Art. 17 Luchtvaartverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Curaçao, en de Republiek Panama, Waarborgen
Luchtvaartverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Curaçao, en de Republiek Panama
1. De partijen komen overeen dat de volgende handelwijzen van luchtvaartmaatschappijen beschouwd kunnen worden als mogelijk oneerlijke concurrentiepraktijken die aan een nader onderzoek onderworpen kunnen worden:
a. er worden prijzen of kosten berekend op een niveau dat, alles bij elkaar genomen, ontoereikend is om de kosten van het verlenen van de diensten waarop zij betrekking hebben te dekken;
b. er vindt een buitensporige uitbreiding van de capaciteit of de frequentie van de vluchten plaats;
c. de bedoelde praktijken hebben eerder een blijvend dan een tijdelijk karakter;
d. de bedoelde praktijken hebben ernstige economische gevolgen voor of berokkenen aanzienlijke schade aan een andere luchtvaartmaatschappij;
e. de bedoelde praktijken geven blijk van de kennelijke intentie een andere luchtvaartmaatschappij te ontwrichten, buiten te sluiten of uit de markt te verdrijven, of hebben dit hoogstwaarschijnlijk tot gevolg; en
f. er is sprake van gedragingen die duiden op misbruik van een dominante positie op de route.
2. Indien de luchtvaartautoriteiten van de ene partij van mening zijn dat de door de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere partij beoogde of uitgevoerde operatie(s) oneerlijke concurrentie zou(den) kunnen vormen overeenkomstig de in het eerste lid van dit artikel opgesomde indicatoren, kunnen zij verzoeken om overleg in overeenstemming met artikel 28 (Overleg) van dit Verdrag om tot een oplossing van het probleem te komen. Een dergelijk verzoek gaat vergezeld van een kennisgeving met de redenen voor het verzoek en het overleg vangt aan binnen vijftien (15) dagen na ontvangst van het verzoek.
3. Indien de partijen er niet in slagen door middel van overleg tot een oplossing van het probleem te komen, kan elk van de partijen een beroep doen op de geschillenregeling uit hoofde van artikel 29 (Regeling van geschillen) van dit Verdrag teneinde het geschil te beslechten.
Verwijst naar
Vorige artikelen
- Artikel 12 Luchtvaartverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Curaçao, en de Republiek Panama
- Artikel 13 Luchtvaartverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Curaçao, en de Republiek Panama
- Artikel 14 Luchtvaartverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Curaçao, en de Republiek Panama
- Artikel 15 Luchtvaartverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Curaçao, en de Republiek Panama
- Artikel 16 Luchtvaartverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Curaçao, en de Republiek Panama
Volgende artikelen
- Artikel 18 Luchtvaartverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Curaçao, en de Republiek Panama
- Artikel 19 Luchtvaartverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Curaçao, en de Republiek Panama
- Artikel 20 Luchtvaartverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Curaçao, en de Republiek Panama
- Artikel 21 Luchtvaartverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Curaçao, en de Republiek Panama
- Artikel 22 Luchtvaartverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Curaçao, en de Republiek Panama