Art. 1.10.5 Wetboek van Strafvordering
1. Onze Minister kan voor de tenuitvoerlegging algemene of bijzondere opdrachten geven aan:
a. de opsporingsambtenaren, bedoeld in artikel 1.3.10, onderdelen b tot en met d;
b. andere ambtenaren of functionarissen voor zover zij door Onze Minister zijn aangewezen voor de tenuitvoerlegging van deze opdrachten.
2. Voor de tenuitvoerlegging aan boord van een Nederlands schip of zeevissersvaartuig dan wel op een door Onze Minister aangewezen installatie ter zee kan de bijzondere opdracht worden gegeven aan de schipper of, bij een aangewezen installatie, aan de leidinggevende.
3. Artikel 1.3.16, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op alle ambtenaren die de opdracht geven en op alle ambtenaren die de opdracht uitvoeren.