Art. 19 Overeenkomst van Parijs

Overeenkomst van Parijs

1. Andere dan in deze Overeenkomst bedoelde hulporganen of andere institutionele regelingen die bij of ingevolge het Verdrag zijn ingesteld, worden op grond van een besluit van de Conferentie van de Partijen die als vergadering van de Partijen bij deze Overeenkomst fungeert, voor deze Overeenkomst ingezet. De Conferentie van de Partijen die als vergadering van de Partijen bij deze Overeenkomst fungeert, specificeert de functies die door dergelijke hulporganen of regelingen worden uitgeoefend.

2. De Conferentie van de Partijen die als vergadering van de Partijen bij deze Overeenkomst fungeert, kan dergelijke hulporganen en institutionele regelingen nadere richtsnoeren geven.

Vorige artikelen

Volgende artikelen