Art. 2.7.36 Wetboek van Strafvordering

Wetboek van Strafvordering

1. De officier van justitie of de opsporingsambtenaar die aan een persoon, die anders dan voor persoonlijk gebruik gegevens verwerkt, een bevel als bedoeld in artikel 2.7.43, eerste lid, of een bevel als bedoeld in Afdeling 7.3.3 richt, kan deze persoon tevens bevelen dat hij geheimhouding in acht neemt over datgene wat hem met betrekking tot dat bevel bekend is.

2. Ten aanzien van het bevel tot geheimhouding is artikel 2.7.44 van overeenkomstige toepassing.

Verwijst naar

Artikelen die hiernaar verwijzen

Toelichting

Vorige artikelen

Volgende artikelen