HvJ EU 21 oktober 2004, C-447/02, ECLI:EU:C:2004:649
Tekst
Zaak C‑447/02 P
KWS Saat AG
tegen
Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen) (BHIM)
„Hogere voorziening – Gemeenschapsmerk – Verordening (EG) nr. 40/94 – Absolute weigeringsgrond – Onderscheidend vermogen – Kleur als zodanig – Oranje kleur”
Samenvatting van het arrest
1. Gemeenschapsmerk – Beslissingen van Bureau – Eerbiediging van rechten van verdediging
(Verordening nr. 40/94 van de Raad, art. 73)
2. Gemeenschapsmerk – Definitie en verkrijging van gemeenschapsmerk – Absolute weigeringsgronden – Merken zonder onderscheidend vermogen – Erkenning van onderscheidend vermogen van kleur als zodanig – Verkrijging door gebruik
(Verordening nr. 40/94 van de Raad, art. 7, leden 1, sub b, en 3)
1. Overeenkomstig artikel 73, tweede zin, van verordening nr. 40/94 inzake het gemeenschapsmerk kan een kamer van beroep van het Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen) haar beslissing alleen nemen op grond van de gegevens, feitelijk of rechtens, waarover de partijen hun opmerkingen kenbaar hebben kunnen maken.
Wanneer de kamer van beroep ambtshalve feitelijke gegevens verzamelt die haar beslissing zullen schragen, dient zij deze aan de partijen mede te delen zodat deze hun opmerkingen kenbaar kunnen maken.
(cf. punten 42‑43)
2. Een kleur als zodanig kan weliswaar, als gevolg van het gebruik dat ervan is gemaakt, volgens artikel 7, lid 3, van verordening nr. 40/94 onderscheidend vermogen verkrijgen voor de waren en diensten waarvoor inschrijving van een gemeenschapsmerk is gevraagd, maar de mogelijkheid dat een kleur als zodanig onderscheidend vermogen krijgt voordat daarvan enig gebruik is gemaakt, in de zin van artikel 7, lid 1, sub b, van die verordening, bestaat slechts in zeer uitzonderlijke gevallen, met name wanneer het aantal waren of diensten waarvoor het merk wordt aangevraagd, zeer beperkt en de relevante markt zeer specifiek is.
(cf. punt 79)
ARREST VAN HET HOF (Tweede kamer) 21 oktober 2004(1)
„Hogere voorziening – Gemeenschapsmerk – Verordening (EG) nr. 40/94 – Absolute weigeringsgrond – Onderscheidend vermogen – Kleur als zodanig – Oranje kleur”
rekwirante,
verweerder in eerste aanleg,
HET HOF VAN JUSTITIE (Tweede kamer),,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 19 mei 2004,
het navolgende
1 – Procestaal: Duits.
Aangehaald in
- HvJ EU 28 juni 2018, C-564/16, ECLI:EU:C:2018:509
- Gerecht EU 18 maart 2016, T-501/13, ECLI:EU:T:2016:161
- Gerecht EU 2 juli 2015, T-657/13, ECLI:EU:T:2015:449
- Gerecht EU 9 september 2016, T-159/15, ECLI:EU:T:2016:457
- Gerecht EU 14 december 2022, T-530/21, ECLI:EU:T:2022:818
- Gerecht EU 15 september 2021, T-207/20, ECLI:EU:T:2021:587
- Gerecht EU 19 december 2019, T-690/18, ECLI:EU:T:2019:894