Art. 28 Berner Conventie voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst, ondertekend de 9de September 1886, aangevuld te Parijs de 4de Mei 1896, herzien te Berlijn de 13de November 1908, aangevuld te Bern de 20ste Maart 1914, herzien te Rome de 2de Juni 1928, en herzien te Brussel de 26ste Juni 1948
Berner Conventie voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst, ondertekend de 9de September 1886, aangevuld te Parijs de 4de Mei 1896, herzien te Berlijn de 13de November 1908, aangevuld te Bern de 20ste Maart 1914, herzien te Rome de 2de Juni 1928, en herzien te Brussel de 26ste Juni 1948
(1). Deze Conventie zal bekrachtigd worden en de akten van bekrachtiging zullen uiterlijk op 1 Juli 1951 te Brussel worden nedergelegd. Deze bekrachtigingen, met de data ervan en met alle verklaringen, waarvan ze vergezeld mochten zijn, zullen door de Belgische Regering aan de Regering van de Zwitserse Bondsstaat medegedeeld worden, die er aan de andere Landen van het Verbond kennis van zal geven.
(2). Deze Conventie zal tussen de Landen van het Verbond, die haar bekrachtigd hebben, in werking treden één maand na 1 Juli 1951. Wanneer zij echter vóór die datum bekrachtigd mocht zijn door ten minste zes Landen van het Verbond, zal de Conventie tussen die Landen van het Verbond van kracht worden één maand nadat hun van het nederleggen van de zesde akte van bekrachtiging zal zijn kennis gegeven door de Regering van de Zwitserse Bondsstaat, en voor de Landen van het Verbond die daarna bekrachtigen, één maand na de mededeling van elk dier bekrachtigingen.
(3). De Landen die niet tot het Verbond behoren, zullen tot 1 Juli 1951 tot het Verbond kunnen toetreden, hetzij door toe te treden tot de Conventie die op 2 Juni 1928 te Rome is ondertekend, hetzij door toe te treden tot deze Conventie. Van 1 Juli 1951 af zullen zij slechts tot deze Conventie kunnen toetreden. De Landen van het Verbond, die deze Conventie op 1 Juli 1951 niet hebben bekrachtigd, zullen er toe kunnen toetreden op de wijze voorzien in artikel 25. In dit geval zullen zij het voordeel, bedoeld in artikel 27, lid 2, kunnen genieten.
Vorige artikelen
- Artikel 24 Berner Conventie voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst, ondertekend de 9de September 1886, aangevuld te Parijs de 4de Mei 1896, herzien te Berlijn de 13de November 1908, aangevuld te Bern de 20ste Maart 1914, herzien te Rome de 2de Juni 1928, en herzien te Brussel de 26ste Juni 1948
- Artikel 25 Berner Conventie voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst, ondertekend de 9de September 1886, aangevuld te Parijs de 4de Mei 1896, herzien te Berlijn de 13de November 1908, aangevuld te Bern de 20ste Maart 1914, herzien te Rome de 2de Juni 1928, en herzien te Brussel de 26ste Juni 1948
- Artikel 26 Berner Conventie voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst, ondertekend de 9de September 1886, aangevuld te Parijs de 4de Mei 1896, herzien te Berlijn de 13de November 1908, aangevuld te Bern de 20ste Maart 1914, herzien te Rome de 2de Juni 1928, en herzien te Brussel de 26ste Juni 1948
- Artikel 27 Berner Conventie voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst, ondertekend de 9de September 1886, aangevuld te Parijs de 4de Mei 1896, herzien te Berlijn de 13de November 1908, aangevuld te Bern de 20ste Maart 1914, herzien te Rome de 2de Juni 1928, en herzien te Brussel de 26ste Juni 1948
- Artikel 27bis Berner Conventie voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst, ondertekend de 9de September 1886, aangevuld te Parijs de 4de Mei 1896, herzien te Berlijn de 13de November 1908, aangevuld te Bern de 20ste Maart 1914, herzien te Rome de 2de Juni 1928, en herzien te Brussel de 26ste Juni 1948
Volgende artikelen
- Artikel 29 Berner Conventie voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst, ondertekend de 9de September 1886, aangevuld te Parijs de 4de Mei 1896, herzien te Berlijn de 13de November 1908, aangevuld te Bern de 20ste Maart 1914, herzien te Rome de 2de Juni 1928, en herzien te Brussel de 26ste Juni 1948
- Artikel 30 Berner Conventie voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst, ondertekend de 9de September 1886, aangevuld te Parijs de 4de Mei 1896, herzien te Berlijn de 13de November 1908, aangevuld te Bern de 20ste Maart 1914, herzien te Rome de 2de Juni 1928, en herzien te Brussel de 26ste Juni 1948
- Artikel 31 Berner Conventie voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst, ondertekend de 9de September 1886, aangevuld te Parijs de 4de Mei 1896, herzien te Berlijn de 13de November 1908, aangevuld te Bern de 20ste Maart 1914, herzien te Rome de 2de Juni 1928, en herzien te Brussel de 26ste Juni 1948