Art. 6.1.20 Wetboek van Strafvordering
1. In de oproeping voor de terechtzitting wordt de verdachte gewezen op:
a. de verplichting om in persoon op de terechtzitting te verschijnen en op de bevoegdheid van de rechtbank zijn medebrenging te bevelen, indien hij niet aan die verplichting voldoet;
b. het bepaalde in de artikelen 6.1.19, 6.1.22 en 6.1.41.
2. Artikel 6.1.7, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.