Art. 7.6.22 Wetboek van Strafvordering

Wetboek van Strafvordering

1. De officier van justitie en de veroordeelde kunnen hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden tegen de beslissing van de rechtbank over voortzetting of beëindiging van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders.

2. De officier van justitie kan hoger beroep instellen binnen twee weken na de beslissing. De veroordeelde kan hoger beroep instellen binnen twee weken na de betekening van de beslissing of, indien geen betekening hoeft plaats te vinden, binnen twee weken na de beslissing.

3. Het gerechtshof kan zonder onderzoek op de zitting beslissen indien het, na kennisneming van de stukken van het geding, van oordeel is dat het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond is.

4. De voorzitter kan, zolang niet op het hoger beroep is beslist, de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voorlopig beëindigen indien de rechtbank heeft beslist dat voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel niet langer is vereist.

5. Het gerechtshof beslist zo spoedig mogelijk. Het verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk of ongegrond dan wel gegrond. In het laatste geval beveelt het gerechtshof wat volgens de wet behoort plaats te vinden.

Artikelen die hiernaar verwijzen

Toelichting

Vorige artikelen

Volgende artikelen