Art. 31 Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht, Voorlopige begroting
Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht
1. Indien aan het begin van het begrotingsjaar de begroting niet door het Begrotingscomité is vastgesteld, kunnen de uitgaven maandelijks per hoofdstuk of volgens een andere onderverdeling van de begroting worden verricht in overeenstemming met het financieel reglement, tot ten hoogste een twaalfde van op de begroting van het voorafgaande begrotingsjaar toegestane gelden, mits de aldus aan het presidium beschikbaar gestelde gelden niet meer bedragen dan een twaalfde van de in de ontwerpbegroting voorziene gelden.
2. Het Begrotingscomité kan, onder voorbehoud van de overige bepalingen van het eerste lid, machtiging verlenen voor uitgaven die een twaalfde van de begrotingsreserveringen voor het voorafgaande begrotingsjaar te boven gaan.
Vorige artikelen
- Artikel 26 Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht
- Artikel 27 Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht
- Artikel 28 Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht
- Artikel 29 Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht
- Artikel 30 Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht
Volgende artikelen
- Artikel 32 Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht
- Artikel 33 Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht
- Artikel 34 Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht
- Artikel 35 Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht
- Artikel 36 Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht