Art. 2.7.14 Wetboek van Strafvordering

Wetboek van Strafvordering

Een opsporingsambtenaar die met toestemming van de bewoner ter inbeslagneming een woning wenst te doorzoeken, legitimeert zich en vraagt voorafgaand aan de doorzoeking toestemming aan de bewoner nadat hij deze op het doel van de doorzoeking en de gevolgen van zijn toestemming heeft gewezen. De toestemming wordt vooraf, afzonderlijk vastgelegd.

Artikelen die hiernaar verwijzen

Toelichting

Vorige artikelen

Volgende artikelen