lidstaat zelf het best in staat is de voor de goedkeuring van de EOGFL-rekeningen benodigde gegevens te verzamelen en te verifiëren, zodat de lidstaat derhalve gedetailleerd en volledig dient te bewijzen dat hij daadwerkelijk controles heeft verricht of dat zijn cijfers juist zijn en, in voorkomend geval, de verklaringen van de Commissie onjuist.

(cf. punten 33‑36)

2. Artikel 5, lid 2, sub c, vijfde alinea, van verordening nr. 729/70 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, zoals gewijzigd bij verordening nr. 1287/95, legt een beperking in de tijd op voor de uitgaven waarvoor het EOGFL de financiering mag weigeren. Dit artikel bepaalt aldus dat financiering niet kan worden geweigerd voor uitgaven die meer dan 24 maanden vóór de schriftelijke mededeling door de Commissie van de resultaten van de verificaties van de Commissie aan de betrokken lidstaat zijn gedaan. Artikel 8, lid 1, eerste alinea, van verordening nr. 1663/95 houdende uitvoeringsbepalingen van verordening nr. 729/70 aangaande de procedure inzake de goedkeuring van de rekeningen van het EOGFL, afdeling Garantie, bepaalt wat deze schriftelijke mededeling moet inhouden. De Commissie is ertoe gehouden, in haar relaties met de lidstaten de voorwaarden na te leven die zij zichzelf in uitvoeringsverordeningen heeft opgelegd. Naar gelang van het belang van de niet-naleving van die voorwaarden kan daardoor immers de procedurele waarborg worden uitgehold, die artikel 5, lid 2, sub c, van verordening nr. 729/70 aan de lidstaten toekent.

(cf. punten 67‑68, 70)

3. De term „raming” van de uitgaven in artikel 8, lid 1, van verordening nr. 1663/95 houdende uitvoeringsbepalingen van verordening nr. 729/70 aangaande de procedure inzake de goedkeuring van de rekeningen van het EOGFL, afdeling Garantie, moet evenals de overeenkomstige termen in de diverse taalversies, aldus worden uitgelegd dat een becijfering van de betrokken uitgaven niet noodzakelijk is, en dat vermelding van de elementen aan de hand waarvan dit bedrag op zijn minst bij benadering kan worden berekend, volstaat.

(cf. punt 74)

4. Artikel 15, lid 3, van verordening nr. 1765/92 tot instelling van een steunregeling voor producenten van bepaalde akkerbouwgewassen, dat bepaalt dat de in deze verordening bedoelde bedragen volledig aan de begunstigden moeten worden uitbetaald, verbiedt de nationale autoriteiten bedragen in te houden op te verrichten betalingen of voor de behandeling van de aanvragen administratiekosten in rekening te brengen, waardoor het bedrag van de steun wordt verlaagd. Hetzelfde geldt voor de verenigingen van landbouwcoöperaties die betrokken zijn bij de steunbetalingen in kwestie.

De uit die bepaling voortvloeiende verplichting is een resultaatsverplichting, zodat het zonder belang is of er klachten zijn geregistreerd of dat er tussen de begunstigden en de coöperaties overeenkomsten inzake de inhouding van een deel van de steun zijn gesloten.

(cf. punten 111‑112)

ARREST VAN HET HOF (Eerste kamer) 24 februari 2005(1)

„EOGFL – Akkerbouwgewassen – Verordening (EEG) nr. 729/70 – Artikel 5, lid 2, sub c – Afwijkingen tussen jaarlijkse aangiften van uitgaven en in aanmerking komende uitgaven – Termijn van 24 maanden – Inhouding van bedrag van steun aan landbouwers”

verzoekster,

verweerster,

HET HOF VAN JUSTITIE (Eerste kamer),,

gelet op de beslissing, de advocaat-generaal gehoord, om de zaak zonder conclusie te berechten,

het navolgende

Het besluit tot goedkeuring van de rekeningen heeft betrekking op de volledigheid, de juistheid en de waarheidsgetrouwheid van de ingediende rekeningen.

Dit besluit staat het nemen van nadere besluiten overeenkomstig het bepaalde sub c niet in de weg;

Voordat een besluit tot weigering van financiering wordt genomen, doet de Commissie schriftelijk mededeling van de resultaten van de verificaties, en de betrokken lidstaat van zijn antwoorden, waarna beide partijen pogen overeenstemming te bereiken over het daaraan te geven gevolg.

Indien overeenstemming uitblijft, kan de lidstaat vragen om inleiding van een procedure die de standpunten binnen vier maanden tot elkaar moet brengen; de resultaten daarvan worden neergelegd in een verslag dat aan de Commissie wordt overgemaakt en door deze instelling wordt bestudeerd voordat een besluit tot weigering van financiering wordt genomen.

De Commissie bepaalt de te onttrekken bedragen met name aan de hand van de draagwijdte van de niet met de voorschriften strokende uitvoering. De Commissie houdt daarbij rekening met de aard en de ernst van de overtreding, alsmede met de voor de Gemeenschap ontstane financiële schade.

Financiering kan niet worden geweigerd voor uitgaven die meer dan 24 maanden vóór de schriftelijke mededeling door de Commissie van de resultaten van die verificaties aan de betrokken lidstaat zijn gedaan. Deze bepaling geldt echter niet voor de financiële gevolgen die moeten worden getrokken:

1 – Procestaal: Grieks.

Aangehaald in