Art. 89 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd, Voeding en kleding
Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
Het dagelijks voedselrantsoen van geïnterneerden moet, wat hoeveelheid, hoedanigheid en afwisseling betreft, voldoende zijn om een normale gezondheidstoestand te verzekeren en het ontstaan van stoornissen door gemis aan bepaalde stoffen te voorkomen. Rekening moet ook worden gehouden met de voeding waaraan de geïnterneerden gewend waren.
Geïnterneerden zullen bovendien de middelen ontvangen om zelf het extra voedsel waarover zij mochten beschikken, toe te bereiden.
Voldoende drinkwater moet aan de geïnterneerden worden verstrekt. Het gebruik van tabak is geoorloofd.
Geïnterneerden die arbeiden, moeten extra voeding ontvangen in evenredigheid met de aard van de arbeid welke zij verrichten.
Zwangere en zogende vrouwen en kinderen beneden 15 jaar moeten extra voeding ontvangen, overeenkomstig hun lichamelijke behoeften.
Vorige artikelen
- Artikel 84 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 85 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 86 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 87 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 88 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
Volgende artikelen
- Artikel 90 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 91 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 92 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 93 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 94 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd