Art. 9 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
Ingeval de bijzondere commissies feiten zouden vaststellen welke hun in strijd met de bepalingen van deze overeenkomst voorkomen, zullen zij onmiddellijk de aandacht van de Mogendheid die het betreffende gebied beheert, daarop vestigen en haar een termijn van ten hoogste vijf dagen toestaan om in de aangelegenheid te voorzien; zij zullen de Mogendheid die het gebied heeft erkend, daarmede in kennis stellen.
Indien, na verloop van deze termijn, de Mogendheid die het gebied onder haar gezag heeft, geen gevolg heeft gegeven aan de tot haar gerichte waarschuwing, kan de tegenpartij verklaren, dat zij, wat betreft dit gebied, niet langer door deze overeenkomst is gebonden.
Vorige artikelen
- Artikel 155 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 156 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 157 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 158 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 159 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
Volgende artikelen
- Artikel 10 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 11 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 12 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 13 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 1 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd