Art. 2.3.12 Wetboek van Strafvordering
1. De verhorende opsporingsambtenaar verleent in ieder geval toegang tot het bijwonen van het verhoor van de getuige aan:
a. de advocaat van de getuige;
b. een tolk;
c. de wettelijk vertegenwoordiger van de getuige;
d. een persoon naar keuze van de getuige.
2. De verhorende opsporingsambtenaar kan de toegang weigeren in het belang van het onderzoek of in het belang van de getuige.