Art. 11 Geavanceerde Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar Lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds, Uitzonderingen op de verplichting tot het verlenen van bijstand

Geavanceerde Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar Lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds

1. Bijstand kan worden geweigerd of van bepaalde voorwaarden of eisen afhankelijk worden gesteld wanneer een Partij van oordeel is dat bijstand uit hoofde van dit protocol:

a. de soevereiniteit van Chili of van de lidstaat die is verzocht om bijstand uit hoofde van dit protocol waarschijnlijk zou kunnen aantasten;

b. de openbare orde, de veiligheid of andere wezenlijke belangen, met name in de in Artikel 12, lid 5, genoemde gevallen, waarschijnlijk zou kunnen schaden; of

c. tot schending van een industrieel geheim, een handelsgeheim of een beroepsgeheim leidt.

2. De aangezochte autoriteit kan de bijstand uitstellen indien die bijstand lopende onderzoeken, vervolgingen of procedures zou verstoren. In dat geval pleegt de aangezochte autoriteit overleg met de verzoekende autoriteit om te bepalen of de bijstand kan worden verleend op door de aangezochte autoriteit te stellen voorwaarden.

3. Wanneer de verzoekende autoriteit om een vorm van bijstand verzoekt die zij desgevraagd zelf niet zou kunnen verlenen, vermeldt zij dat in haar verzoek. De aangezochte autoriteit is vrij om te bepalen hoe zij op een dergelijk verzoek reageert.

4. Indien de in de leden 1 en 2 bedoelde bijstand wordt geweigerd, dienen dat besluit en de redenen ervan onverwijld aan de verzoekende autoriteit te worden medegedeeld.

Vorige artikelen

Volgende artikelen