Art. 130 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen, Tenuitvoerlegging van het Verdrag
Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
De ernstige inbreuken, bedoeld in het voorgaand artikel, zijn die welke één der volgende handelingen in zich sluiten, indien deze worden gepleegd tegen door het Verdrag beschermde personen of goederen: opzettelijke levensberoving, marteling of onmenselijke behandeling, waaronder begrepen biologische proefnemingen, het opzettelijk veroorzaken van hevig lijden, van ernstig lichamelijk letsel, dan wel van ernstige schade aan de gezondheid, een krijgsgevangene te dwingen om te dienen bij de strijdkrachten van de vijandelijke Mogendheid, of opzettelijk een krijgsgevangene het recht te onthouden op een regelmatige en onpartijdige berechting overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag.
Artikelen die hiernaar verwijzen
Vorige artikelen
- Artikel 125 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 126 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 127 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 128 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 129 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
Volgende artikelen
- Artikel 131 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 132 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 133 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 134 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 135 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen