Art. 55 Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht, Omkering van de bewijslast
Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht
1. Indien het voorwerp van een octrooi een werkwijze voor de vervaardiging van een nieuw product is, wordt, onverminderd artikel 24, tweede en derde lid, ieder identiek, zonder toestemming van de octrooihouder vervaardigd product, tot bewijs van het tegendeel, geacht met toepassing van die werkwijze te zijn vervaardigd.
2. Het in het eerste lid neergelegde beginsel is eveneens van toepassing indien met aanzienlijke waarschijnlijkheid het identieke product volgens de geoctrooieerde werkwijze was vervaardigd en de octrooihouder, ondanks redelijke inspanningen, de voor het identieke product feitelijk toegepaste werkwijze niet heeft kunnen vaststellen.
3. Bij de bewijsvoering van het tegendeel wordt rekening gehouden met het legitieme belang dat de verweerder heeft bij bescherming van zijn fabricage- en bedrijfsgeheimen.
Verwijst naar
Vorige artikelen
- Artikel 50 Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht
- Artikel 51 Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht
- Artikel 52 Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht
- Artikel 53 Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht
- Artikel 54 Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht
Volgende artikelen
- Artikel 56 Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht
- Artikel 57 Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht
- Artikel 58 Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht
- Artikel 59 Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht
- Artikel 60 Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht