Art. 2.5.52 Wetboek van Strafvordering

Wetboek van Strafvordering

1. Vóór de aanvang van het onderzoek op de terechtzitting kan het gerechtshof, onverminderd het tweede lid, de gevangenneming alleen bevelen indien alsnog ernstige bezwaren tegen de verdachte zijn gerezen. Onder ernstige bezwaren kan tevens een veroordelend vonnis in de vorige feitelijke aanleg worden begrepen.

2. Artikel 2.5.46 is van overeenkomstige toepassing.

Verwijst naar

Artikelen die hiernaar verwijzen

Toelichting

Vorige artikelen

Volgende artikelen