Art. 12 Verdrag tot het vaststellen van enige eenvormige regelen betreffende aanvaring
Verdrag tot het vaststellen van enige eenvormige regelen betreffende aanvaring
De bepalingen van dit verdrag zullen worden toegepast ten aanzien van alle belanghebbenden, wanneer alle betrokken schepen behooren tot Staten der hooge verdragsluitende partijen en voorts in de andere door de nationale wetgevingen voorziene gevallen.
Alles niettemin met dien verstande dat:
1°. ten aanzien van belanghebbenden, die onderdanen zijn van een niet-verdragsluitenden Staat, de toepassing van gezegde bepalingen door iederen verdragsluitenden Staat afhankelijk kan worden gemaakt van de voorwaarde van wederkeerigheid;
2°. wanneer alle belanghebbenden onderdanen zijn van den Staat waartoe het betrokken gerecht behoort, de nationale wet en niet het verdrag toepasselijk is.
Vorige artikelen
- Artikel 7 Verdrag tot het vaststellen van enige eenvormige regelen betreffende aanvaring
- Artikel 8 Verdrag tot het vaststellen van enige eenvormige regelen betreffende aanvaring
- Artikel 9 Verdrag tot het vaststellen van enige eenvormige regelen betreffende aanvaring
- Artikel 10 Verdrag tot het vaststellen van enige eenvormige regelen betreffende aanvaring
- Artikel 11 Verdrag tot het vaststellen van enige eenvormige regelen betreffende aanvaring
Volgende artikelen
- Artikel 13 Verdrag tot het vaststellen van enige eenvormige regelen betreffende aanvaring
- Artikel 14 Verdrag tot het vaststellen van enige eenvormige regelen betreffende aanvaring
- Artikel 15 Verdrag tot het vaststellen van enige eenvormige regelen betreffende aanvaring
- Artikel 16 Verdrag tot het vaststellen van enige eenvormige regelen betreffende aanvaring
- Artikel 17 Verdrag tot het vaststellen van enige eenvormige regelen betreffende aanvaring