Art. 46 Verdrag tussen het Koninkrijk België, de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek, de Italiaanse Republiek, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden, Lid-Staten der Europese Gemeenschappen, het Koninkrijk Denemarken, Ierland, het Koninkrijk Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland betreffende de toetreding van het Koninkrijk Denemarken, Ierland, het Koninkrijk Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, tot de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, Overige bepalingen

Verdrag tussen het Koninkrijk België, de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek, de Italiaanse Republiek, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden, Lid-Staten der Europese Gemeenschappen, het Koninkrijk Denemarken, Ierland, het Koninkrijk Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland betreffende de toetreding van het Koninkrijk Denemarken, Ierland, het Koninkrijk Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, tot de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie

1. Zolang er douanerechten worden geheven in het handelsverkeer binnen de Gemeenschap zijn, tenzij anders is bepaald in deze Akte, de bepalingen inzake douanewetgeving van toepassing op dat handelsverkeer onder dezelfde voorwaarden als voor het handelsverkeer van de Gemeenschap met derde landen. Voor de vaststelling van de douanewaarde in dat handelsverkeer is het in aanmerking te nemen douanegebied het douanegebied dat wordt omschreven in de in de Gemeenschap en de nieuwe Lid-Staten op 31 december 1972 geldende bepalingen.

2. In het handelsverkeer binnen de Gemeenschap passen de Lid-Staten vanaf de toetreding de nomenclatuur van het gemeenschappelijk douanetarief toe. Denemarken en het Verenigd Koninkrijk zijn evenwel gemachtigd de toepassing daarvan tot 1 januari 1974 uit te stellen. De nieuwe Lid-Staten kunnen in deze nomenclatuur de bestaande nationale onderverdelingen overnemen die noodzakelijk zijn om te bewerkstelligen dat de geleidelijke afschaffing van hun invoerrechten binnen de Gemeenschap plaatsvindt overeenkomstig het bepaalde in deze Akte.

Vorige artikelen

Volgende artikelen