HvJ EU 23 oktober 2003, C-56/01, ECLI:EU:C:2003:578
Tekst
«Sociale zekerheid – Vrij verrichten van diensten – Kosten voor ziekenhuisverzorging in andere lidstaat – Voorwaarden voor vergoeding – Voorafgaande toestemming – Artikel 22 van verordening (EEG) nr. 1408/71 – Geldigheid»
Conclusie van advocaat-generaal D. Ruiz-Jarabo Colomer van 21 januari 2003 I - 0000
Arrest van het Hof (Vijfde kamer) van 23 oktober 2003 I - 0000
Samenvatting van het arrest
1.. Sociale zekerheid van migrerende werknemers – Ziektekostenverzekering – Verstrekkingen verleend in andere lidstaat – Artikel 22, lid 1, sub c-i, van verordening nr. 1408/71 – Overeenstemming met artikelen 49 EG en 50 EG (Art. 49 EG en 50 EG; verordening nr. 1408/71 van de Raad, art. 22, lid 1, sub c-i)
2.. Sociale zekerheid van migrerende werknemers – Ziektekostenverzekering – Verstrekkingen verleend in andere lidstaat – Artikel 22, lid 2, tweede alinea, van verordening nr. 1408/71 – Strekking (Verordening nr. 1408/71 van de Raad, art. 22, lid 2, tweede alinea)
3.. Vrij verrichten van diensten – Beperkingen – Nationale regeling inzake vergoeding van kosten van geneeskundige hulp die in andere lidstaat zijn gemaakt – Behandeling in ziekenhuis – Vereiste van voorafgaande toestemming van ziekenfonds van lidstaat van aansluiting – Verlening afhankelijk van voorwaarde inzake noodzaak van behandeling – Toelaatbaarheid (Art. 49 EG en 50 EG)
ARREST VAN HET HOF (Vijfde kamer) 23 oktober 2003 (1)
„Sociale zekerheid – Vrij verrichten van diensten – In andere lidstaat te maken kosten voor ziekenhuisverzorging – Voorwaarden voor terugbetaling – Voorafgaande toestemming – Artikel 22 van verordening (EEG) nr. 1408/71 – Geldigheid”
en
HET HOF VAN JUSTITIE (Vijfde kamer),,
gelet op de schriftelijke opmerkingen ingediend door:
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de mondelinge opmerkingen van P. Inizan, vertegenwoordigd door M. Troncoso Ferrer; Caisse primaire d'assurance maladie des Hauts-de-Seine, vertegenwoordigd door J.-J. Gatineau; de Franse regering, vertegenwoordigd door S. Pailler als gemachtigde; de Spaanse regering, vertegenwoordigd door R. Silva de Lapuerta; de Zweedse regering, vertegenwoordigd door A. Kruse; de regering van het Verenigd Koninkrijk, vertegenwoordigd door D. Wyatt; de Raad, vertegenwoordigd door A. Lo Monaco, en de Commissie, vertegenwoordigd door H. Michard, ter terechtzitting van 28 november 2002,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 21 januari 2003,
het navolgende
HET HOF VAN JUSTITIE (Vijfde kamer),
Timmermans La Pergola Jann
von Bahr Rosas
De griffier De president
R. Grass V. Skouris
1 – Procestaal: Frans.