Art. 2.6.25 Wetboek van Strafvordering

Wetboek van Strafvordering

1. De rechter-commissaris kan, binnen de grenzen die aan de uitoefening van de desbetreffende bevoegdheden zijn gesteld:

a. de in dit hoofdstuk omschreven bevoegdheden uitoefenen indien hij onderzoek verricht op grond van de artikelen 2.10.1 tot en met 2.10.4 en

b. de in de artikelen 2.6.6 en 2.6.7 omschreven bevoegdheden uitoefenen in geval van een doorzoeking als bedoeld in artikel 2.7.69, eerste lid.

2. Artikel 2.6.1 is van overeenkomstige toepassing op bevelen die de rechter-commissaris bij de toepassing van het eerste lid geeft.

Verwijst naar

Toelichting

Vorige artikelen

Volgende artikelen