Art. 10.1 Archiefwet met vermelding van het jaartal van het Staatsblad waarin zij zal worden geplaatst, Toezicht centrale overheid

Archiefwet met vermelding van het jaartal van het Staatsblad waarin zij zal worden geplaatst

1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde door de verantwoordelijke overheidsorganen, bedoeld in artikel 2.1, 2.4 en 2.5, zijn belast de bij besluit van Onze Minister als hoofdinspecteur en inspecteurs aangewezen ambtenaren.

2. Ten aanzien van de aanwijzing van de hoofdinspecteur is artikel 6.3, vierde lid, van overeenkomstige toepassing.

3. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

4. De toezichthouder beschikt niet over de bevoegdheid, genoemd in artikel 5:19 van de Algemene wet bestuursrecht.

5. Indien een toezichthouder met toepassing van artikel 5:15 van de Algemene wet bestuursrecht een ruimte betreedt, waarin documenten worden bewaard van overheidsorganen als bedoeld in het eerste lid, of met toepassing van artikel 5:18 van de Algemene wet bestuursrecht inzage vordert in zulke documenten, neemt hij de voorschriften ten aanzien van de beveiliging van geheimen in acht.

6. De hoofdinspecteur doet aan het verantwoordelijk overheidsorgaan mededeling van de bevindingen van het toezicht en van de voorzieningen die naar zijn oordeel dienen te worden getroffen.

7. Jaarlijks brengt de hoofdinspecteur aan Onze Minister schriftelijk verslag uit van zijn bevindingen van het toezicht. Onze Minister zendt dit verslag, vergezeld van zijn standpunt, aan de Tweede en Eerste Kamer der Staten-Generaal.

Verwijst naar

Artikelen die hiernaar verwijzen

Toelichting

Vorige artikelen

Volgende artikelen