Art. 255 Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en haar lidstaten, enerzijds, en Georgië, anderzijds, Redelijke termijn voor naleving
Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en haar lidstaten, enerzijds, en Georgië, anderzijds
1. Indien onmiddellijke naleving niet mogelijk is, trachten de partijen overeenstemming te bereiken over de termijn waarbinnen zij de uitspraak zullen naleven. In dat geval stelt de partij waartegen de klacht gericht is uiterlijk dertig dagen na ontvangst van de kennisgeving van de uitspraak van het arbitragepanel aan de partijen, de klagende partij en het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, als beschreven in artikel 408, lid 4, van deze overeenkomst, in kennis van de tijd die zij nodig heeft om de uitspraak na te kunnen leven („redelijke termijn”).
2. Indien de partijen het niet eens zijn over een redelijke termijn voor naleving van de uitspraak van het arbitragepanel, verzoekt de klagende partij binnen twintig dagen na de datum van ontvangst van de kennisgeving overeenkomstig lid 1 door de partij waartegen de klacht gericht is, het oorspronkelijke arbitragepanel schriftelijk om een redelijke termijn vast te stellen. Dit verzoek wordt tegelijkertijd medegedeeld aan de andere partij en aan het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken. Binnen twintig dagen na de indiening van het verzoek stelt het oorspronkelijke arbitragepanel de partijen en het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken van zijn uitspraak in kennis.
3. De partij waartegen de klacht gericht is, stelt de klagende partij ten minste één maand voor afloop van de redelijke termijn schriftelijk in kennis van de vorderingen die zij maakt bij de naleving van de uitspraak van het arbitragepanel.
4. De partijen kunnen de redelijke termijn in onderling overleg verlengen.
Verwijst naar
Artikelen die hiernaar verwijzen
Vorige artikelen
- Artikel 250 Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en haar lidstaten, enerzijds, en Georgië, anderzijds
- Artikel 251 Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en haar lidstaten, enerzijds, en Georgië, anderzijds
- Artikel 252 Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en haar lidstaten, enerzijds, en Georgië, anderzijds
- Artikel 253 Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en haar lidstaten, enerzijds, en Georgië, anderzijds
- Artikel 254 Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en haar lidstaten, enerzijds, en Georgië, anderzijds
Volgende artikelen
- Artikel 256 Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en haar lidstaten, enerzijds, en Georgië, anderzijds
- Artikel 257 Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en haar lidstaten, enerzijds, en Georgië, anderzijds
- Artikel 258 Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en haar lidstaten, enerzijds, en Georgië, anderzijds
- Artikel 259 Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en haar lidstaten, enerzijds, en Georgië, anderzijds
- Artikel 260 Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en haar lidstaten, enerzijds, en Georgië, anderzijds