Art. 80 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen, Vertegenwoordigers van de krijgsgevangenen
Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
Vertrouwensmannen moeten het lichamelijk, moreel en geestelijk welzijn der krijgsgevangenen bevorderen.
In het bijzonder ingeval de gevangenen mochten besluiten in hun midden een systeem van onderlinge bijstand te organiseren, zal deze organisatie tot de bevoegdheid van de vertrouwensman behoren, naast de bijzondere werkzaamheden waarmede hij ingevolge andere bepalingen van dit Verdrag is belast.
Vertrouwensmannen zijn, enkel uit hoofde van hun functie, niet verantwoordelijk voor vergrijpen, begaan door krijgsgevangenen.
Vorige artikelen
- Artikel 75 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 76 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 77 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 78 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 79 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
Volgende artikelen
- Artikel 81 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 82 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 83 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 84 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 85 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen