Art. 4.1.11 Wetboek van Strafvordering
1. De officier van justitie roept voor de terechtzitting op:
a. de getuigen en deskundigen die hij in de procesinleiding heeft opgegeven;
b. de getuigen en deskundigen van wie de oproeping door de voorzitter is bevolen;
c. andere getuigen en deskundigen die de officier van justitie wenst te verhoren.
2. De voorzitter kan het verhoor van een getuige of deskundige, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a of c, aan de rechter-commissaris opdragen of bepalen dat een van de rechters die over de zaak oordelen, de getuige of deskundige als rechter-commissaris zal verhoren. Artikel 4.1.4, zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.
3. De officier van justitie roept voorts voor de terechtzitting op:
a. het slachtoffer dat daarom heeft verzocht;
b. de persoon die op grond van artikel 1.5.8 het spreekrecht kan uitoefenen en om oproeping heeft verzocht.