Art. 14.2 CETA, Toepassingsgebied

Brede Economische en Handelsovereenkomst tussen Canada, enerzijds, en de Europese Unie en haar lidstaten, anderzijds (CETA)

1. Dit hoofdstuk is van toepassing op door een partij vastgestelde of gehandhaafde maatregelen inzake het verlenen van internationale zeevervoerdiensten. Voor alle duidelijkheid: ook de hoofdstukken acht (Investeringen) en negen (Grensoverschrijdende handel in diensten) zien op dergelijke maatregelen.

2. Voor alle duidelijkheid: in aansluiting op de artikelen 8.6 (Nationale behandeling), 8.7 (Meestbegunstigingsbehandeling), 9.3 (Nationale behandeling) en 9.5 (Meestbegunstigingsbehandeling) mag een partij geen maatregel vaststellen of handhaven ten aanzien van:

a. een schip dat een internationale zeevervoerdienst verleent en onder de vlag van de andere partij vaart; of

b. een verlener van internationale zeevervoerdiensten uit de andere partij,

waarbij een behandeling wordt toegekend die minder gunstig is dan die welke die partij in vergelijkbare situaties aan haar eigen vaartuigen of verleners van internationale zeevervoerdiensten of aan vaartuigen of verleners van internationale zeevervoerdiensten uit een derde land toekent met betrekking tot:

a. haventoegang;

b. de gebruikmaking van infrastructuur en havendiensten zoals sleep- en loodsdiensten;

c. de gebruikmaking van hulpdiensten voor zeevervoer, alsmede het opleggen van daarmee verband houdende vergoedingen en heffingen;

d. toegang tot douanefaciliteiten; of

e. de toewijzing van aanlegplaatsen en laad- en losinstallaties.

Vorige artikelen

Volgende artikelen