HvJ EU 29 april 2004, C-308/01, ECLI:EU:C:2004:252
Tekst
Zaak C-308/01
GIL Insurance Ltd e.a.
tegen
Commissioners of Customs & Excise
(verzoek van het VAT and Duties Tribunal, London, om een prejudiciële beslissing)
„Zesde BTW-richtlijn – Belasting over verzekeringspremies – Hoger tarief van toepassing op bepaalde verzekeringsovereenkomsten – Verzekering samenhangend met verhuur of verkoop van huishoudelijke apparatuur – Staatssteun”
Samenvatting van het arrest
1. Fiscale bepalingen – Harmonisatie van wetgevingen – Omzetbelasting – Gemeenschappelijk stelsel van belasting over toegevoegde waarde – Verbod om andere nationale belastingen te heffen die karakter van omzetbelasting hebben – Begrip „omzetbelasting” – Draagwijdte – Belasting over verzekeringspremies – Daarvan uitgesloten – Invoering van tarief dat gelijk is aan tarief van belasting over toegevoegde waarde – Toelaatbaarheid met betrekking tot vrijstelling voor handelingen ter zake van verzekering – Geen verplichting om procedure betreffende invoering van bijzondere afwijkende maatregelen te volgen
(Richtlijn 77/388 van de Raad, art. 13, B, sub a, 27 en 33)
2. Steunmaatregelen van de staten – Begrip – Selectieve maatregel – Gedifferentieerd stelsel van belasting over verzekeringspremies – Rechtvaardiging door aard of opzet van stelsel
(Art. 87, lid 1, EG)
1. Een belasting over verzekeringspremies is verenigbaar met artikel 33 van de Zesde richtlijn (77/388) betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting, dat de lidstaten verbiedt, belastingen, rechten en heffingen die het karakter van omzetbelasting bezitten, in te voeren of te handhaven, voorzover zij geen algemene belasting vormt, aangezien zij niet tot doel heeft alle economische handelingen in de betrokken lidstaat te treffen, maar alleen van toepassing is op een specifieke dienst, de levering van verzekeringen, zij voorts niet in elk stadium van het productie‑ en distributieproces wordt geheven, aangezien zij slechts eenmaal wordt geheven, bij het afsluiten van de verzekeringsovereenkomst, en zij ten slotte niet wordt toegepast op de toegevoegde waarde van goederen en diensten.
Aangezien de belasting verenigbaar is met artikel 33 van de Zesde richtlijn, verzet artikel 13, B, sub a, van deze richtlijn, dat handelingen ter zake van verzekering vrijstelt van belasting over de toegevoegde waarde, zich met betrekking tot deze belasting over verzekeringspremies niet tegen de invoering van een bijzonder tarief dat gelijk is aan het normale tarief van de belasting over de toegevoegde waarde. Bijgevolg dient de in artikel 27 van deze richtlijn bedoelde procedure, op grond waarvan elke lidstaat die bijzondere, van de bepalingen van deze richtlijn afwijkende maatregelen wil treffen, verplicht is de Raad om een voorafgaande machtiging te verzoeken, niet te worden gevolgd vóór de invoering van deze belasting.
(cf. punten 31, 35‑37, 47, dictum 1‑2)
2. Een stelsel van belasting over verzekeringspremies, dat door het bestaan van twee verschillende tarieven wordt gekenmerkt, kan niet worden aangemerkt als een steunmaatregel in de zin van artikel 87, lid 1, EG wanneer de toepassing van het hoogste tarief van dit stelsel op een bepaald deel van de verzekeringsovereenkomsten die voordien aan het normale tarief waren onderworpen, wordt gerechtvaardigd door de aard of de opzet van het nationale stelsel van belasting op verzekeringen, zelfs indien de invoering van dit tarief een voordeel met zich brengt voor de ondernemingen die overeenkomsten aanbieden tegen het normale tarief.
(cf. punt 78)
ARREST VAN HET HOF (Vijfde kamer) 29 april 2004(1)
„Zesde BTW-richtlijn – Belasting over verzekeringspremies – Verhoogd tarief van toepassing op bepaalde verzekeringsovereenkomsten – Met verhuur of verkoop van huishoudelijke apparatuur samenhangende verzekering – Staatssteun”
en
HET HOF VAN JUSTITIE (Vijfde kamer),,
gelet op de schriftelijke opmerkingen ingediend door:
gehoord de mondelinge opmerkingen van GIL Insurance Ltd, UK Consumer Electronics Ltd, Consumer Electronics Insurance Co. Ltd, Direct Vision Rentals Ltd, Homecare Insurance Ltd en Pinnacle Insurance plc, vertegenwoordigd door D. Vaughan, C. McDonnell en C. Simpson; het Koninkrijk der Nederlanden, vertegenwoordigd door S. Terstal als gemachtigde; de regering van het Verenigd Koninkrijk, vertegenwoordigd door R. Caudwell als gemachtigde en K. P. E. Lasok, en de Commissie, vertegenwoordigd door R. Lyal en J. Flett, ter terechtzitting van 19 juni 2003,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 18 september 2003,
het navolgende
HET HOF VAN JUSTITIE (Vijfde kamer),
Timmermans Rosas von Bahr
De griffier De president
R. Grass V. Skouris
1 – Procestaal: Engels.
Aangehaald in
- HvJ EU 19 december 2018, C-374/17, ECLI:EU:C:2018:1024
- Gerecht EU 11 december 2014, T-251/11, ECLI:EU:T:2014:1060
- HvJ EU 28 april 2016, C-128/14, ECLI:EU:C:2016:306
- Gerecht EU 20 september 2019, T-696/17, ECLI:EU:T:2019:652
- Gerecht EU 14 juli 2016, T-143/12, ECLI:EU:T:2016:406
- Gerecht EU 8 juni 2022, T-363/19, ECLI:EU:T:2022:349