Art. 22 Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht, Benoeming en ontzetting uit het ambt van griffier
Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht
1. Het presidium benoemt de griffier van het Gerecht voor een termijn van zes jaar. De griffier kan worden herbenoemd.
2. Twee weken voor de datum van de benoeming van de griffier stelt de president van het Hof van Beroep het presidium in kennis van de voor het ambt ingediende sollicitaties.
3. Voor zijn aantreden legt de griffier voor het presidium de eed af dat hij zijn taken als griffier onpartijdig en gewetensvol zal uitoefenen.
4. De griffier kan uitsluitend uit zijn ambt worden ontzet indien hij niet langer aan de daaruit voortvloeiende verplichtingen voldoet. Het presidium neemt een besluit na de griffier te hebben gehoord.
5. Indien het ambt van griffier vóór het verstrijken van de ambtstermijn vacant wordt, benoemt het presidium een nieuwe griffier voor een termijn van zes jaar.
6. Bij afwezigheid of verhindering, of indien het ambt vacant is, wijst de president van het Hof van Beroep, na het presidium te hebben geraadpleegd, een personeelslid van het Hof aan dat de taken van de griffier zal verrichten.
Vorige artikelen
- Artikel 17 Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht
- Artikel 18 Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht
- Artikel 19 Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht
- Artikel 20 Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht
- Artikel 21 Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht
Volgende artikelen
- Artikel 23 Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht
- Artikel 24 Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht
- Artikel 25 Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht
- Artikel 26 Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht
- Artikel 27 Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht