Art. 16 Verdrag van de Raad van Europa tot bescherming van het advocatenberoep, Verhouding tot andere internationale instrumenten
Verdrag van de Raad van Europa tot bescherming van het advocatenberoep
1. Dit Verdrag laat de rechten en verplichtingen onverlet die voortvloeien uit andere internationale instrumenten waarbij de partijen bij dit Verdrag partij zijn of zullen worden en die bepalingen bevatten inzake door dit Verdrag geregelde aangelegenheden en die een grotere bescherming waarborgen van de rechten van advocaten voor de vrije uitoefening van hun beroep.
2. De partijen bij dit Verdrag kunnen met elkaar bilaterale of multilaterale verdragen sluiten inzake de aangelegenheden die in dit Verdrag worden behandeld teneinde de bepalingen ervan aan te vullen of aan te scherpen of de toepassing van de erin vervatte beginselen te faciliteren.
Vorige artikelen
- Artikel 11 Verdrag van de Raad van Europa tot bescherming van het advocatenberoep
- Artikel 12 Verdrag van de Raad van Europa tot bescherming van het advocatenberoep
- Artikel 13 Verdrag van de Raad van Europa tot bescherming van het advocatenberoep
- Artikel 14 Verdrag van de Raad van Europa tot bescherming van het advocatenberoep
- Artikel 15 Verdrag van de Raad van Europa tot bescherming van het advocatenberoep
Volgende artikelen
- Artikel 17 Verdrag van de Raad van Europa tot bescherming van het advocatenberoep
- Artikel 18 Verdrag van de Raad van Europa tot bescherming van het advocatenberoep
- Artikel 19 Verdrag van de Raad van Europa tot bescherming van het advocatenberoep
- Artikel 20 Verdrag van de Raad van Europa tot bescherming van het advocatenberoep
- Artikel 21 Verdrag van de Raad van Europa tot bescherming van het advocatenberoep