Art. 4.2.41 Wetboek van Strafvordering

Wetboek van Strafvordering

1. Indien een getuige ervan verdacht wordt zich op de terechtzitting aan het misdrijf van meineed schuldig te hebben gemaakt, kan de rechtbank bevelen dat de griffier direct een proces-verbaal opmaakt, dat door de voorzitter, de rechters en de griffier wordt ondertekend. Het proces-verbaal bevat de verklaring van de getuige.

2. De verklaring van de getuige wordt hem voorgelezen; daarna wordt hem gevraagd of hij in zijn verklaring volhardt en zo ja, of hij deze wil ondertekenen. Bij gebreke van ondertekening vermeldt het proces-verbaal de weigering of de reden van verhindering.

3. Het proces-verbaal wordt door de rechtbank ter kennis gebracht van de officier van justitie.

Artikelen die hiernaar verwijzen

Toelichting

Vorige artikelen

Volgende artikelen