Art. 25 Verdrag van de Raad van Europa inzake de manipulatie van sportwedstrijden, Inbeslagneming en verbeurdverklaring
Verdrag van de Raad van Europa inzake de manipulatie van sportwedstrijden
1. Elke partij neemt in overeenstemming met haar nationale recht de wetgevende of andere maatregelen die nodig zijn teneinde inbeslagneming en verbeurdverklaring toe te staan van:
a. de goederen, documenten en andere hulpmiddelen die zijn gebruikt of bestemd waren om te worden gebruikt bij het plegen van de strafbare feiten bedoeld in de artikelen 15 tot en met 17 van dit Verdrag;
b. de opbrengsten van deze feiten, of goederen van een waarde die overeenkomt met de opbrengsten.
Verwijst naar
Vorige artikelen
- Artikel 20 Verdrag van de Raad van Europa inzake de manipulatie van sportwedstrijden
- Artikel 21 Verdrag van de Raad van Europa inzake de manipulatie van sportwedstrijden
- Artikel 22 Verdrag van de Raad van Europa inzake de manipulatie van sportwedstrijden
- Artikel 23 Verdrag van de Raad van Europa inzake de manipulatie van sportwedstrijden
- Artikel 24 Verdrag van de Raad van Europa inzake de manipulatie van sportwedstrijden
Volgende artikelen
- Artikel 26 Verdrag van de Raad van Europa inzake de manipulatie van sportwedstrijden
- Artikel 27 Verdrag van de Raad van Europa inzake de manipulatie van sportwedstrijden
- Artikel 28 Verdrag van de Raad van Europa inzake de manipulatie van sportwedstrijden
- Artikel 29 Verdrag van de Raad van Europa inzake de manipulatie van sportwedstrijden
- Artikel 30 Verdrag van de Raad van Europa inzake de manipulatie van sportwedstrijden