Art. 2 Verdrag van Vriendschap en Samenwerking in Zuidoost-Azië, Doel en beginselen

Verdrag van Vriendschap en Samenwerking in Zuidoost-Azië

In hun onderlinge betrekkingen worden de Hoge Verdragsluitende Partijen geleid door de volgende fundamentele beginselen:

a. wederzijds respect voor de onafhankelijkheid, soevereiniteit, gelijkwaardigheid, territoriale integriteit en nationale identiteit van alle staten;

b. het recht van elke staat op een nationaal bestaan zonder bemoeienissen, subversie of dwang van buitenaf;

c. niet-inmenging in de binnenlandse aangelegenheden van een ander land;

d. beslechting van geschillen of disputen met vreedzame middelen;

e. afzien van de dreiging met en gebruik van geweld;

f. doeltreffende onderlinge samenwerking.

Vorige artikelen

Volgende artikelen