Art. 8.1.2 Wetboek van Strafvordering
1. In dit boek wordt verstaan onder:
– Kaderbesluit 2003/577/JBZ: Kaderbesluit 2003/577/JBZ van de Raad van 22 juli 2003 inzake de tenuitvoerlegging in de Europese Unie van beslissingen tot bevriezing van voorwerpen of bewijsstukken (PbEU 2003, L 196/45);
– Kaderbesluit 2008/947/JBZ: Kaderbesluit 2008/947/JBZ van de Raad van 27 november 2008 inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op vonnissen en proeftijdbeslissingen met het oog op het toezicht op proeftijdvoorwaarden en alternatieve straffen (PbEU 2008, L 337/102);
– Kaderbesluit 2009/829/JBZ: Kaderbesluit 2009/829/JBZ van de Raad van 23 oktober 2009 inzake de toepassing, tussen de lidstaten van de Europese Unie, van het beginsel van wederzijdse erkenning op beslissingen inzake toezichtmaatregelen als alternatief voor voorlopige hechtenis (PbEU 2009, L 294/20);
– Richtlijn 2011/99/EU: Richtlijn 2011/99/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 betreffende het Europees beschermingsbevel (PbEU 2011, L 338/2);
– Richtlijn 2014/41/EU: Richtlijn 2014/41/EU van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 betreffende het Europees onderzoeksbevel in strafzaken (PbEU 2014, L 130/1);
– Verordening (EU) 2018/1805: Verordening (EU) 2018/1805 van het Europees Parlement en de Raad van 14 november 2018 inzake de wederzijdse erkenning van bevriezingsbevelen en confiscatiebevelen (PbEU 2018, L 303/1).
2. Waar in dit boek wordt gesproken over lidstaat wordt daaronder verstaan de lidstaat van de Europese Unie die is gebonden door de desbetreffende rechtshandeling van de Europese Unie.