HvJ EU 7 oktober 2004, C-312/02, ECLI:EU:C:2004:594

De uitspraak op EUR-Lex

Tekst

Zaak C‑312/02

Koninkrijk Zweden

tegen

Commissie van de Europese Gemeenschappen

„Beroep tot nietigverklaring – EOGFL – Uitgaven die van communautaire financiering zijn uitgesloten – Steun aan producenten van bepaalde akkerbouwgewassen – Gemeenschappelijke ordening van markten in sector rundvlees”

Samenvatting van het arrest

1. Landbouw – Gemeenschappelijk landbouwbeleid – Steun aan producenten van bepaalde akkerbouwgewassen – Gemeenschappelijke ordening van markten – Rundvlees – Betalingen ter compensatie van inkomensverlies ten gevolge van hervorming van gemeenschappelijk landbouwbeleid – Verplichting, betrokken bedragen volledig aan begunstigden te betalen – Omvang – Heffing door nationale autoriteiten van retributie voor afgifte aan landbouwers van plattegrond die bij hun steunaanvragen moet worden gevoegd – Verbod – Samenloop van aanvragen voor steun voor akkerbouwgewassen of voor voederarealen en aanvragen voor milieu‑ of regiosteun – Geen invloed

(Verordeningen van de Raad nr. 805/68, art. 30 bis, en nr. 1765/92, art. 15, lid 3)

2. Landbouw – Gemeenschappelijk landbouwbeleid – Financiering door EOGFL – Beginselen – Verplichting van Commissie, te weigeren onregelmatige uitgaven ten laste te brengen – Onregelmatigheden die tijdens begrotingsjaar om billijkheidsredenen zijn geduld – Strikte toepassing van regeling tijdens daaropvolgend begrotingsjaar – Schending van rechtszekerheids‑ en vertrouwensbeginsel – Geen

1. Artikel 15, lid 3, van verordening nr. 1765/92 tot instelling van een steunregeling voor producenten van bepaalde akkerbouwgewassen, en artikel 30 bis van verordening nr. 805/68 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector rundvlees, die voorschrijven dat de bij de aan de orde zijnde verordeningen bepaalde compensatiebedragen en premies, die tot doel hebben het inkomensverlies goed te maken van de landbouwers die door de gevolgen van de hervorming van het gemeenschappelijke landbouwbeleid worden getroffen, volledig worden uitgekeerd aan de begunstigden, staan eraan in de weg dat de nationale autoriteiten bedragen inhouden op de betalingen of voor de behandeling van de aanvragen administratiekosten in rekening brengen, waardoor het bedrag van de steun wordt verlaagd.

Onder dit verbod valt het stelsel waarin personen die communautaire steun willen aanvragen, een retributie moeten betalen om van de nationale autoriteiten een plattegrond te verkrijgen die bij hun dossier moet worden gevoegd. Het verbod op elke inhouding geldt immers voor alle lasten die rechtstreeks en onlosmakelijk verband houden met de uitkeringen aan de landbouwers, en niet alleen voor inhoudingen op de betalingen.

Dat bepaalde landbouwers voor hetzelfde areaal zowel steun uit hoofde van verordening nr. 1765/92 of verordening nr. 805/68 als milieu‑ of regiosteun hebben aangevraagd, heeft overigens geen invloed op het aan de lidstaten opgelegde verbod van inhoudingen op de bedragen die de begunstigden ontvangen in het kader van de steun voor akkerbouwgewassen of voor voederarealen, zoniet zou de aangehaalde bepaling elke nuttige werking worden ontnomen.

(cf. punten 19, 22, 24, 38‑39, 41)

2. Dat de Commissie bij een onderzoek in het kader van het beheer van de rekeningen van het EOGFL, afdeling „Garantie”, in een eerder begrotingsjaar geen correcties heeft toegepast, maar onregelmatigheden om billijkheidsredenen heeft geduld, geeft de betrokken lidstaat niet het recht om op grond van het rechtszekerheids‑ of het vertrouwensbeginsel te verlangen dat de Commissie hetzelfde doet voor onregelmatigheden in het volgende begrotingsjaar.

(cf. punt 28)

ARREST VAN HET HOF (Tweede kamer) 7 oktober 2004(1)

„Beroep tot nietigverklaring – EOGFL – Van communautaire financiering uitgesloten uitgaven – Steun aan producenten van bepaalde akkerbouwgewassen – Gemeenschappelijke ordening der markten in de sector rundvlees”

verzoeker,

verweerster,

HET HOF VAN JUSTITIE (Tweede kamer),,

gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 17 juni 2004,

het navolgende

1 – Procestaal: Zweeds.

Aangehaald in