Art. 5 Overeenkomst tussen de Benelux-Staten (het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden) en de Republiek Suriname betreffende de terug- en overname van personen die onregelmatig op het grondgebied verblijven (terug- en overnameovereenkomst) (met Uitvoeringsprotocol met bijlagen), Bewijsmiddelen met betrekking tot onderdanen van een derde Staat

Overeenkomst tussen de Benelux-Staten (het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden) en de Republiek Suriname betreffende de terug- en overname van personen die onregelmatig op het grondgebied verblijven (terug- en overnameovereenkomst) (met Uitvoeringsprotocol met bijlagen)

1. Het bewijs dat is voldaan aan de in artikel 3 van de Overeenkomst vermelde voorwaarden voor overname van onderdanen van een derde Staat kan worden geleverd door middel van de navolgende bewijsmiddelen:

1) verblijfstitels afgegeven door de aangezochte Staat;

2) visa of verblijfstitels afgegeven door de aangezochte Staat, waarvan de geldigheidsduur niet langer dan twee (2) jaar is verstreken;

3) in- en uitreisstempels of soortgelijke aantekeningen in het reisdocument van de betrokkene waaruit diens inreis en het verblijf op het grondgebied van de aangezochte Staat blijkt;

4) door de aangezochte Staat op naam afgegeven documenten (bijvoorbeeld: rijbewijs, legitimatiebewijs);

5) documenten van de burgerlijke stand of een inschrijving op het grondgebied van de aangezochte Staat;

6) kopieën van de in de punten 1 tot en met 5 van dit lid genoemde documenten.

2. Prima facie bewijs dat is voldaan aan de in artikel 3 van de Overeenkomst genoemde voorwaarden voor overname van onderdanen van een derde Staat kan worden geleverd door middel van de navolgende bewijsmiddelen:

1) op naam gestelde reisdocumenten, bescheiden of facturen indien daaruit de inreis of het verblijf van de betrokkene op het grondgebied van de aangezochte Staat blijkt, of waarmee zijn inreis op het grondgebied van de verzoekende Staat vanuit het grondgebied van de aangezochte Staat kan worden aangetoond (bijvoorbeeld: hotelrekeningen, afspraakkaarten voor bezoek aan arts/tandarts, toegangsbewijzen voor openbare/particuliere instellingen, passagierslijsten voor vlieg- of bootreizen);

2) inlichtingen waaruit blijkt dat de betrokkene gebruik heeft gemaakt van de diensten van een reisbegeleider of reisbureau;

3) officiële verklaringen van met name ambtenaren van de aangezochte Staat die belast zijn met de grenscontrole en andere functionarissen die kunnen getuigen dat betrokkene de grens van de aangezochte Staat heeft overschreden;

4) officiële verklaringen van ambtenaren over de aanwezigheid van de betrokkene op het grondgebied van de aangezochte Staat;

5) sedert meer dan twee (2) jaren verlopen verblijfstitel, afgegeven door de aangezochte Staat;

6) op schrift gestelde verklaring waarin de plaats en omstandigheden worden beschreven waaronder de betrokkene na inreis op het grondgebied van de verzoekende Staat is staande gehouden;

7) inlichtingen die door een internationale organisatie zijn verstrekt met betrekking tot de identiteit en het verblijf van de betrokkene op het grondgebied van de aangezochte Staat of van diens reisroute van het grondgebied van de aangezochte Staat naar dat van de verzoekende Staat;

8) door een reisgenoot afgelegde getuigenverklaring;

9) verklaringen van de betrokkene zelf;

10) andere bescheiden (bijvoorbeeld niet op naam gestelde toegangskaartjes) of betrouwbare informatie aan de hand waarvan het verblijf op of de doorreis over het grondgebied van de aangezochte Staat aannemelijk gemaakt kan worden.

Vorige artikelen

Volgende artikelen